Boekhouder bekent in zaak Nóos waar ook Spaanse prinses bij betrokken is

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Boekhouder bekent in zaak Nóos waar ook Spaanse prinses bij betrokken is

Marco Antonio Tejeiro deed zijn verklaring in ruil voor strafvermindering. Het 8 pagina’s tellende rapport werd donderdag door openbaar aanklager Pedro Horrach overhandigd aan rechter José Castro van het Hof in Palma de Mallorca. 

Urdangarín en zijn voormalige zakenpartner Diego Torres hebben de Stichting Nóos opgericht. Met deze stichting zouden ze drie liefdadigheidsevenementen op het gebied van sport organiseren. Voor de organisatie van deze Valencia Summit en twee maal het Illes Balears Forum ontvingen ze in totaal bijna 6 miljoen euro van de regionale overheden van de Balearen en Valencia. Later bleek dat de werkelijke kosten voor de organisatie slechts 1,6 miljoen euro bedroegen. Het geld werd via diverse bedrijven van Urdangarín en Torres weggesluisd. Een van die bedrijven was Aizoon. Hiervan waren Urdangarín en zijn vrouw, de Spaanse prinses Cristina beide voor 50 procent eigenaar.

Recent werd ook prinses Cristina officieel aangeklaagd voor witwassen en belastingfraude in deze zaak. Het is de eerste keer in de geschiedenis van de Spaanse monarchie dat een lid van de koninklijke familie in de beklaagdenbank belandt. Volgens Tejeiro, die de broer is van de eveneens aangeklaagde vrouw van Diego Torres, ging een groot deel van het geld naar het buitenland.

Tijdens een urenlang verhoor van de Spaanse prinses in februari hield deze zich vooral van de domme met antwoorden als ‘ik wist het niet’, ‘daar was ik niet van op de hoogte’ of ‘ik vertrouwde mijn man’. Eerder deze week bleek dat de prinses in hoger beroep gaat tegen het feit dat ze als verdachte in de zaak wordt beschouwd.