‘De échte crisis ligt achter ons’

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
‘De échte crisis ligt achter ons’

Beleggersbank cq vermogensbeheerder Alex Spanje wilde antwoord op de vraag ‘2014, herstel of krach?’ Een antwoord waarin duidelijk – te zien aan de opkomst – veel meer mensen zijn geïnteresseerd. Na afloop zijn de genodigden unaniem enthousiast over de spreker, die uit de losse pols en met veel humor de complexe economische situatie van de laatste jaren bespreekt, en daarbij ook de Spaanse situatie belicht. Naast economie gaat hij het ook hebben over de beurs en over kunst ‘weet ik helemaal niks van hoor’. Dat Bouman zijn presentatie met veel grafieken illustreert met toepasselijke meesterwerken ‘gejat, oh nee dat kan niet want het mag’ van de website van het Rijksmuseum in Amsterdam, leidt tot extra aandacht voor wat hij te zeggen heeft. Aandacht ook door hoe hij met vragen en opmerkingen zijn publiek weet te betrekken in zijn verhaal: ‘Jullie zien er allemaal gezond uit’, ‘denkt u dat de crisis voorbij is, of nog niet?’, ‘Wie van jullie heeft nog een huis in Nederland?’ en ‘Jullie zijn allemaal ex-ondernemers toch?’

 

Mathijs Bouman in het kort

 

Bouman (1966), nu beurscommentator bij RTLZ (‘kijkt u dat weleens? Goed hè!’), columnist voor het Financieele Dagblad en Z24 en regelmatig te gast bij De Wereld Draait Door, Eén Vandaag en andere actualiteitenprogramma’s, studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij ook promoveerde. Na twee jaar bij zakenblad FEM de Week (‘door Reed Elsevier vakkundig gekild, ze wilden het adressenbestand’) werkte hij van 2003 tot 2005 bij De Nederlandse Bank (‘niet bij de afdeling toezicht maar voor Wellink, wat een veel leukere man is dan iedereen denkt’). Hij publiceerde ook de boeken ‘Hollandse overmoed – Hoe de beste economie van de wereld ontspoorde’, ‘De grote recessie’ en ‘Europa in crisis’.

 

‘Hoera, we zijn niet helemaal vergaan’

 

‘Is de crisis volgens u voorbij of niet?’ is de eerste vraag aan de zaal. De meerderheid vindt van niet. ‘In Nederland zeggen ze al dat de crisis voorbij is’. Natuurlijk moet er nog veel gebeuren, maar volgens de marco-econoom is de pure eurocrisis wel degelijk bestreden. Dat hebben we volgens hem vooral te danken aan de ferme retoriek van de president van de Europese Centrale Bank toen er in de zomer van 2012 veel stress was op de financiële markt en de Spaanse rente was gestegen tot de gevarenzone van 7 procent. Mario Draghi zei letterlijk: ‘Ik doe wat nodig is om de euro te redden’ en voegde daar nog aan toe ‘en dat zal genoeg zijn’. Zijn woorden waren zeer effectief. De Spaanse rente daalde weer naar een aanvaardbaar niveau en het directe gevaar voor Spanje en andere probleemlanden was geweken. Wat Draghi had gedaan is volgens Bouman ‘waanzinnig, krankzinnig effectief’ geweest en hij merkt nog op dat het verbazingwekkend is dat geen enkele voorganger ooit op hetzelfde idee is gekomen.

Tussendoor merkt Bouman nog op dat we wel spijt kunnen hebben van de euro, maar we moeten het er wel mee doen. Teruggaan zou tot een enorme crisis leiden. Over het geheel genomen is hij positief en richt zich liever op het feit ‘dat we niet helemaal zijn vergaan’, dan op de rommel die nog opgeruimd moet worden. Dit illustreert hij wederom met een toepasselijk plaatje van een vergaan schip met drenkelingen die zichzelf op het nippertje hebben weten te redden. Toch liggen er ondanks de positieve teneur nog vier gevaren op de loer.

