Geen pretje als je in de zee wilt zwemmen en je eerst door een dikke laag bruine smurrie moet waden. Een laag die bovendien niet al te fris ruikt. De Andalusische kust gaat opnieuw een zware zomer tegemoet door de Aziatische alg. De invasieve soort Rugulopteryx okamurae spoelt in grote hoeveelheden aan op stranden in Cádiz, Málaga en andere kustprovincies. Tien jaar geleden begon het nog als een opmerkelijke vondst bij de Straat van Gibraltar. Inmiddels is het tot een hardnekkig probleem uitgegroeid dat voor hoofdbrekens zorgt voor gemeenten, vissers en strandgangers.
De regionale regering van Andalusië heeft de massale aanspoeling officieel aangemerkt als een situatie van “overmacht en extreme noodzaak”. Zodoende kunnen kustgemeenten worden vrijgesteld van de staatsbelasting die normaal geldt voor het storten van afval op een vuilstortplaats.
Waar komt de Aziatische alg vandaan?
De naam zegt het al: Rugulopteryx okamurae is geen soort die van nature in Andalusië thuishoort. De bruine alg komt oorspronkelijk uit de noordwestelijke Stille Oceaan, onder meer uit de omgeving van Japan, Korea en China. In de Straat van Gibraltar werd de soort rond 2015 voor het eerst in Europese wateren vastgesteld. Hoe de alg daar precies is beland, is niet met zekerheid bewezen. Wetenschappers houden rekening met verspreiding via de internationale scheepvaart, bijvoorbeeld door ballastwater of aangroei op scheepsrompen. Eenmaal aanwezig vond de soort in de zeestraat kennelijk gunstige omstandigheden om zich razendsnel uit te breiden.
Noodstatus moet gemeenten lucht geven
Die vrijstelling is voor de getroffen kustplaatsen belangrijk. Het opruimen van de alg kost jaarlijks veel geld aan personeel, machines, transport en verwerking. Daarbovenop kwam tot de vrijstelling ook nog een belasting van 30 euro per ton voor het storten van het materiaal als afval. Volgens de Junta valt de situatie onder de uitzonderingen die de Spaanse afvalwet toestaat bij overmacht, extreme noodzaak of rampen.
De maatregel lost de invasie niet op, maar haalt wel een deel van de financiële druk weg bij gemeenten die hun stranden schoon en toegankelijk moeten houden. De urgentie is groot nu de zomer begint en de stranden belangrijk zijn voor zowel inwoners als ondernemers in de toeristische sector én de toeristen zelf.
Cádiz trekt opnieuw extra geld uit
Ook de provincie Cádiz probeert gemeenten te ondersteunen. De Diputación de Cádiz trekt dit jaar 605.460 euro uit voor kustplaatsen die zwaar worden getroffen door de Aziatische alg. Het is het vijfde jaar op rij dat er een steunregeling bestaat. Het bedrag ligt ongeveer 100.000 euro hoger dan vorig jaar en bijna een half miljoen euro hoger dan bij de start van de regeling in 2022.
Tarifa krijgt met 150.000 euro het grootste bedrag, gevolgd door Barbate met 137.500 euro en La Línea de la Concepción met 90.000 euro. Ook San Roque, Cádiz, El Puerto de Santa María, Conil, Rota en Algeciras ontvangen steun. Het geld gaat naar schoonmaak, transport naar verwerkingslocaties, machinehuur, identificatie van de soort en extra personeel.
Dat de provincie al vijf jaar achter elkaar geld moet vrijmaken, laat zien dat het niet meer gaat om een uitzonderlijke zomerplaag. De alg is voor veel kustplaatsen een vaste kostenpost geworden.
Estepona haalt duizenden tonnen van het strand
Hoe groot de opgave is, blijkt onder meer in Estepona. De gemeente heeft sinds 13 juni een speciaal noodplan geactiveerd na nieuwe massale aanspoelingen. Alleen op het strand La Rada werd al 1.100 ton alg verwijderd. In totaal ging het die week om meer dan 2.000 ton op de stranden van Estepona.
De gemeente zet tientallen schoonmakers en zwaar materieel in, zoals tractoren, graafmachines, remwagens en andere machines om algen van het strand te halen. Desondanks blijft het dweilen met de kraan open: zodra de wind draait of de levante aanhoudt, spoelen opnieuw grote hoeveelheden alg aan.
Ook elders aan de kust duiken dezelfde beelden op. In Algeciras moest de gemeente vorige week ingrijpen op het strand van Getares. Na levantewind waren daar grote hoeveelheden alg aangespoeld. Lokale bestuurders wijzen daarbij op de hoge kosten en de beperkte middelen die gemeenten zelf hebben om dit steeds opnieuw op te vangen.
Van de Straat van Gibraltar tot Almería
Sinds de Aziatische alg in 2016 voor het eerst werd vastgesteld in de omgeving van de Straat van Gibraltar heeft de soort zich snel verspreid langs beide zijden van de zeestraat. Inmiddels komt de alg voor in alle vijf Andalusische kustprovincies: Cádiz, Huelva, Málaga, Granada en Almería. De druk is vooral groot in Cádiz en het westen van Málaga.
De gevolgen zijn omvangrijk. Vissers zien hun netten gevuld met alg zonder vis, hun vistuig raakt beschadigd waardoor ze hogere kosten hebben. Op stranden zorgt de rottende massa voor stank, vuil vocht en een onaantrekkelijk beeld voor badgasten. Volgens de Junta is de soort op middellange termijn niet uit te roeien en is herstel van de aangetaste ecosystemen voorlopig niet realistisch.
Voorlopig vooral opruimen
Een echte oplossing is er nog niet. Hergebruik van de biomassa blijkt lastig, onder meer door het hoge gehalte aan zout en zand. Composteren is technisch ingewikkeld en industriële toepassingen staan nog in de kinderschoenen. Daardoor blijft verwerking als afval voorlopig vaak de enige haalbare route.
Tegelijk lopen er initiatieven om de alg beter in kaart te brengen en mogelijk nuttig te gebruiken, bijvoorbeeld als grondstof voor energie, verpakkingen of landbouwtoepassingen. Maar op de stranden overheerst voorlopig de praktische realiteit: opruimen, afvoeren en opnieuw beginnen.
De combinatie van noodmaatregelen, provinciale steun en steeds nieuwe beelden van volgelopen stranden maakt duidelijk dat Andalusië niet meer te maken heeft met een tijdelijk natuurverschijnsel. Voor de kustgemeenten is de Aziatische alg een langdurige strijd geworden tegen een soort die voorlopig niet verdwijnt, maar wel elke zomer opnieuw zichtbaar wordt op precies de plekken waar de regio zich van haar aantrekkelijkste kant wil laten zien.