Spanje kiest andere koers: waarom immigratie volgens de regering onmisbaar is

Regering trekt 500 miljoen euro uit voor integratie van migranten

door Judith Goeree
Immigratie in Spanje: bouwvakkers aan het werk op een bouwplaats, een sector die kampt met personeelstekorten en sterk afhankelijk is van arbeidsmigranten.

Terwijl veel Europese landen hun migratiebeleid aanscherpen, kiest Spanje nadrukkelijk een andere weg. Deze week liep de termijn af voor een uitzonderlijke regularisatieregeling voor migranten zonder verblijfsvergunning. De belangstelling bleek veel groter dan verwacht. Tegelijk presenteerde premier Pedro Sánchez een integratieplan van ruim 500 miljoen euro en verdedigde hij immigratie als een economische noodzaak.

In het kort

  • Ruim een miljoen mensen vroegen een verblijfsvergunning aan in Spanje.
  • Niet iedereen komt daarvoor in aanmerking.
  • Spanje trekt 500 miljoen euro uit voor integratie van migranten.
  • Volgens premier Sánchez is immigratie nodig door vergrijzing en personeelstekorten.
  • De aanpak wijkt af van het strengere migratiebeleid in veel andere EU-landen.

De Spaanse regering rekende aanvankelijk op ongeveer 500.000 aanvragen voor de regeling, maar uiteindelijk dienden ruim een miljoen mensen een aanvraag in. Volgens El País stond de teller op het digitale aanvraagportaal zelfs op ongeveer 1,3 miljoen. Daarmee wordt ook duidelijk hoe groot de groep mensen zonder geldige verblijfsvergunning inmiddels in Spanje is.

Niet iedereen krijgt een verblijfsvergunning

De grote belangstelling betekent niet dat alle aanvragers een verblijfsvergunning krijgen. De regeling richt zich niet op nieuwe asielaanvragen, maar op migranten die al vóór de invoering in Spanje verbleven. Dat moeten zij aantonen met bijvoorbeeld een inschrijving bij de gemeente, medische dossiers of schoolinschrijvingen van kinderen. Ook moeten zij werken, voor minderjarige kinderen zorgen of in een kwetsbare situatie zitten, en mogen zij geen strafblad hebben.

Bij een positieve beoordeling krijgen aanvragers een tijdelijke verblijfs- en werkvergunning van één jaar, waarmee zij legaal kunnen werken en gebruik kunnen maken van de gezondheidszorg. Daarna moeten zij hun verblijf via de bestaande procedures verlengen. Het gaat dus niet om een permanente status.

Overbelaste diensten en lange wachtrijen

De grote toestroom zorgde de afgelopen maanden voor flinke druk op de Spaanse overheid. Sinds de loketten op 15 april openden, stroomden de aanvragen binnen. Immigratiediensten en sociale diensten konden de hoeveelheid werk nauwelijks verwerken. Medewerkers dreigden zelfs met stakingen. Uiteindelijk bereikten vakbonden en overheid een akkoord over betere arbeidsvoorwaarden.

Ook maatschappelijke organisaties, vakbonden en vrijwilligers draaiden overuren om migranten juridisch te begeleiden. Bij verschillende consulaten ontstonden lange wachtrijen voor documenten die nodig waren om een aanvraag compleet te maken. Zo meldden Spaanse media wekenlange rijen bij het Marokkaanse consulaat in Madrid voor verklaringen van een blanco strafblad.

De Spaanse overheid wil alle aanvragen binnen drie maanden afhandelen. Medio juni waren al ongeveer 360.000 dossiers in behandeling genomen.

Zonder migranten krimpt Spanje

Volgens Sánchez is immigratie niet alleen een kwestie van menselijkheid, maar ook van economisch belang. Spanje vergrijst snel en kampt met hardnekkige personeelstekorten in onder meer de zorg, landbouw, horeca, bouw en logistiek.

De premier stelde dat Spanje zonder immigratie in 2050 ongeveer 19 procent van zijn bruto binnenlands product zou verliezen. Om dat tastbaar te maken, noemde hij verschillende voorbeelden.

Zonder migranten zouden volgens de regeringsberekeningen ongeveer 90.000 cafés en bars hun deuren moeten sluiten, 220.000 landbouwbedrijven verdwijnen en 50.000 schoolklassen sluiten. Ook zou ongeveer de helft van de economische groei van de afgelopen jaren samenhangen met de bijdrage van migranten aan de arbeidsmarkt.

Extremadura en Japan als voorbeeld

Als voorbeeld noemde Sánchez Extremadura: een regio met slechts 4 procent buitenlandse inwoners en lage criminaliteit, waar migratie toch een groot verkiezingsthema was. Volgens hem laat dat zien dat zorgen over migratie niet altijd op feiten berusten. De regering wijst ook naar Japan, waar en een krimpende beroepsbevolking en beperkte immigratie tot economische stagnatie leidden — een scenario dat Sánchez met gecontroleerde immigratie en integratie wil voorkomen.

Integratieplan van 500 miljoen euro

Het nieuwe integratieplan van de Spaanse regering moet ervoor zorgen dat nieuwkomers sneller kunnen meedoen in de Spaanse samenleving. Het geld wordt onder meer besteed aan taalonderwijs, beroepsopleidingen, snellere erkenning van buitenlandse diploma’s en begeleiding naar werk.

Daarnaast wil de regering een nieuwe nationale dienst voor arbeids- en migratiemobiliteit oprichten en gemeenten ondersteunen bij integratie en de bestrijding van discriminatie. Volgens Sánchez is goede integratie essentieel om migranten snel aan het werk te krijgen.

Beleid Sánchez ligt politiek gevoelig

Spanje kiest hiermee bewust een andere richting dan veel Europese landen, die migratie vooral willen beperken. Sánchez wijst erop dat miljoenen Spanjaarden vroeger zelf naar het buitenland trokken voor werk, en stelt dat immigratie de verzorgingsstaat en krimpregio’s overeind houdt — gecombineerd met, volgens hem, goed grensbeheer. Het aantal irreguliere aankomsten daalde dit jaar juist.

De conservatieve Partido Popular en de radicaal-rechtse partij Vox verzetten zich fel tegen de regeling, uit vrees voor een aanzuigende werking en meer druk op woningen en voorzieningen. Ook elders in Europa wordt kritisch naar de Spaanse aanpak gekeken, omdat de grootschalige regularisatie haaks staat op de strengere koers van veel EU-landen.

Volgens de Spaanse regering laat de enorme belangstelling juist zien hoeveel mensen al jarenlang in Spanje wonen en werken zonder verblijfsstatus. Sánchez vindt dat het beter is hen onderdeel te maken van de officiële economie dan hen in de schaduw te laten werken.

Bronnen: El País, El Español, de Volkskrant