In de donderdag door El País gepubliceerde documenten stond ook de naam genoemd van de premier zelf. Hij zou jaarlijks sinds 1999 zo’n 12.000 euro uitgekeerd hebben gekregen als aanvulling op zijn salaris.
Tijdens een persconferentie voor de Ministerraad op vrijdag, die bol stond van de vragen over het schandaal, wilde vicepresident Soraya Saenz de Santamari hier niet op in gaan.
Ook partijsecretaris De Cospedal hield zich donderdag tijdens ene persconferentie op de vlakte toen haar werd gevraagd naar de mening van de Spaanse president.
‘De premier zal morgen zijn positie over deze kwestie bekendmaken aan het Spaanse volk’, zei Saenz de Santamaria vrijdagmiddag.
Voordat hij in het openbaar verschijnt zal hij een buitengewone ontmoeting hebben met het nationaal uitvoerend cominté van de Partido Popular. Hoe laat en waar hij zaterdag te zien en horen zal zijn, is nog niet bekendgemaakt.