Twee piepkleine berggeitjes kunnen het verschil maken voor bedreigde diersoorten

door Judith Goeree
De twee jonge berggeiten Riato en Sedello tussen volwassen Spaanse berggeiten.

Pablo Bermejo bukt zich en tuurt door een kier in een metalen deur. Aan de andere kant staan drie Spaanse beggeiten hem wantrouwend aan te kijken. Verscholen tussen hun poten scharrelen twee, op het eerste gezicht doodgewoon lijkende, jonge geitjes rond. Toch hebben Riato en Sedello geschiedenis geschreven. Ze zijn de eerste wilde hoefdieren ter wereld die zijn geboren na een ivf-behandeling waarbij zowel de eicellen als het sperma afkomstig waren van dieren die al waren overleden.

In het kort

  • Spaanse onderzoekers slaagden er voor het eerst in twee wilde hoefdieren ter wereld te brengen via ivf met genetisch materiaal van overleden dieren.
  • Zowel de eicellen als het sperma waren afkomstig van berggeiten die al waren gestorven — een wereldprimeur.
  • De twee geitjes heten Riato en Sedello, vernoemd naar locaties in Madrid en Andalusië waar het genetisch materiaal werd verzameld.
  • Embryo’s kunnen tientallen jaren ingevroren blijven zonder kwaliteitsverlies, wat ze inzetbaar maakt bij toekomstige bedreigingen.
  • De techniek biedt perspectief voor het behoud van ernstig bedreigde berggeiten en andere hoefdieren wereldwijd.

Een diepvries als levensverzekering

In de kelders van het INIA-CSIC, het onderzoeksinstituut van de Spaanse wetenschapsraad aan de rand van Madrid, bewaren wetenschappers ingevroren sperma van tientallen wilde diersoorten. Van de Iberische lynx en de koala tot de panda, de jaguar en de flamingo. Alles ligt opgeslagen bij bijna 200 graden onder nul.

Dierenarts Julián Santiago verzamelt al 25 jaar sperma van Spaanse berggeiten in jachtreservaten om het te bewaren als genetische reserve voor de toekomst.

Maar die genetische bank bevatte tot nu toe alleen sperma van mannetjes. Het genetisch materiaal van vrouwtjes kon nog niet op dezelfde manier worden bewaard en gebruikt. Daar hebben de onderzoekers nu een oplossing voor gevonden.

Jaren werk voor twee kleine geitjes

Vorig jaar begon het team van Bermejo en Santiago, samen met collega’s Nuria Martínez de los Reyes en Priscila Ramos-Ibeas, aan een experiment dat nog niemand eerder tot een goed einde had gebracht. Ze haalden eicellen en spermacellen uit de voortplantingsorganen van berggeiten die een natuurlijke dood waren gestorven of tijdens de jacht waren afgeschoten.

In het laboratorium werden de eicellen bevrucht en ontwikkelden de embryo’s zich zeven dagen lang. Daarna werden ze razendsnel ingevroren. Na ontdooiing plaatsten de onderzoekers ze terug bij draagmoeders: andere Spaanse berggeiten.

Van de vijf draagmoeders werden er drie drachtig. Uiteindelijk werden twee gezonde jongen geboren. Ze kregen de namen Riato, naar een beekje in de jachtreserve Sonsaz bij Madrid, waar de eicellen vandaan kwamen, en Sedello, naar het Andalusische dorp Sedella in de Sierra de Tejeda, waar de testikels werden verzameld waaruit het sperma werd gewonnen.

Waarom juist de Spaanse berggeit?

De Spaanse berggeit (Capra pyrenaica) leeft in rotsachtige berggebieden op het Iberisch schiereiland — van de jachtreserve Sonsaz bij Madrid en de Sierra de Tejeda in Andalusië tot de Sierra Nevada en de Sierra de Gredos. Dankzij beschermingsprojecten telt de soort inmiddels weer zo’n vijftigduizend dieren. Toch kunnen schurftuitbraken lokale populaties flink uitdunnen en vormen steeds vaker voorkomende natuurbranden een serieus risico. Twee ondersoorten van de Spaanse berggeit zijn inmiddels uitgestorven. De bekendste is de burcardo uit de Pyreneeën, waarvan het laatste dier in 2000 stierf zonder nakomelingen achter te laten.

Juist daarom is de soort geschikt om deze techniek te ontwikkelen. Als de methode zich blijft bewijzen, kan zij later ook worden ingezet om ernstig bedreigde berggeiten en andere hoefdieren elders in de wereld te helpen behouden.

Een verzekering voor de toekomst

Het grote voordeel is dat embryo’s tientallen jaren ingevroren kunnen blijven zonder aan kwaliteit te verliezen.

“Het maakt niet uit of we de embryo’s morgen gebruiken of over dertig jaar,” zegt Bermejo. “Ze zijn even levensvatbaar. We hebben laten zien dat we op deze manier het genetisch materiaal van bestaande populaties kunnen veiligstellen.”

Toch zijn er ook kritische geluiden. Wetenschappers waarschuwen dat te veel nadruk op biotechnologie de aandacht, en het geld, kan wegtrekken van waar het eigenlijk om gaat: het beschermen van leefgebieden. Een bevroren embryo lost immers niets op aan ontbossing, klimaatverandering of stroperij. De onderzoekers van het INIA-CSIC zijn het daarmee eens. Voor hen is de genetische bank geen alternatief voor natuurbescherming, maar een vangnet voor als het te laat dreigt te zijn.

Maar dat vangnet bestaat nu. Riato en Sedello zijn het levende bewijs. Hun geboorte laat zien hoe moderne voortplantingstechnieken kunnen bijdragen aan het behoud van diersoorten. Een kleine stap voor twee jonge dieren, maar mogelijk een grote stap voor de natuurbescherming.

Riato en Sedello zijn daarmee veel meer dan twee nieuwsgierige geitjes. Hun geboorte laat zien hoe moderne voortplantingstechnieken kunnen bijdragen aan het behoud van diersoorten. Een kleine stap voor twee jonge dieren, maar mogelijk een grote stap voor de natuurbescherming.