Vergeten vrouwen onder Franco: Spaanse heldinnen

door portret SAskia Plazier, inspanje.nl redacteurSaskia Plazier
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
vrouwen onder Franco

Maart staat in het teken van vrouwen. Op 8 maart vieren mensen wereldwijd Internationale Vrouwendag. In Spanje gaan op 8M massaal mensen de straat op. Maar nog geen halve eeuw geleden was de positie van vrouwen hier totaal anders. Tijdens de dictatuur van Franco hadden zij nauwelijks rechten en bepaalde het regime hoe zij moesten leven. Niet alle vrouwen legden zich daar bij neer. Wie waren deze vergeten vrouwen onder Franco?

In het kort

  • Vrouwen hadden tijdens de dictatuur van Franco nauwelijks rechten en stonden onder strikte controle van staat en kerk.
  • Instellingen zoals het Patronato de Protección de la Mujer ‘corrigeerden’ meisjes die niet voldeden aan het ideale vrouwbeeld.
  • Vanaf de jaren zestig ontstonden er langzaam veranderingen en groeide het bewustzijn onder vrouwen.
  • Vrouwen als Consuelo García del Cid, Juana Doña en Lidia Falcón maakten misstanden zichtbaar en boden verzet.
  • Ook advocaten als Manuela Carmena, Cristina Almeida en Paca Sauquillo speelden een belangrijke rol in de overgang naar democratie.

Van wetgeving tot opvoeding: het regime bepaalde in die tijd niet alleen de plaats van vrouwen in de samenleving, maar ook hoe ze zich moesten gedragen. Wie daarvan afweek, kon rekenen op harde repressie. En dat bijna vier decennia lang.

De katholieke kerk speelde daarbij een grote rol en was vanaf het begin een van de belangrijkste steunpilaren van Franco’s regime. Binnen het zogenoemde nationaal-katholicisme werkten kerk en staat nauw samen. De katholieke visie op vrouwen bepaalde in grote mate de wetgeving en het dagelijks leven. Vrouwen werden vooral gezien als echtgenote en moeder. Voor werk, zelfstandigheid en eigen keuzes bleef weinig ruimte over.

Vrouwen terug in het keurslijf

Getrouwde vrouwen hadden toestemming nodig van hun man — de zogeheten licencia marital — om te werken, een bankrekening te openen of zelfs te reizen. Al in 1938 voerde Franco de wet Fuero del Trabajo in, die vrouwen stimuleerde om de arbeidsmarkt te verlaten. De boodschap was duidelijk: de ideale vrouw stond in dienst van haar gezin.

Om dat ideaal verder af te dwingen, zette het regime een uitgebreid systeem van controle en (her)opvoeding op. Ook de Falange, de fascistische politieke beweging die Franco steunde en lange tijd de enige toegestane partij was in Spanje, speelde daarbij een sleutelrol.

Via de vrouwenafdeling van de Falange, de Sección Femenina, leerden vrouwen dat huishoudelijke taken geen keuze waren, maar een patriottische plicht. Met verplichte opleidingen en projecten werden jonge vrouwen klaargestoomd voor hun rol als moeder en huisvrouw.

Controle en repressie

Ook de kerk hield streng toezicht op meisjes en jonge vrouwen. Religieuze orden bemoeiden zich met hun opvoeding, gedrag en moraal. Wie afweek van die norm, bijvoorbeeld door zich te verzetten, kon als ‘moreel verdacht’ worden gezien en liep het risico om aangesproken of opgepakt te worden.

Sommige vrouwen kwamen terecht in instellingen van het door de overheid opgezette Patronato de Protección de la Mujer. Dit waren heropvoedingsinstellingen, waar ‘afwijkend’ gedrag bij meisjes gecorrigeerd moest worden. Sommige meisjes verbleven er jarenlang. Veel vrouwen beschreven ze later als gesloten systemen, gekenmerkt door isolatie, dwangarbeid en strenge religieuze discipline.

Barsten in het systeem

In de jaren zestig veranderde er langzaam iets. Steeds meer vrouwen genoten onderwijs, ook aan de universiteit. Tegelijkertijd kwamen er meer plekken waar vrouwen elkaar ontmoetten en ervaringen uitwisselden, bijvoorbeeld in buurtverenigingen of binnen kerkelijke netwerken.

Die ontwikkelingen zorgden voor kleine, maar belangrijke verschuivingen. Vrouwen begonnen hun positie ter discussie te stellen en zochten voorzichtig meer ruimte. Zo ontstond langzaam een bewustzijn dat later zou uitgroeien tot een bredere feministische beweging in de jaren zeventig.

In die periode van onderdrukking én verandering schuilt het verhaal van de vele vrouwen die lange tijd onzichtbaar bleven. Niet alleen de openlijke verzetsstrijders, maar ook vrouwen die elkaar opzochten, samenwerkten, vragen stelden of simpelweg hun eigen weg kozen. Er zijn talloze verhalen van vergeten vrouwen onder Franco. Dit zijn er een paar.

Consuelo García del Cid Guerra

vergeten vrouwen onder Franco

De Catalaanse Consuelo García del Cid Guerra is een van de bekendste stemmen die dit lang verzwegen hoofdstuk uit de geschiedenis naar buiten bracht. Als tiener werd ze zonder pardon door haar ouders in een instelling van het Patronato geplaatst. Daar bracht ze bijna twee jaar door. Al die tijd nam ze zich één ding voor: Ik ga dit vertellen. Het hele land zal te weten komen wat ze ons hebben aangedaan.”

