Het is een van de meest fotogenieke schandvlekken van de Spaanse kust: een verlaten hotelcasco van 21 verdiepingen en 411 kamers, kaarsrecht neergezet op het strand van El Algarrobico, midden in het beschermde Natuurpark Cabo de Gata-Níjar in Almería. Al twintig jaar staat het gebouw er, nooit geopend, nooit gesloopt en als symbolisch monument voor Spaanse bouwspeculatie waar zelfs de hoogste rechters van het land zich meermaals over hebben gebogen. Deze week zette de gemeenteraad van Carboneras eindelijk de knop om die daadwerkelijk tot sloop kan leiden.
Dinsdag stemde de gemeenteraad van Carboneras definitief voor het nietig verklaren van de bouwvergunning die het bedrijf Azata del Sol in januari 2003 kreeg voor het hotel. Die stap was allesbehalve vanzelfsprekend: ondanks tientallen rechterlijke uitspraken en veertien arresten van het Hooggerechtshof die het bouwwerk illegaal verklaarden, bleef de oorspronkelijke vergunning al die tijd formeel gewoon geldig.
Het hoogste gerechtshof van Andalusië (TSJA) stelde de gemeente daarom een ultimatum van twintig werkdagen, met de dreiging van een gedwongen uitvoering van het vonnis én mogelijke strafrechtelijke vervolging wegens ongehoorzaamheid. Die dreiging volgde op een eerdere blokkade tijdens de gemeenteraadsvergadering van 17 juni.
Emotionele burgemeester, vier raadsleden lopen weg
De stemming zelf verliep verre van soepel. Vier raadsleden – de socialisten José Luis Amérigo en Francisco Capel, en de onafhankelijken Ángeles Carrillo en Felipe Cayuela – verlieten de zaal vlak voor de stemming uit protest, omdat ze eerst aanvullende sociaaleconomische rapporten wilden zien.
Toch haalde het voorstel een absolute meerderheid, dankzij de steun van de coalitiepartijen Ciudadanos en PP, aangevuld met twee PSOE-raadsleden, Mariana Esteban en Isabel Hernández Caparrós. Zij verklaarden voor te stemmen om de wet na te leven en strafrechtelijke vervolging te vermijden.
Burgemeester Salvador Hernández (Ciudadanos) kon zijn emoties nauwelijks verbergen tijdens zijn toespraak en moest even pauzeren, zichtbaar aangedaan. Hij richtte scherpe kritiek aan het adres van de PSOE. De oorspronkelijke vergunning werd in 2003 namelijk verleend door de toenmalige socialistische burgemeester Cristóbal Fernández, toevallig de oom van de huidige PSOE-fractievoorzitter. “We weten allemaal wie de vader en moeder van El Algarrobico zijn. De familie Fernández Amérigo heeft ons dit trauma bezorgd,” aldus Hernández.
Twintig jaar rechtszaken, meer dan vijftig uitspraken
Voor meer begrip over de omvang van het conflict, keren we terug naar 21 februari 2006. Het hotel was al voor zo’n 95% klaar, inclusief reservering bij touroperators, met al zo’n 200 mensen in en om het gebouw aan het werk. Tot een rechter in Almería ingreep en de bouw stillegde na bezwaren van onder meer Greenpeace en de lokale actiegroep Salvemos Mojácar. Sommige bouwvakkers zouden destijds in tranen zijn uitgebarsten.
Sindsdien stapelden rechtszaken zich op: meer dan vijftig gerechtelijke uitspraken en veertien arresten van het Hooggerechtshof. Dit merkte de bouw uiteindelijk aan als “een situatie geheel zonder enige rechtsgrond.” Toch bleef het gebouw overeind, simpelweg bij uitblijven van een sloopbevel. Die verantwoordeliijkheid bleef steeds bij de betrokken overheden liggen, die op hun beurt jarenlang naar elkaar wezen.
