Wie boven Almería vliegt, ziet geen zee van water maar een zee van plastic: 32.000 hectare kassen, die zelfs op satellietbeelden als een witte vlek opvallen en een van de droogste regio’s van Europa hebben veranderd in de groentetuin van het continent. Maar ook tot een van zijn meest omstreden landbouwgebieden.

Voor sommigen is het een kunstmatig landschap; voor anderen, zoals Lola Gómez Ferrón, landbouwpionier uit Almería, is het “het grootste monument voor innovatieve en productieve voedselproductie ter wereld”.
Te zien uit de ruimte: meest zichtbare bouwwerk ligt in Spanje
Van woestijn tot voedselmotor van Europa
In amper zestig jaar tijd groeide Almería uit van een dor en arm gebied tot een toonbeeld van innovatie en duurzaamheid. Dankzij druppelirrigatie, biologische plaagbestrijding, digitalisering en zonne-energie veranderde het zijn lot en werd het een wereldwijd bestudeerd model.
Jaarlijks voorziet het gebied meer dan 500 miljoen Europeanen van verse groenten en fruit. Het begon in de jaren zestig met de eerste proefkassen onder plastic, gebouwd door pioniers als Francisco ‘Paco el Piloto’ Fuentes samen met ingenieurs van het Instituto Nacional de Colonización. Nu vormt het gebied een wereldwijd voorbeeld van hoe mens en technologie samen een duurzaam evenwicht kunnen scheppen.

Extreem droog gebied
Toch begon het succesverhaal van Almería, en dan met name El Ejido als centrum van de voedselteelt, vanuit een bijna onmogelijke uitgangspositie. Tot halverwege de twintigste eeuw was het platteland van Almería extreem droog, met slechts zo’n 200 millimeter regen per jaar, en bestond het vooral uit kleinschalige bedrijfjes. Alleen in enkele dalen bloeide een commerciële landbouw met tafeldruiven en sinaasappels.
Putten en ‘enarenado’
De echte ommekeer kwam pas toen vanaf de jaren veertig en vijftig systematisch naar grondwater werd geboord. Ook werd een nieuw type landbouwgrond uitgevonden: de ‘enarenado’. Hier wordt boven op de vaak arme bodem een kunstmatige laag opgebouwd van vruchtbare aarde, organisch materiaal en een toplaag van ongeveer tien centimeter zand. Deze isolerende deken vormt een gunstig microklimaat voor jonge planten en voorkomt dat kostbaar irrigatiewater verdampt. In combinatie met de nieuwe putten vormde dit de basis om een moderne irrigatielandbouw op te bouwen in een gebied dat daarvoor als praktisch onbruikbaar gold.
Eerste kassen
In dezelfde tijd dat de eenvoudige kassen van plastic doek ontstonden om de zon maximaal te benutten ontstond, werd ook de Caja Rural de Almería, de latere coöperatieve bank Cajamar, opgericht. Terwijl steeds meer boeren hun velden met plastic bedekten, groeide naast hen een gespecialiseerde financiële infrastructuur mee: een bank en een netwerk van coöperaties dat de investeringen financierde én de export organiseerde. Die dubbele innovatie, agronomisch en financieel, ligt aan de wieg van het ‘Model Almería’ dat de provincie uit de armoede tilde.
Landbouwers uit Almería in Europa
Die innovatieve kracht van de provincie werd op 19 november 2025, tijdens het XI Congres van Jonge Europese Landbouwers, benadrukt in het Europees Parlement in Brussel. Daar nam Almería een hoofdrol in. De afvaardiging, onder leiding van onder meer Carmen Crespo (europarlementariër) en Lola Ferrón, bracht het verhaal van een landbouwsector die niet alleen economisch essentieel is, want goed voor ruim 40% van het provinciale BBP, maar ook technologisch vooroploopt.
Tijdens haar toespraak inspireerde Ferrón honderden jonge boeren uit heel Europa met haar overtuiging dat “de enige duurzame landbouw die toekomst heeft, een is die eerlijke prijzen garandeert voor gezonde en verse producten”. Haar bedrijf Clisol is een Europees voorbeeld van hoe hightech en educatie samengaan met respect voor water en milieu. Zij stelde als eerste haar kassen open voor bezoekers (scholieren, professionals, studenten), om hen de innovatieve en duurzame kant achter het plastic te laten zien.
Tijdens hetzelfde congres juichte de delegatie uit Almería ook de plannen voor een Europese importwaakhond toe, die moet voorkomen dat producten die niet aan Europese normen voldoen de markt verstoren.
Hoe Almería met kassen, druppelirrigatie en robots de concurrentie voorblijft
De landbouw in Almería maakte sinds 1963 meerdere ‘revoluties’ door.
- De uitvinding van de teelt onder plastic.
- De invoering van druppelirrigatie.
- De overgang naar biologische bestrijding in plaats van pesticiden.
- De recente digitalisering en automatisering van processen.
- De integratie van zonne-energie in het kassensysteem voor verdere verduurzaming.
Groen idee: De ‘Mar de Plástico’ bedekken met zonnepanelen
Diverse vormen van digitalisering worden in de kassen zelf ook tastbaar. Zo ontwikkelde de teler Antonio Zamora in Dalías een op afstand bedienbare machine voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen. Het compacte apparaat maakt het werk in de kas lichter en veiliger.
Een ander voorbeeld van deze innovatieve geest in de fase ná de oogst is de coöperatie Vicasol. Hier zijn de lijnen voor onder meer tomaten en komkommers uitgerust met een geavanceerd systeem van robotisering en kunstmatige intelligentie. Camera’s en algoritmen sorteren de producten op kleur, formaat en kwaliteit. Deze worden vervolgens automatisch verpakt nadat ze door onbemande voertuigen naar de verpakkingszone zijn gebracht. Daarmee is het zware tilwerk grotendeels verdwenen en verschuift het werk naar toezicht en kwaliteitsbewaking.
Volgens directeur José Manuel Fernández is het doel tweeledig: het dagelijkse werk verlichten én de productiviteit verhogen om concurrerend te blijven in een steeds veeleisender markt. Voor deze inzet werd Vicasol in Brussel bekroond met de Europese Innovatieprijs.
Opening agrotech-centrum
Ook de regionale overheid stimuleert deze verdere digitalisering en technologisering van de landbouw in Almería. In mei 2025 opende de Junta de Andalucía in El Ejido een agrotech-centrum voor digitaal ondernemerschap, gesteund met 1,4 miljoen euro aan investeringen. Startups en bedrijven ontwikkelen er toepassingen van onder meer AI, drones, sensoren en big data om de kasteelt in Almería verder te verduurzamen.
Water, plastic en mensen: de keerzijde van de ‘plastic zee’