En zo geschiedde. Consuelo werd journalist, schrijfster en activist voor vrouwenrechten. De inmiddels 67-jarige wijdt haar carrière aan het blootleggen van misstanden in deze instellingen. Met haar boeken, haar onderzoek en haar stem in het politieke debat bracht ze het leven achter de muren naar buiten.

Wat ze ook deed, was de babyroofpraktijken uit die tijd onder de aandacht brengen. Ten tijde van Franco haalden de autoriteiten duizenden pasgeboren baby’s weg bij arme en/of linkse moeders. Ouders kregen vaak te horen dat hun kind was overleden. In werkelijkheid kwamen veel van deze kinderen terecht bij welgestelde gezinnen. Een praktijk die gaandeweg ook nog eens financiële belangen kreeg. Tot op de dag van vandaag zoeken families in Spanje naar de waarheid, terwijl veel zaken nog altijd onopgelost zijn.

Juana Doña Jiménez

vergeten vrouwen onder Franco

Juana Doña werd in 1918 geboren in een arbeidersgezin in Madrid. Al op jonge leeftijd sloot ze zich aan bij de communistische beweging. Ook na de overwinning van Franco in 1939 bleef ze actief in het verzet.

Dat kwam haar duur te staan. Ze werd meerdere keren gearresteerd en bracht in totaal bijna twintig jaar door in verschillende gevangenissen, waaronder de beruchte vrouwengevangenis Ventas in Madrid. Het waren zware jaren: hongerstakingen, mishandelingen en het verlies van haar partner Eugenio Mesón, die werd geëxecuteerd.

Zelf kreeg ze de doodstraf opgelegd om haar rol in het verzet, maar die werd — mede door het bezoek van Eva Perón aan Madrid — omgezet in een lange gevangenisstraf.

Ze leerde ongeletterde medegevangenen lezen en schrijven: een vorm van stil, maar krachtig verzet. Na haar vrijlating en een periode in ballingschap in Frankrijk schreef ze haar memoires en bleef ze actief binnen de communistische beweging. Met haar werk gaf ze ook andere vrouwen een gezicht en groeide ze uit tot een belangrijk symbool van vrouwelijk verzet tegen de dictatuur.

Lidia Falcón

Vergeten vrouwen onder Franco

De Madrileense Lidia Falcón groeide op in een schrijvers- en journalistengezin en liet al vroeg van zich horen. Ze sloot zich aan bij de communistische beweging, onder meer binnen de PSUC, de Catalaanse communistische partij. Ze kreeg daardoor al snel te maken met vervolging en repressie. In de jaren zeventig werd ze meerdere keren gearresteerd en zat ze maanden vast vanwege haar politieke activiteiten.

In de laatste jaren van de dictatuur kreeg het verzet een nieuwe vorm. Falcón groeide uit tot een van de bekendste stemmen van het opkomende feminisme in Spanje. Als advocaat, schrijver en activist streed ze voor vrouwenrechten. Na de dood van Franco richtte ze in Barcelona verschillende feministische organisaties op, die later de basis vormden voor de Feministische Partij van Spanje. Een symbool voor een generatie vrouwen die zich niet langer neerlegde bij de opgelegde rol. Of zoals ze het zelf verwoordde: “Toen de burgeroorlog eindigde, telde Spanje 20 miljoen inwoners. Twintig jaar later waren dat er 40 miljoen. Door wie zijn al die mensen op de wereld gezet? Door vrouwen.”

Manuela Carmena, Cristina Almeida en Paca Sauquillo

Niet alle helden zijn klassieke verzetsstrijders. Deze vrouwen, in Spanje beter bekend als Las Abogadas, stonden in de jaren zeventig aan de frontlinie van een andere strijd: die voor rechten en democratie. Ze waren arbeidsrechtadvocaten en verdedigden met name arbeiders en politieke gevangenen. Dat deden ze vaak gratis en met grote risico’s. Hun kantoren waren plekken van verzet, juridische steun, hoop en solidariteit in de laatste jaren van de dictatuur.

Dat maakte hen echter ook een doelwit. In 1977 werd een advocatenkantoor aan de Calle Atocha in Madrid opgeschrikt door een aanslag. Vijf mensen kwamen om het leven. Onder de slachtoffers was ook Javier Sauquillo, de partner van Paca.

De aanval, uitgevoerd door extreemrechtse schutters, was bedoeld om de democratische overgang te stoppen en angst te zaaien. Maar het tegenovergestelde gebeurde. De verontwaardiging in Spanje was groot en bracht duizenden mensen op de been. La Transición was ingezet en bleek niet meer te stoppen.

Juist omdat deze drie vrouwen midden in die gebeurtenissen stonden, en zich ook daarna bleven inzetten voor politiek en mensenrechten, werden ze een symbool voor de strijd om democratie. In 2024 bracht RTVE hun verhaal opnieuw onder de aandacht met de (mini)serie Las Abogadas, waarin hun verhaal en de aanslag op Atocha centraal staan.

Waarom is Internationale Vrouwendag ´8M´ zo belangrijk in Spanje?

 

YouTube player