Voor een daadwerkelijke sloop moesten twee stappen worden gezet. Allereerst het bestemmingsplan van Carboneras aanpassen zodat de grond terugkeert naar beschermde natuurstatus. En ten tweede de nietigverklaring van de bouwvergunning. Pas hierna kan het formele sloopdossier worden geopend. De eerste stap – de bestemmingsplanwijziging – was al eerder afgerond. Met de stemming van dinsdag is nu ook de tweede horde genomen.
Wie betaalt de rekening?
Het financiële plaatje blijft omstreden. Bouwbedrijf Azata del Sol eist al jaren een schadevergoeding van 70 miljoen euro van de gezamenlijke overheden, gebaseerd op de veronderstelling dat de grond bouwrijp zou zijn, plus de 27,4 miljoen euro die het bedrijf zegt te hebben geïnvesteerd.
PSOE-voorzitter in Andalusië, María Jesús Montero, prees de koerswijziging van de twee socialistische raadsleden en riep de regionale regering (Junta) op om de sloop formeel te eisen bij de bouwer. Volgens haar berekening komt de reële schadevergoeding uit op zo’n vier miljoen euro – fors lager dan de 70 miljoen die de bouwer claimt, omdat het perceel juridisch simpelweg altijd “landelijke grond” is geweest, geen bouwgrond. Die kosten zouden eventueel door de gemeente Carboneras zelf, of subsidiair door andere overheden, gedragen kunnen worden.
Sinds 2011 bestaat er overigens al een samenwerkingsafspraak tussen de Spaanse centrale overheid en de Andalusische regionale overheid: het ministerie van Ecologische Transitie zou de daadwerkelijke sloop van het gebouw voor zijn rekening nemen, terwijl de Junta de Andalucía verantwoordelijk zou zijn voor het opruimen van het puin en het herstel van het natuurgebied.
Milieuorganisaties: opgelucht, maar op hun hoede
Vanuit de regionale overheid reageerde waarnemend minister van Ontwikkeling Rocío Díaz enthousiast: volgens haar was het nietig verklaren van de vergunning “de meest solide en effectieve route” naar sloop. Ze kondigde aan dat de Junta “onmiddellijk” zal starten met de technische en administratieve voorbereidingen voor het herstel van het beschermde gebied, in samenwerking met de centrale regering.
Milieuorganisaties reageren voorzichtiger. Greenpeace-advocaat José Ignacio Domínguez waarschuwt dat bouwer Azata del Sol naar verwachting in beroep zal gaan bij zowel de rechtbank van Almería als het Andalusische hooggerechtshof. Toch benadrukt hij dat zo’n beroep de sloopverplichting van de gemeente niet zou moeten opschorten. Greenpeace eist bovendien dat de Spaanse staatsbegroting voor 2027 een aparte post opneemt voor de sloopwerkzaamheden zelf, die de organisatie op ruim zeven miljoen euro raamt.
Ook actiegroep Salvemos Mojácar toont zich strijdvaardig. Volgens de organisatie maakt het gemeenteraadsbesluit “een einde aan twintig jaar institutionele opstandigheid”, en kondigt ze aan onmiddellijk bij het Andalusische hooggerechtshof te vragen om de sloopprocedure – die stillag in afwachting van deze formele nietigverklaring – weer te heropenen.
Nog niet het definitieve einde
Ondanks het historische karakter van de stemming, benadrukt burgemeester Hernández zelf dat het verhaal nog niet voorbij is. Hij riep de centrale en regionale overheid op tot samenwerking, en waarschuwde dat zonder een gezamenlijke aanpak de daadwerkelijke sloop nog altijd kan uitblijven. Voor de circa 8.000 inwoners van Carboneras, die al ruim twee decennia leven met het silhouet van een nooit-geopend hotel aan hun kust, blijft het dus voorlopig nog even afwachten of El Algarrobico daadwerkelijk gaat verdwijnen – of dat het gebouw nog een nieuw hoofdstuk toevoegt aan zijn eindeloze juridische soap.