De inflatie in Spanje is in april iets gedaald. Volgens het Instituto Nacional de Estadística (INE) stegen de prijzen met 3,2 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dat is twee tienden minder dan in maart. Vooral de lagere prijs van elektriciteit en gas drukken het cijfer. Stroom werd 4,3 procent goedkoper, gas zelfs 9,6 procent. Ook de daling van de groothandelsprijzen voor energie speelt mee.
- In het kort
- Inflatie daalt naar 3,2 procent — Prijzen stegen in april minder sterk dan in maart, vooral door goedkopere stroom en gas.
- Energiekorting stopt in juni — De btw op elektriciteit en gas gaat op 1 juni weer omhoog van 10 naar 21 procent.
- Brandstofsteun blijft van kracht — Door hoge olieprijzen blijft de btw‑verlaging op benzine en diesel tot minstens 30 juni gelden.
- Kerninflatie blijft hoog — Voedselprijzen stijgen nog met 2,7 procent en de onderliggende inflatie blijft met 2,8 procent boven het eurozonegemiddelde.
Door de lagere energie-inflatie stopt de Spaanse regering op 1 juni met de tijdelijke btw‑verlaging op elektriciteit en aardgas. Het tarief gaat dan terug van 10 naar 21 procent. De verlaging van de belasting op de productie van elektriciteit blijft wel bestaan. Volgens de regering is de situatie op de energiemarkt voldoende gestabiliseerd om de steun af te bouwen.
Kortingen op brandstoffen blijven voorlopig
Voor brandstoffen verandert er voorlopig niets. Door de aanhoudende spanningen in de Straat van Hormuz en de hoge olieprijzen steeg de brandstofprijs in april meer dan 15 procent. Dat is precies de grens waarbij de regering de fiscale steun mag intrekken. Zonder de btw‑verlaging zouden de brandstofprijzen zelfs 28,9 procent hoger hebben gelegen. De huidige btw van 10 procent op benzine, diesel en biobrandstoffen blijft in elk geval tot 30 juni gelden, met kans op verlenging.
Opvallend is het verschil tussen diesel en benzine. Diesel werd in april 28,2 procent duurder, benzine slechts 2,2 procent. Sinds het begin van de oorlog in Iran is de literprijs van diesel hoger dan die van benzine, iets wat historisch gezien zelden voorkomt. Europa heeft voldoende raffinagecapaciteit voor benzine, maar kampt met een structureel tekort aan diesel en is daardoor afhankelijk van import.
Regering: maatregelen werken, maar druk blijft
De Spaanse minister van Economie Carlos Cuerpo benadrukt dat de steunmaatregelen hun doel bereiken, maar dat de oorlog in Iran nog steeds druk zet op de energieprijzen. Daarom blijven ook andere sectorale steunpakketten bestaan, zoals de hulp voor landbouw en transport en de extra hoge kortingen binnen het bono social eléctrico. De regering start de komende weken gesprekken met sociale partners en sectoren om te bepalen welke steun na juni nog nodig is.
Automatische stopclausule
Het huidige miljardenpakket werd eind maart ingevoerd, toen de escalatie tussen Israël, de VS en Iran de energiemarkten opnieuw dreigde te ontregelen. De maatregelen, ter waarde van ongeveer 5 miljard euro, moesten een nieuwe inflatiegolf voorkomen. Anders dan eerdere anticrisispakketten bevat dit pakket een automatische stopclausule: de kortingen blijven alleen bestaan zolang de energie‑inflatie hoog blijft. De cijfers van april waren bepalend voor de voortzetting in juni.
Volgens de regering heeft het pakket voorkomen dat de inflatie in april ongeveer een vol procentpunt hoger zou uitkomen. Ook de sterke bijdrage van hernieuwbare energie helpt de prijzen van elektriciteit te temperen.
Prijzen van voeding
De prijzen van voedingsmiddelen stegen in april met 2,7 procent, hetzelfde als in maart. De inflatie van eieren, peulvruchten en groenten blijft hoog, maar vertraagt wel. De onderliggende inflatie, zonder energie en verse voeding, daalde licht naar 2,8 procent. Toch blijft het verschil met de eurozone bestaan. De totale inflatie ligt twee tienden hoger dan het Europese gemiddelde, de kerninflatie zelfs zes tienden. Economen waarschuwen dat dit verschil al vóór de oorlog in Iran zichtbaar was en nu verder oploopt.