Van vervallen hórreos tot hippe hotspots: zo herontdekt Noord-Spanje zijn erfgoed

door Else BeekmanElse Beekman
hórreo's als nieuwe hotspot

Kenners van het noordwesten van Spanje zijn ze vast wel eens tegengekomen: de iconische houten constructies op stenen pilaren. Deze traditionele graanschuren, ‘hórreos’ in het Spaans, hebben nu een nieuwe erkenning gekregen. De Spaanse ministerraad heeft op 7 april besloten dat ze worden opgenomen als Manifestatie van Immaterieel Cultureel Erfgoed. Daarmee wordt niet alleen hun historische waarde benadrukt, maar ook hun toekomst opnieuw onder de aandacht gebracht.

Deze erkenning bevestigt wat veel inwoners in regio’s als Galicië, Asturië, Cantabrië, León, Navarra en het Baskenland al lang voelen: hun hórreos zijn meer dan oude opslagplaatsen en vormen een belangrijk onderdeel van hun cultuur, identiteit en geschiedenis. De monumentale bouwwerken krijgen daarom ook steeds vaker een nieuwe functie die verder gaat dan voedselopslag alleen.

Hoewel de basisvorm herkenbaar is, verschillen de benamingen per regio. In Galicië spreekt men van hórreos, maar ook van canastros of cabazos. Verderop in Asturië en León zijn hórreo en panera gangbare termen (een panera is doorgaans groter). In Cantabrië blijft hórreo de gebruikelijke naam en in Navarra en het Baskenland komen benamingen als garaia voor, naast het meer algemene hórreo.

De hórreo van Carnota - Galicië
hórreo van Carnota – ©inspanje.nl

In Galicië behoren de hórreos van Carnota, Combarro en A Merca tot de bekendste voorbeelden. Sommige staan solitair in het landschap, andere vormen hele rijen langs zee of dorpspleinen.

Van noodzaak naar erfgoed

De verre oorsprong wordt soms in verband gebracht met Romeinse opslagplaatsen, maar de hórreo zoals die nu bekend is, ontwikkelde zich vooral vanaf de middeleeuwen. Met de komst van maïs in de zeventiende eeuw werd hij in Galicië nog belangrijker. De schuurtjes met ventilatiegaten in de muren werden op palen gebouwd waarop eerst een grote platte steen werd gelegd, zodat ongedierte het graan en de andere producten niet meer konden bereiken.

Gedurende de daaropvolgende eeuwen paste de functie zich aan lokale omstandigheden aan. In bergachtige gebieden zoals Asturië werden niet alleen granen, maar ook kastanjes, appels en later maïs opgeslagen. Door veranderingen in de landbouw en voedselopslag raakten veel hórreos in onbruik en kwamen leeg te staan.

Nieuwe functies, oude ziel

Zoals het met wel meer typische bouwwerken gaat, denk aan vuurtorens en molens, krijgt ook de hórreo steeds vaker een tweede leven. Dankzij hun relatief ruime bouw en sympathieke voorkomen ontstaan er nieuwe initiatieven die de traditie op een eigentijdse manier invullen.

Zo worden in Ambás opnieuw kazen zoals de bekende Afuega’l pitu gerijpt in hórreos. De oude houten structuren zorgen voor een uniek microklimaat dat de smaak beïnvloedt. Het is geen moderne vondst, maar een terugkeer naar traditionele methoden.

Op andere plekken dienen hórreos steeds vaker als werkruimte voor ambachtslieden. In Les Regueres wordt wol verwerkt onder een hórreo, terwijl er elders kleine bakkerijen of ateliers in zijn gevestigd.

hórreo als dorpscafé
dorpscafé Taberna Alborada

 

Ook de horeca ontdekt de charme van een hórreo. In Premoño, een dorp met zo’n negentig inwoners in de Asturische gemeente Les Regueres, kreeg een hórreo een opvallend sociale rol. Vanessa Díaz en José Manuel Fernández maakten van de ruimte onder hun hórreo de Taberna Alborada: niet alleen een bar, maar ook een kleine winkel. Daarmee kreeg het dorp voor het eerst in meer dan tien jaar weer een eigen ontmoetingsplek. En in Luarca vormt een gerestaureerde hórreo het hart van een ambachtelijke patisserie.

Balans tussen gebruik en behoud

De nieuwe functies roepen ook vragen op. Hoe ver kun je gaan in het aanpassen van dit erfgoed? Het ministerie van Cultuur benoemde bij het geven van de erkenning het gevaar dat niet alleen in fysiek verval schuilt, maar ook in het verlies van de sociale context: de kennis over bouw en gebruik, de verhalen die ermee verbonden zijn en de rol van de hórreo als herkenningspunt in dorpen en landschappen.

Anderen vrezen dat commerciële exploitatie, zoals het ombouwen tot vakantieverblijven, het karakter van de hórreos aantast. Concrete voorbeelden van toeristische exploitatie van hórreos zijn er inmiddels ook. In El Cabozo de Rexa in de gemeente Barreiros (Lugo) openden twee broers een toeristisch verblijf in een opgeknapte hórreo. Ze hadden daarbij het motto ‘wat je niet gebruikt, raakt in verval’. Of in Cantabrië, waar in Hazas de Cesto de eigenaren een oude hórreo ombouwden tot een luxueus vakantieverblijf door de ruimte tussen de vier palen dicht te metselen en er een woonkamer van maken. Rondom de voormalige graanopslag prijkt nu een galerij alias balkon.

Erfgoedverenigingen benadrukken dat respect voor de oorspronkelijke structuur essentieel is. Restauraties moeten zorgvuldig gebeuren, met behoud van materialen en technieken. Tegelijkertijd erkennen ze ook dat hórreos geen statische monumenten zijn. Ze maken deel uit van een levende traditie. Of ze nu dienen als kaasrijperij, atelier of dorpscafé, door hun nieuwe functies blijven ze niet alleen verzekerd van een toekomst, maar vormen ze ook een tastbare herinnering aan het leven van generaties.

Ook buiten Spanje bekend

een 'hórreo' in het Zwitserse Zermatt
Een ‘hórreo’ in Zwitserland – eigen beeld

Wie door andere berggebieden in Europa reist, kan soortgelijke bouwvormen tegenkomen die bedoeld waren om voedselvoorraden droog, geventileerd en buiten bereik van ongedierte te bewaren. In het Zwitserse Wallis, bijvoorbeeld in Zermatt, staan houten graanschuren ook op palen met platte stenen ertussen. Hier zijn ze bekend als raccards of stadels.

In de Franse Alpen, met name in de Savoie en Haute-Savoie, komen vergelijkbare constructies voor onder de naam mazots: kleine houten opslaghuisjes die eveneens verhoogd zijn gebouwd. En in het noorden van Italië, in de regio Valle d’Aosta, spreekt men van rascard, vrijwel identiek in opbouw en functie.