Door zijn energiepotentieel, industriële basis en strategische ligging zou Spanje een grote rol kunnen spelen in de ‘Made in Europe’ strategie: meer productie en ontwikkeling van belangrijke technologie en industrie binnen Europa zelf om minder afhankelijk te worden van China en de Verenigde Staten. Sinds de coronapandemie, de energiecrisis en geopolitieke spanningen groeit in Brussel het besef dat Europa kwetsbaar is wanneer zulke producten vooral buiten het continent worden gemaakt.
In het kort
- Europa wil minder afhankelijk worden van China en VS voor belangrijke industrie en technologie.
- Spanje heeft de potentie om daarin een grote rol te spelen.
- Vooral op het gebied van groene energie, batterijen, chips en logistiek liggen er kansen.
- Maar veel plannen botsen nog op vergunningen, financiering en lokale weerstand.
- Hoe realistisch is die Spaanse rol binnen de Made in Europa-strategie?
Maar hoe zou die rol in de Made in Europe-strategie van Spanje er in de praktijk uit kunnen zien? En wat staat de uitwerking van die plannen tot werkelijkheid nog in de weg?
Energie: zonne‑ en windkracht als voordeel
Energie vormt een van Spanje’s grootste troeven. Met zon te over en goede omstandigheden voor windenergie kan het land hier veel betekenen. Volgens netbeheerder Red Eléctrica was zonne‑energie in 2025 goed voor ongeveer een kwart van het geïnstalleerde elektriciteitsvermogen, iets meer dan windenergie. Dat aandeel verschilt per jaar, maar laat zien hoe snel de sector groeit.
Die groene stroom kan ook gebruikt worden voor groene waterstof. De EU verwacht veel van deze energiebron voor industrie en transport. Projecten zoals H2Med moeten waterstof uit Spanje en Portugal verbinden met Frankrijk en later Noord‑Europa.
Daarnaast werkt Enagás aan plannen voor een Spaans waterstofnetwerk van ongeveer 2.700 kilometer. Een groot deel daarvan bevindt zich nog in ontwerp‑ en vergunningsfase. Of en wanneer het netwerk volledig wordt gebouwd, hangt af van investeringen, vergunningen en maatschappelijk draagvlak.
Als deze plannen wel doorgaan, kan Spanje uitgroeien tot een belangrijke energiehub in Europa, niet alleen als producent van groene energie, maar ook als plek waar technologie zoals waterstofinstallaties en onderdelen voor windparken wordt gemaakt.
Auto‑industrie en batterijen
Spanje speelt al decennialang een belangrijke rol in de Europese auto‑industrie. Volgens overheidsgegevens vertegenwoordigt de sector ongeveer 10% van het bbp en circa 18% van de export, afhankelijk van hoe indirecte effecten worden meegeteld. Fabrieken van onder meer Seat, Volkswagen, Ford en Stellantis maken Spanje tot een van de grootste autoproducenten van de EU.
Met de overstap naar elektrische auto’s verandert de sector snel. Via programma’s zoals Spain Auto 2030 probeert de Spaanse overheid investeringen aan te trekken voor elektrische voertuigen, laadnetwerken en batterijproductie.
De inzet is duidelijk: een groter deel van de batterijketen in Europa opbouwen om minder afhankelijk te worden van Aziatische, en vooral Chinese, producenten. Tegelijk blijft de concurrentie om zulke investeringen groot en spelen factoren zoals vergunningen, energieprijzen en infrastructuur een belangrijke rol.
Chips en technologische ontwikkeling
Een andere sector waarbinnen Europa minder afhankelijk van andere werelddelen probeert te worden van andere werelddelen is die van halfgeleiders. Spanje wil daarin een rol spelen via het nationale PERTE Chip‑programma, dat miljarden aan investeringen moet mobiliseren voor micro‑elektronica en halfgeleiders.
Onderdeel daarvan is een subsidieronde van ongeveer 200 miljoen euro, waarvoor bedrijven en startups projecten kunnen indienen. Dat sluit aan bij de Europese Chips Act, die meer chipontwikkeling en productie in Europa wil stimuleren.
Veel van deze programma’s zijn nog in ontwikkeling. Subsidies worden gefaseerd toegekend en projecten moeten nog door vergunnings- en investeringsrondes. Omdat Spanje op het moment nog geen grote chipproducent is, richt het land zich voorlopig vooral op onderzoek, ontwerp en gespecialiseerde onderdelen van de keten.
Defensie en kritieke grondstoffen
Sinds de oorlog in Oekraïne krijgt ook de defensie‑industrie binnen Europa meer aandacht. EU-landen investeren meer in gezamenlijke defensieprojecten en Europese productie. Spanje’s rol daarin loopt via bedrijven zoals Airbus, Navantia en Indra. Het land neemt bijvoorbeeld deel aan het FCAS‑programma waarin het met Frankrijk en Duitsland een Europees gevechtsvliegtuig ontwikkelt. Ook wordt binnen Europese samenwerking zoals PESCO gewerkt aan nieuwe technologieën zoals drones en digitale militaire netwerken.
Europa kijkt daarnaast steeds nadrukkelijker naar kritieke grondstoffen nodig voor batterijen, windturbines en digitale technologie. Spanje heeft verschillende mijnbouwprojecten voor bijvoorbeeld lithium. Of dat potentieel uiteindelijk volledig kan worden benut hangt echter wel af van de afloop van juridische procedures, milieudiscussies en lokale protesten.
Landbouw en voedselzekerheid
Naast industrie speelt Spanje een belangrijke rol in de Europese landbouw. Het land hoort bij de grootste exporteurs van producten zoals olijfolie, fruit, groenten en wijn. Een positie die alleen door watertekorten en klimaatverandering steeds meer onder druk komt te staan. De bijdrage van Spanje aan Europese voedselzekerheid hangt daarom ook af van aanpassingen in waterbeheer en landbouwmethoden.
Poort naar andere continenten
De geografische ligging van Spanje is een extra voordeel. Havens zoals Algeciras, Valencia en Barcelona behoren tot de belangrijkste logistieke knooppunten in Zuid‑Europa en verbinden Europa met Afrika, Latijns‑Amerika en het Middellandse Zeegebied. Zodoende kan Spanje een rol spelen in nieuwe handelsroutes en industriële ketens die Europa minder afhankelijk van productie in Azië moeten maken.
Kansen, maar ook onzekerheden
Spanje heeft dus duidelijke troeven in handen: veel hernieuwbare energie, een sterke industrie en een gunstige ligging. Maar die voordelen leiden niet automatisch tot succes. Veel projecten lopen tegen vergunningsprocedures, netcapaciteit, financiering of lokale weerstand aan. Bovendien moet de concurrentie van andere EU-landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Scandinavische landen, om dezelfde industriële investeringen ook niet worden onderschat.
Of Spanje uiteindelijk echt een grote rol krijgt in het Europese ‘Made in Europe’‑beleid, zal daarom afhangen van hoe snel plannen worden uitgevoerd en hoeveel projecten daadwerkelijk worden gerealiseerd.