Een duik in de Spaanse natuur in Europa’s laatste subtropische oerwoud

door admin
Een duik in de Spaanse natuur in Europa's laatste subtropische oerwoud

Ergens in het zuiden van Spanje kun je je nog in een oerwoud wanen. Daar ligt namelijk het enige subtropische woud van het Europese continent. Je vindt het bosgebied op de grens van de provincies Cádiz en Málaga.

Parque natural Los Alcornocales omvat het grootste bos met kurkeiken en herbergt ook aandere weelderige en tropische plantensoorten zoals varens, mossen, laurieren en rododenderons. Het beschermde gebied fungeert als de longen van de regio, beslaat 18 gemeentes en heeft een totaal oppervlak van bijna 170.000 hectare. Medina Sidonia, Jimena de la Frontera, Alcalá de los Gazules of Los Barrios, zijn de bekendste dorpen vanwaar je dit weelderige bos kunt bereiken. 

Kurkeiken

De naam van het park is afgeleid van de kurkeiken (alcornoques), waarvan de schors wordt gebruikt voor het maken van kurk. Nog steeds zijn er kurkoogstbedrijven te vinden in het gebied. Die leveren niet alleen kurk om flessen wijn mee af te sluiten, maar ook voor vloeren en schoenzolen. Kurk wordt ook steeds meer ingezet als duurzaam bouwmateriaal. Veel van de ruim 300.000 personen die hier leven, zijn financieel afhankelijk van deze industrie.

Horizontale mist

De veelheid aan plantensoorten gedijt er goed dankzij de hoge luchtvochtigheid. Die wordt veroorzaakt door een weinig bekend natuurverschijnsel ‘niebla horizontal’. Deze horizontale mist ontstaat door een samenspel van vochtige luchtstromen van de Atlantische Oceaan en de geografische vormen van het park. De vochtige lucht botst tegen de bergketens van het park en transformeert in een dichte, horizontaal zwevende mistlaag die door de bossen trekt.

Deze mist, ook wel ‘los barbas del levante’ genoemd (de baard van de oostenwind) speelt een essentiële rol in het ecosysteem van Los Alcornocales. Het zorgt voor constante vochtigheid en neerslag, zelfs gedurende de droge zomerperiode. Zodoende heeft er een rijke subtropische flora kunnen ontstaan die uniek is in Europa.

De exuberante vegetatie omvat endemische plantensoorten zoals laurierbomen en rododendrons, normaal alleen te vinden in veel nattere klimaten. Ook diverse bijzondere vogelsoorten, zoogdieren en insecten gedijen er goed. Dat maakt Los Alcornocales niet alleen een paradijs voor natuurliefhebbers, maar ook een belangrijk centrum voor ecologisch onderzoek. Met deze unieke kenmerken verdient het park zijn bijnaam ‘de laatste subtropische jungle van Europa’ met verve.

Deze is ook wel bekend als ‘barbas del Levante’. Door die ligging waar twee klimaten samenkomen, regent het er relatief veel. 

Divers dierenrijk

Ook wat fauna betreft is Los Alcornocales divers en uniek. In het park leven onder andere herten, reeën, damherten, wilde geiten, everzwijnen, genetkatten, otters, vossen en roofvogels zoals de keizerarend, gieren en aasgieren. Bovendien dient het park als een belangrijke doorgang voor trekvogels die de Straat van Gibraltar oversteken.

Historische en culturele rijkdom

Los Alcornocales is niet alleen ecologisch waardevol, maar ook van groot historisch en cultureel belang. In de bossen zijn archeologische overblijfselen gevonden die dateren uit de prehistorie tot aan de Romeinse tijd. Deze vondsten duiden op menselijke bewoning in het gebied duizenden jaren geleden.

Opmerkelijk is bovendien dat sommige landschappen van het park terugvoeren naar het tijdperk van de dinosaurussen. Bepaalde planten in het park zijn dan ook ‘levende fossielen. Soorten die miljoenen jaren hebben overleefd met minimale veranderingen. Voorbeelden hiervan zijn de ojaranzo (een type rododendron, de hulst en de boomvaren.

Ontdekkingstochten en wandelingen

Dit Spaanse subtropische oerwoud, dat is aangemerkt als Speciale Conservatiezone en deel uitmaakt van het Natura 2000-netwerk, biedt diverse wandelroutes. Zo is vanuit Los Barrios de route ‘Sendero Garganta del Capitán’ erg mooi om te doen op warme dagen in de zomer. Vergeet dan niet je zwemkleding mee te nemen voor een verkoelende plons onderweg. De route duurt ongeveer 4 uur.

Een andere bijzondere route leidt volledig langs de dichtbegroeide oevers van de Rio de la Miel. Een middeleeuws aquaduct en de resten van twee oude watermolens zorgen voor afwisseling met de lommerrijke, tropische begroeiing op de oevers. De route duurt ongeveer 2 uur en is voor iedereen toegankelijk, want het niveau is makkelijk.

Wil je echt het oerwoud-gevoel ervaren kies dan voor de Sendero San Carlos del Tiradero. Deze voert langs een dichtbegroeid bos met eiken, elzen en varens. Er is enig hoogteverschil in het gebied van de beek  ‘Arroyo de San Carlos del Tirado’. Tussen de vele kleuren groen is het ook op de heetste dagen koel. Het stromende water van de rivier zorgt voor rustgevende achtergrondmuziek. De wandeling duurt slechts anderhalf uur en het niveau is eenvoudig. 

Voor meer informatie en het plannen van een bezoek, kan je terecht op de officiële website van de Junta de Andalucía. Hier vind je alle benodigde informatie om dit unieke natuurgebied in Zuid-Spanje te verkennen.

Lees ook: De mooiste Spaanse bossen voor een winterwandeling

Dit vind je misschien ook leuk