Het aantal mensen dat alleen woont, blijft in Spanje snel groeien. Volgens de nieuwste prognose van het INE zullen er in 2041 naar verwachting 6,7 miljoen eenpersoonshuishoudens zijn. Dat is bijna een derde van alle huishoudens en bijna 20 procent meer dan in 2026. Ook het aandeel van de totale bevolking dat alleen woont neemt toe: van 11,3 procent in 2026 naar 12,5 procent in 2041.
In het kort
- In 2041 telt Spanje 6,7 miljoen eenpersoonshuishoudens, bijna een derde van alle huishoudens en 20% meer dan in 2026
- Het aandeel 65‑plussers stijgt naar bijna 31% in 2076; het aantal honderdplussers vertienvoudigt in vijftig jaar
- Het aantal twee‑ en driepersoonshuishoudens groeit licht, maar eenpersoonshuishoudens vormen de grootste groep
- De vraag naar thuiszorg stijgt, mantelzorg komt onder druk te staan en de behoefte aan levensloopbestendige woningen neemt toe
De groei van het aantal eenpersoonshuishoudens heeft meerdere oorzaken. Onder jongere volwassenen neemt het aantal alleenwonenden toe. Jongeren gaan later samenwonen, het aantal scheidingen stijgt en een steeds grotere groep kiest bewust voor een zelfstandig leven. Daardoor groeit het aantal eenpersoonshuishoudens in vrijwel alle leeftijdsgroepen.
Tegelijkertijd vergrijst Spanje in hoog tempo. Het aandeel 65‑plussers stijgt van 21,1 procent nu naar bijna 31 procent in 2076. Vooral de groep honderdplussers groeit opvallend sterk: hun aantal zou in vijftig jaar verdertienvoudigen, van 19.301 in 2026 naar 259.810 in 2076. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor zorg, huisvesting en de manier waarop mensen samenleven.
Verandering in de samenstelling van huishoudens
Het aantal tweepersoonsH\huishoudens blijft ook groeien, in 2041 bedraagt het aantal 6,7 miljoen. Toch worden ze niet langer de meest voorkomende vorm. Die plek gaat naar de eenpersoonshuishoudens. Driepersoonshuishoudens groeien licht, maar hun aandeel daalt van 19,8 naar 18,5 procent. Huishoudens met vier of meer personen nemen iets af: van 22,7 procent in 2026 naar 20,4 procent in 2041.
Het gemiddelde huishouden wordt kleiner. In 1970 woonden er gemiddeld bijna vier mensen in één woning. In 2023 waren dat er 2,5. Volgens het INE daalt dit verder naar 2,49 in 2026 en 2,43 in 2041.
Groei in alle regio’s
Tussen 2026 en 2041 komen er in totaal ruim 2,18 miljoen huishoudens bij. Dat is een stijging van 11,1 procent. De bevolking die in reguliere huizen of appartementen woont, groeit in dezelfde periode met 8,4 procent. Alle autonome regio’s krijgen er huishoudens bij. De sterkste groei wordt verwacht in Murcia (20,7 procent), de Comunidad Valenciana (16 procent) en op de Balearen (14,7 procent).
Het gemiddelde huishouden krimpt in bijna alle regio’s. Alleen op de Balearen, in Catalonië en in de Comunidad Valenciana blijft het stabiel of stijgt het licht. De grootste dalingen worden verwacht in Extremadura, Murcia en Cantabrië.
Waar wonen de meeste mensen alleen?
In 2041 heeft Castilla y León het hoogste aandeel eenpersoonshuishoudens: 39,2 procent. Daarna volgen Asturië (37,7 procent) en Baskenland (36,7 procent). De laagste percentages worden verwacht op de Balearen (25,9 procent), in de Comunidad de Madrid (26,8 procent) en in Catalonië (27,5 procent).
Wat betekenen deze cijfers voor de zorg
De groei van het aantal eenpersoonshuishoudens en de snelle vergrijzing zorgen voor een toenemende druk op de zorg. Steeds meer ouderen wonen alleen, waardoor de behoefte aan thuiszorg en dagelijkse ondersteuning verder stijgt. Tegelijkertijd neemt het aantal potentiële mantelzorgers af, omdat huishoudens kleiner worden en familieleden vaker op afstand wonen. Vooral in sterk vergrijzende regio’s zoals Castilla y León en Asturië kan dit leiden tot hogere zorgvraag en langere wachttijden. Ook de huisvesting moet zich aanpassen: meer ouderen zullen langer zelfstandig blijven wonen, waardoor de vraag naar toegankelijke, levensloopbestendige woningen en buurtvoorzieningen verder toeneemt.
Zorgvilla’s: Een nieuwe trend in ouderenzorg in Spanje