Toch blijft de sector niet zonder zorgen. Tijdens het congres in Brussel juichte Almería de plannen voor een Europese importwaakhond toe. Ze hopen dat er daarmee minder import komt van producten die niet volgens Europese standaarden zijn geproduceerd.
Waterschaarste
Maar ook dichter bij huis groeit de druk om het ‘Model Almería’ verder te verduurzamen. Milieuorganisaties zoals de Fundación Nueva Cultura del Agua wijzen al jaren op de structurele overbelasting van sommige grondwaterlagen. Ook vinden ze de risico’s die kleven aan de ambitie van een van de droogste regio’s van Europa om de groentetuin van het continent te willen zijn. Zij pleiten niet voor een stop, maar wel voor een rem op de groei en meer prioriteit voor drinkwater en natuur, en pas daarna voor economische productie.
Uitbuiting van arbeidsmigranten
Tegelijkertijd ligt de sociale kant van het succes van de plastic zee steeds meer onder een vergrootglas. Een groot deel van de arbeidskrachten in de kassen is migrant, en mensenrechtenorganisaties zoals APDHA documenteren gevallen van uitbuiting, onzekere contracten en geïmproviseerde nederzettingen zonder fatsoenlijke huisvesting, water of elektriciteit. De paradox is dat gemeenten als El Ejido zowel tot de Spaanse koplopers in werkgelegenheid behoren, als tot de plaatsen met de hoogste inkomensongelijkheid.
De sector wijst er zelf op dat er de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in formelere arbeidscontracten, veiligheidsnormen, het gebruik van ontzilt en gezuiverd water en het inzamelen en recyclen van kasplastic. Toch maken onderzoeken naar microplastics in zee en natuurparken in de provincie duidelijk dat er nog een hoop is te doen om de ecologische voetafdruk echt kleiner te maken.
Plastic zee als onbekend monument
Ondanks de keerzijde blijft het succesverhaal van innovatie en verduurzaming achter de plastic zee voor velen nog steeds onzichtbaar, zelfs voor een deel van de eigen inwoners. Ferrón zegt het treffend: “Wij zijn het grootste monument voor voedselproductie ter wereld, maar veel mensen weten dat nog niet.”
Voor wie verder kijkt is de zee van plastic steeds meer een zee van kennis, innovatie en volharding. Almería toont steeds meer dat landbouw juist een motor van verandering kan vormen, een laboratorium waar in hoog tempo wordt gezocht naar oplossingen voor de voedseluitdagingen waar de wereld in de (nabije) toekomst voor komt te staan.
Biologische landbouw in Andalusië groeit met 30% in vier jaar