Vaak gaat het om buitenlandse booteigenaren die om welke reden dan ook niet meer voor de kosten van het havengeld konden opdraaien en daarom hun zeil- of motorjacht maar aan hun lot overlieten door zelf met de noorderzon te vertrekken.
Volgens de nationale vereniging van nautische bedrijven (ANEN) zou het om circa 10.000 boten gaan die verlaten in de Spaanse jachthavens liggen. Voor de particuliere havenbeheerders vormen die verlaten vaartuigen een probleem. Daarom vraagt men nu om hulp aan de overheid.
Cabopino
Volgens ANEN is Cabopino de haven in Zuid-Spanje waar het hierboven geschetste probleem het ernstigst is. Hier liggen 11 verlaten motorboten, waarvan het merendeel een buitenlandse eigenaar heeft. De totale schuld met betrekking tot deze vaartuigen is inmiddels opgelopen tot 44.000 euro. Dat is meer dan de waarde die de boten samen nog vertegenwoordigen.
Estepona, Fuengirola en La Duquesa
In Estepona liggen 8 verlaten boten. De haven van Fuengirola en La Duquesa tellen er elk 7. El Candado in Málaga heeft er twee. Vaak werden de boten achtergelaten nadat of een eigenaar is overleden, het eigendom overging van de ene naar de andere eigenaar of doordat er een juridisch embargo op een jacht werd gelegd.
Wet nodig
Voor de havenmeesters is het vaak onbegonnen werk om de eigenaren van de boten op te sporen. ‘We hebben een wet nodig op basis waarvan we actie kunnen ondernemen en zo snel mogelijk een embargo op het vaartuig kunnen plaatsen. Zo voorkomen we dat we zelf geld verliezen,’ zei Juan Carlos Martín, voorzitter van de Marinas de Andalucía.
Vorig jaar veilde de Junta de Andalucía nog 30 verlaten boten die in havens van de overheid lagen. Volgens Martín was dit een uiterst snelle en efficiënte manier om het probleem op te lossen die hij ook graag ziet voor de jachthavens in particuliere handen.