Dierenopvangen lopen vol na bosbranden bij Madrid, met ook schrijnende verhalen: noodprotocol nodig

door Else BeekmanElse Beekman
honden met op de achtergrond de rookpluimen van een naderende bosbrand

De bosbranden in de Sierra Oeste van Madrid hebben niet alleen mensen op de vlucht gejaagd. Ook duizenden dieren zaten gevangen tussen de vlammen. Dierenbeschermers luiden de noodklok: officiële noodplannen houden op dit moment niet of nauwelijks rekening met huisdieren, vee en wilde dieren.

Meer dan 120.000 mensen moesten van het ene op andere moment hun huis verlaten toen de vlammen naderden. De bosbranden in de Comunidad de Madrid, Ávila en Toledo hebben deze zomer al tienduizenden hectaren verwoest in de regio. Wie op tijd wegkwam, nam vaak de hond of kat mee. Maar niet iedereen kreeg die kans. Vee, loslopende katten en wilde dieren bleven vaak achter.

Opvang Villamanta verdubbelt van omvang

Het duidelijkste voorbeeld van de druk op de opvangcentra is Salvando Peludos in Villamanta, ten westen van Madrid. Dit heiligdom van bijna vijf hectare vangt normaal zo’n tweehonderd dieren op. Nu zitten er volgens Ecoticias meer dan vierhonderd, het dubbele van het gebruikelijke aantal. Onder hen veertig exotische dieren uit een geëvacueerd centrum in Ávila, plus honden, katten, paarden, koeien, schapen, geiten, varkens, vogels en reptielen.

Sommige verhalen zijn schrijnend. Twee Spaanse mastiffs liepen brandwonden op nadat ze tijdens de brand vastgebonden aan een paal waren achtergelaten. Een schaap moest naar een dierenkliniek. Een kat van vier maanden oud verloor deels zijn zicht door de hitte en het vuur.

Niet ieder verhaal eindigt slecht

Tussen alle ellende door duiken ook verhalen op die vrijwilligers zelf “een wonder” noemen. In Navas del Rey ontsnapte een hond tijdens de brand van zijn erf en dook het zwembad van een nabijgelegen urbanisatie in. Grote delen van het water waren al verdampt door de hitte, maar de hond overleefde. “Een wonder dat hij het gered heeft,” zegt een van de betrokken vrijwilligers.

Ook opvallend is het verhaal van Fueguito. De ram werd bij Las Navas del Marqués, in Ávila, badend in de vlammen aangetroffen door Laura Marzal, een jonge dierenliefhebber die zelf het bos in ging om te helpen. Fueguito had zware brandwonden en ademhalingsproblemen. Marzal nam hem mee naar huis, zette hem in haar keuken en sliep een week lang naast hem om hem geen moment uit het oog te verliezen. Inmiddels is Fueguito aan de beterende hand, en Marzal is niet van plan hem ooit nog af te staan.

Ook in de natuur zelf gebeurden opvallende dingen. In een natuurreservaat bij de Sierra Oeste overleefde een kudde Europese bizons de brand op een stuk grond van vijftig hectare dat de vlammen niet konden bereiken. Herten en moeflons die op de vlucht waren voor het vuur zochten juist bescherming binnen dat reservaat, sommigen met brandwonden. Beheerders van het project zeggen dat de bizons als natuurlijke brandgang hebben gewerkt.

Duizenden vrijwilligers voeden en verzorgen dieren

De officiële hulpverlening richt zich vooral op mensen. Het gat dat daardoor ontstaat, wordt gevuld door burgers. Bij de dierenhulp zijn in totaal zo’n 1.500 mensen betrokken, zowel leden van dierenorganisaties als vrijwilligers die op eigen initiatief kwamen opdagen. Vrijwilliger Jaime Posada van AnimaNaturalis vertelt aan Europa Press dat het team dieren vindt in alle mogelijke staten. Een ram met volledig verschroeide wol. Kattenkolonies die door het vuur zijn overvallen. Bij één kattenkolonie van vijftien dieren vonden vrijwilligers nog maar één overlevende terug, met brandwonden aan snorharen en poten. Ook een hertenkalf met brandwonden en ademhalingsproblemen werd gevonden en overgebracht naar de Granja Escuela El Palomar in Chapinería, waar het met medicatie werd behandeld.

De vrijwilligers werken in twee ploegen: één voor mensen, één die eten naar getroffen opvangcentra en heiligdommen brengt, zoals het Santuario Vegan. Dagenlang konden verzorgers daar niet bij hun dieren komen om ze te voeren of van medicijnen te voorzien, tot de Guardia Civil hen alsnog naar binnen escorteerde.

Ook wilde dieren krijgen noodhulp

Niet alleen huisdieren en vee lijden onder de branden. De regionale overheid van Madrid is inmiddels ook gestart met noodvoeding voor wilde dieren in het verbrande gebied. Vrijwilligers en autoriteiten verspreidden tachtig ton alfalfa, achtendertig ton maïs, tien ton haver en vijf ton geperst voer in San Martín de Valdeiglesias en omliggende gemeenten. Daarnaast zijn er drinkbakken geplaatst met in totaal zestigduizend liter water, om te voorkomen dat overlevende dieren alsnog omkomen door honger of dorst in het verschroeide landschap.

Ook in Majadahonda kregen dieren opvang. Het Centro Integral Canino nam honden en katten op uit opvangcentra in Madrid en Ávila. De dieren kwamen uitgeput en gestrest binnen, zonder medische geschiedenis, en gaan eerst in quarantaine voor ze worden onderzocht.

Roep om een officieel protocol

Deze zomer is niet de eerste keer dat het ontbreken van een dierennoodplan aan het licht komt. Al in maart 2026 diende de parlementaire fractie van Sumar een voorstel in om te komen tot één landelijk protocol voor dieren bij rampen. Daarin zouden dan gecoördineerde zoekacties tussen dierenbeschermers, dierenartsenzorg en gespecialiseerde eenheden opgenomen moeten worden. Dat voorstel ligt er nog steeds, terwijl de praktijk opnieuw laat zien hoe hard het nodig is.

Dierenbeschermers benadrukken dat mensenlevens altijd voorrang moeten krijgen. Maar een duidelijk protocol voor huisdieren, vee en wilde dieren zou volgens hen veel improvisatie en onnodig leed kunnen voorkomen. Wie in Spanje buitenaf woont met huisdieren of vee, doet er dus goed aan zelf alvast na te denken over een eigen noodplan, want daar lijkt de overheid voorlopig nog niet in te voorzien.