Al vijf opeenvolgende jaren daalt het aantal geboorten in Spanje, zo blijkt uit cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE. Er worden onvoldoende kinderen geboren om de samenleving duurzaam in evenwicht te houden.
De dalende geboorten, het lagere aantal kinderen per vrouw, de verhoging van de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen en het dalende aantal vrouwen in vruchtbare leeftijd van vrouwen die hun eerste kind krijgen, bieden een kijkje in de demografische toekomst van Spanje.
Het verschil tussen het geboorte- en sterftecijfer is gereduceerd met bijna 31 procent tot 36.181 personen. Dat is het laagste saldo sinds het jaar 2000. Positief in deze context is wel dat het aantal kindersterften is afgekomen en met 2,8 voor het eerst onder de 3 per 1.000 ligt. Bovendien is de gemiddelde levensverwachting de hoogste tot nu toe met 82,8 jaar. Die van vrouwen ligt op 85,6 jaar en van mannen op 80 jaar.
Volgens INE is het aantal vrouwen in de leeftijd tussen 15 en 49 jaar aan het dalen sinds 2009. De bijdrage van de buitenlandse residenten aan het geboortecijfer van Spanje gedurende de booming jaren begint nu te dalen omdat veel mensen zijn teruggekeerd naar hun land van oorsprong en ook omdat ook onder die vrouwen het aantal kinderen per vrouw is gereduceerd.
Hogere leeftijd bij eerste kind
In Spanje blijft de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen toenemen. In 2013 was dat 32,2 jaar (29,7 jaar voor buitenlandse vrouwen) ten opzichte van 31,6 jaar in 2012. Van alle 425.390 geboorten vorig jaar, waren 78.942 bij buitenlandse moeders (18,6 procent ten opzichte van 19,2 procent in 2012).
Minder huwelijken
Volgens INE daalt ook het aantal mensen dat trouwt en als men trouwt doet men dat op latere leeftijd. In 2013 trouwden in totaal 155.098 stellen. Dat is 8 procent minder en hiermee daalt het cijfer tot 3,3 huwelijken per duizend inwoners. De gemiddelde leeftijd waarop men trouwt ligt bij mannen op 37,3 jaar en bij vrouwen op 34,1 jaar.
Op regionaal niveau daalde het aantal geboorten in alle Spaanse autonome regio’s en de grootste dalingen werden genoteerd in Asturias (12,5 procent), Navarra (9,9 procent) en La Rioja (8,9 procent).