 

Eerste gevaar: Krediet

 

‘Als je niet groeit heb je geen krediet nodig, als je daarentegen wel wilt groeien, zou een gebrek aan krediet wel eens de bottleneck kunnen zijn’. Bouman heeft het over de ‘credit crunch’ ofwel de kredietcrisis. Banken lenen geen geld uit. ‘In theorie zeggen ze van wel, maar feitelijk amper en als reden wordt dan gegeven dat niemand zich meldt met een goed plan’. In Nederland heeft dit een groter effect op de economie dan bijvoorbeeld in Amerika, waar men veel minder afhankelijk is van bankkrediet.

 

Tweede gevaar: Het monetaire experiment

 

Bouman toont een schilderij waar blije engeltjes bezig zijn met een experiment. ‘Dit zijn de centrale bankiers, die met ons goud en onze reserves feest zijn gaan vieren’. Hij noemt de gevaarlijk grote invloed van Ben Shalom Bernanke, sinds 2006 de directeur van de Amerikaanse Centrale Bank (FED) met zijn ‘forward guidance’. ‘De ECB doet het ook, maar in mindere mate’. Bernanke heeft een paar keer ingegrepen door de rente laag te houden. Bouman noemt het ‘prijsmanipulatie middels kunstmatige interventie’. Dit heeft veel risico’s tot gevolg, want toen Bernanke aankondigde iets minder op te gaan kopen, stortte Brazilië in, kwam Turkije in de problemen en raakten veel meer landen in moeilijkheden. Het heeft teveel effecten op de wereld en ‘wat mij betreft is dit risico nummer 1’.

 

Derde gevaar: Halve maatregelen Europa 

 

‘Europa heeft weer eens een halve oplossing gezocht’ en ‘het fundamentele probleem van de euro is nog niet opgelost’. Bouman doelt hierbij op het feit dat de landen wel samen een munt hebben, maar nog steeds verantwoordelijk zijn voor hun eigen banken. Nu is besloten in de Bankenunie dat Europa de banken controleert en als er met een bank iets mis dreigt te gaan, besluit de ECB wat ermee te doen. Een klein detail is echter dat niet is geregeld wie gaat betalen als blijkt dat een bank omvalt. Zodoende is de gevaarlijke link tussen overheden en hun banken nog niet opgelost. Bouman noemt het een typische houding van de EU: ‘dat zien we dan wel weer’.

 

Vierde gevaar: Ingrijpen bij inflatie of deflatie 

 

Hier benadrukt onze spreker vooral de invloed van de Amerikaanse angst voor deflatie op de rest van de wereld. ‘Te vroeg ingrijpen heeft deflatie tot gevolg en te laat ingrijpen leidt tot inflatie’. Bouman ziet ‘vroeg herkennen van deflatie en vroeg afspraken maken over de rentevergoeding eigenlijk als oplossing’. Het probleem is dat de VS er alles aan doet om deflatie te voorkomen met alle gevolgen van dien. De FED heeft drie keer de rente omlaag gebracht bij dreigende deflatie. Dat hielp, de koersen stegen meteen. Maar deze ‘overdreven angst voor deflatie zorgt elke keer weer voor nieuwe zeepbellen die al hoger en al erger worden. De centrale bank moet steeds gekkere dingen doen om de volgende zeepbel te voorkomen. Als psychiater zou je het wel weten wat er met deze patiënt [VS] aan de hand is, het heeft iets manisch’, zegt Bouman over het patroon dat hier zichtbaar is. Hij vergelijkt degenen die voorstellen niets meer aan die zeepbellen te doen, want die zorgen ervoor dat mensen zich rijk voelen, geld uitgeven en zo een oplossing geven voor deflatie met een ‘pyromaan die rondrent met een petroleumfles en roept: is belangrijk want we hebben het allemaal koud’.

