Soms gaat het om dorpen die al tientallen jaren onder water staan, soms om eeuwenoude monumenten. Dat laatste is het geval bij Domen de Guadalperal, het indrukwekkende megalithische complex in Extremadura, dat bekend is komen te staan als het ‘Spaanse Stonehenge’.
Gebrek aan regen
Door het gebrek aan regen van de afgelopen jaren is de Dolmen van Guadalperal even ‘ontsnapt uit de gevangenis van het water’ van een van de grootste Spaanse stuwmeren. Het is een even bijzonder als onbekend grafmonument. Althans, het was onbekend totdat de droogte het aan het licht bracht, De beelden ervan verspreidden als een lopend vuurtje verspreidde via de sociale netwerken.
Spaanse Stonehenge
Al snel werd het monument vergeleken met Stonehenge. Niet alleen vanwege de ouderdom, maar ook door de vorm en het archeologische belang. Toch zijn de verschillen tussen de twee monumenten opmerkelijk. De functie van Stonehenge is nog steeds mysterieus, maar in het geval van dit wonder in Extremadura lijkt het duidelijk dat het diende als necropolis. Toch geven de zichtbare overblijfselen ons slechts een idee van hoe het er duizenden jaren geleden uitzag.
Wat we kunnen zien wanneer het water van het reservoir daalt, zijn een aantal granieten platen die rechtop staan. Ze ondersteunden ooit een grafkamer en een gang. Bovenop de platen dienden andere horizontale platen als dak en, bij de ingang van de kamer, een twee meter hoge menhir. Deze structuur werd verborgen en bedekt door een heuvel van aarde en kleinere stenen die het eeuwenlang beschermde tegen het verstrijken van de tijd en menselijke activiteit.
Vorige eeuw is monument ontdekt
Het is niet met zekerheid te zeggen hoe oud het monument is maar het zou tussen de vijf- en zevenduizend jaar oud kunnen zijn. Een groot deel is verborgen gebleven voor de mens. Ten eerste door de aarde die het op de een of andere manier in de omgeving deed opgaan. Vervolgens door het afgedamde water van de rivier de Taag.
In 1920 ontdekte de Duitse archeoloog Hugo Obermaier het monument per toeval.
In die tijd waren dit de landerijen van het Huis van Alba en Obermaier was er kapelaan. Tijdens een verblijf op het landgoed Guadalperal viel Obermaiers oog op een groep stenen die uit de grond staken. Zijn nieuwsgierigheid en kennis deden de rest. Na enkele jaren van opgravingen werd de dolmen blootgelegd.
Het grafmonument bleef echter niet lang zichtbaar. Amper veertig jaar later, in 1963, werd een van de grootste stuwmeren van het land, Valdecañas, gebouwd. Niemand leek het megalithische complex toen op te merken. Noch de duizendjarige geschiedenis, noch het enorme belang waren voldoende om te voorkomen dat het onder water kwam te staan en opnieuw werd vergeten.
De herontdekking van de Guadalperal-dolmen
Sinds de jaren 1960 en op bepaalde momenten van droogte is de dolmen gedeeltelijk tevoorschijn gekomen en is de structuur zichtbaar geworden.. Door het extreme gebrek aan regen is nu een soort renaissance ingeluid voor het megalithische complex. Goed nieuws voor archeologieliefhebbers, maar minder goed nieuws voor het monument zelf. Zowel de toeristen als de klimaatverandering vergroten de kans op beschadiging. Inmiddels is het monument uitgeroepen tot Cultureel Erfgoed.