Treinkaartje 40% goedkoper: hogesnelheidstrein wint van vliegtuig in Spanje

door Else BeekmanElse Beekman
hogesnelheidstrein van Ouigo: treinkaartje goedkoper en trein wint van vliegtuig

De hogesnelheidstrein wint terrein in Spanje. Steeds meer reizigers verkiezen de trein boven het vliegtuig. Dat blijkt uit het jaarrapport van de Spaanse mededingingsautoriteit CNMC over 2025.

In totaal reisden vorig jaar 547 miljoen mensen met de trein in Spanje. Dat is 0,3% meer dan het jaar ervoor. Vergeleken met 2019, het jaar vóór de coronapandemie, is dat een stijging van 5%.

Het merendeel van die reizigers (82%) gebruikte de forenzentreinen op korte afstand (Cercanías). Maar de opvallendste groei zit bij de hogesnelheidstrein. Die vervoerde 44,5 miljoen mensen. Dat is 12% meer dan in 2024. En zelfs het dubbele van 2019.

Concurrentie drukt de prijzen

Die groei komt vooral doordat de Spaanse autoriteiten de markt opende voor concurrentie. Sinds treinmaatschappijen het op de snelle verbindingen tegen elkaar op mogen nemen, zijn de prijzen flink gedaald. Op de meeste trajecten betalen reizigers nu meer dan 40% minder dan voorheen.

Bijna alle geliberaliseerde trajecten braken records in 2025. Het aantal reizigers steeg daar met 10 tot 14%. Alleen de lijn Madrid-Barcelona vormde een uitzondering. Daar daalde het aantal reizigers voor het eerst sinds de marktopening, met 1,7%.

De drukste trajecten

Madrid-Barcelona blijft wel de populairste lijn, met 14,4 miljoen reizigers. Daarna volgen:

  • Madrid-Valencia: 6,2 miljoen reizigers
  • Madrid-Sevilla: 5,9 miljoen reizigers
  • Madrid-Málaga: 5,8 miljoen reizigers
  • Madrid-Alicante: 4,5 miljoen reizigers

Een opvallend voorbeeld van hoe concurrentie werkt, is de komst van Ouigo op de trajecten Madrid-Sevilla en Madrid-Málaga. Sinds die maatschappij daar in januari 2025 begon te rijden, steeg het aantal reizigers met meer dan 10%. De prijzen daalden met 12%.

Wat kost een treinkaartje nu?

De gemiddelde prijs over 2025, zoals gemeld in het CMNC-rapport verschilt flink per traject:

  • Madrid-Barcelona: 52,89 euro
  • Madrid-Zaragoza: 41,57 euro
  • Madrid-Sevilla: 38,41 euro
  • Madrid-Málaga: 37,61 euro
  • Madrid-Alicante: 31,34 euro
  • Madrid-Valencia: 27,04 euro

De prijs van een individueel treinkaartje kan flink afwijken. Boek je ruim van tevoren, dan betaal je vaak minder. Ook spelen het seizoen, de dag van de week en de actuele vraag een grote rol. Tijdens drukke periodes zoals de zomervakantie of rond feestdagen liggen de prijzen doorgaans hoger dan het jaargemiddelde.

Vergeleken met vóór de marktopening in 2019 zijn de prijzen, gecorrigeerd voor inflatie, op Madrid-Valencia met ongeveer 50% gedaald. Op de andere trajecten gaat het om zo’n 40%.

Niet overal winstgevend

Toch is niet alles rozegeur en maneschijn voor de spoorbedrijven. Alleen op de lijn Madrid-Barcelona verdienden de maatschappijen meer aan kaartjes dan het hen kostte om te rijden, en dan nog maar met 6% winst. Dat kwam vooral door een prijsstijging van 15,2% op dat traject tussen 2024 en 2025. Op alle andere trajecten draaiden de operators verlies.

Een groot deel van de kosten gaat op aan het gebruik van het spoor zelf. Op de lijn naar Barcelona is dat 46% van de totale kosten. Naar Andalusië ligt dat percentage op 38%, naar de oostkust op 30%.

Renfe blijft marktleider

Van alle aanbieders houdt het Spaanse Renfe op alle concurrerende trajecten nog altijd de meeste klanten vast, met een marktaandeel tussen de 50 en 67%. Iryo zit op 20 tot 26%, behalve op de lijn naar Alicante, waar het buiten de zomer alleen in het weekend rijdt. Ouigo haalt in het zuiden van Spanje een marktaandeel van 13 tot 14%.

De trein wint van het vliegtuig

Op de belangrijkste trajecten kiest de meerderheid van de reizigers inmiddels voor de trein boven het vliegtuig. Dat geldt vooral voor Madrid-Sevilla en Madrid-Málaga. Alleen op de lijn Madrid-Barcelona is het aandeel van de trein wat lager: 83,1%.

Minder reizigers op andere lijnen

Niet alle cijfers zijn positief en gestegen. Op de conventionele middellangeafstandslijnen daalde het aantal reizigers met 11%, naar 34,6 miljoen. Op de hogesnelheids-middellangeafstandslijnen ging het aantal reizigers met 0,7% omlaag, naar 13,2 miljoen. Ook bij de forenzentreinen van Cercanías was een lichte daling te zien, van 0,4%, naar 446 miljoen reizigers.