Hij geeft een voorbeeld van een technisch simpele oplossing: het nummeren van alle bankbiljetten. ‘Elk jaar loot je vervolgens 10 procent van die biljetten uit. Dan gaan mensen wel geld uitgeven, omdat ze bang zijn dat ze er straks niets meer aan hebben.’

 

Beleggen

 

Volgens Bouman weet een macro-econoom in het licht van het voorgaande meer van beleggen dan een beursanalist, omdat hij zicht heeft op wat centrale bankiers doen. Hij laat een plaatje zien van een kind in een tuigje ofwel leiband en zegt: ‘We lopen aan de leiband van de centrale bankiers. De beurs is een soort substituut geworden voor wat je anders met je geld kunt doen: sparen of obligaties kopen levert zo weinig op door interventies van centrale bank en, dan ga je maar beleggen om meer rendement te behalen.’

Over beleggen in goud is Bouman duidelijk: ‘koop geen goud, want je kunt er niets mee’ en ‘in goud beleggen is per definitie speculeren, want je moet altijd maar weer een andere gek vinden die het voor een hogere prijs wil kopen. Je verwacht een waardestijging omdat je verwacht dat een ander er nog meer voor betaalt’. Zelf zegt hij met de nodige zelfspot uitsluitend te beleggen ‘in vastgoed met geleend geld’ en daarbij te zijn ingestapt ‘op het aller slechtste moment, in augustus 2008’.

 

Speculeren met apenhersenen

 

‘Ik mag u toch nog wel een beetje beledigen?’ We krijgen een afbeelding te zien van apen, gevolgd door een grafiek met als titel ‘apenhersenen’. Bouman illustreert met die grafiek dat nerveus handelen goed of slecht kan uitpakken en dat niet handelen op lange termijn vaak redelijk uitpakt. ‘Beleggen is feitelijk kansberekenen, en dat kunnen we niet. Bij ongeduld verkopen we te vroeg, zodra we winst hebben.’ Hij noemt het wachten tot het misschien weer gaat stijgen en dan te laat verkopen ‘verliesverdriet’. Dat is gebaseerd op emotie, zonder kennis over kansen. Tot slot hebben we last van ‘kuddegedrag’ waarmee we te laat kopen en ook te laat verkopen. Als voorbeeld noemt hij apen, die goed met een stok kunnen mikken maar niet omdat ze vooraf precies uitrekenen hoe hun doel te raken.

Tot slot heeft Bouman nog zijn ‘gouden beleggingstip’: investeer met eigen vermogen in een veelbelovende startup. ‘Dan komt je geld ook echt in de economie terecht’. Ter illustratie toont hij een schilderij van de tweede expeditie van Amsterdamse kooplieden naar de oost in 1599. Ze werden uitgezwaaid door Amsterdamse spaarders die allemaal in een stukje van de boot hadden geïnvesteerd. ‘Het was de beste startup van de geschiedenis’.

‘Jeetje, ik ben gewoon schor man’, met die woorden die hem een hard lachsalvo en dito applaus opleveren, sluit Bouman af.

 

Alex

 

Kaspar Huijsman bedankte Bouman hartelijk voor zijn onderhoudende presentatie en illustreerde hoe het Alex Vermogensbeheer tussen de besproken kansen en bedreigingen tot de hoge rendementen is gekomen. Alex is samen met Binckbank marktleider op het gebied van particuliere beleggers en nummer 3 van Europa. Het Alex Vermogensbeer is in 2013 sterk gegroeid door een grote toestroom van nieuw klanten en een sterke waardegroei van de portefeuilles van de klanten. Op basis van technische analyse en de persoonlijke risico-acceptatie van de klant, worden aandelen bij een stijgende trend gekocht en bij een daling van de hand gedaan. Een simpele maar zeer succesvolle strategie, die ondanks de gedaalde beurzen de afgelopen jaren in elke profiel hoge rendementen in hoge rendementen heeft geresulteerd.