De lekkage werd op 11 maart ontdekt toen werknemers van het museum op zoek gingen naar de oorzaak van een kortsluiting. In de opslagruimte zagen ze dat er water sproeide uit een brandblussysteem.
Volgens de directeur van het museum, Miguel Zugaza moet ‘er niet te zwaar aan het incident worden getild’ omdat zoiets in elk museum kan gebeuren, zowel nieuwe als oude. Desondanks betreurt hij het wel dat veel werken uit de achttiende eeuw beschadigd raakten.
De ‘Dorpsbruiloft’ werd door de zoon van Pieter Brueghel de Oude geschilderd in 1623 in opdracht van aartshertogin Isabella van Spanje. Dat deze en 9 andere werken te lijden hadden onder het lekkende water, werd in eerste instantie door het museum stilgehouden.
Volgens Zugaza was het niet belangrijk genoeg om naar buiten te brengen en kon het team van restaurateurs zo in alle rust hun werk doen en de schilderijen herstellen.
Eerdere incidenten
Het Prado had al eerder te maken met dergelijke incidenten. In 1993 bijvoorbeeld raakte nog een schilderij van de Spaanse schilder Diego Velázquez beschadigd. Dit lag opgeslagen in dezelfde ruimte als waar nu de schade is ontstaan.