La Janda, het grootste wetland van Spanje, blijft leeglopen ondanks recordregen

door portret SAskia Plazier, inspanje.nl redacteurSaskia Plazier
La Janda wetland Spanje

Het grootste wetland van Spanje, La Janda in Cádiz, staat opnieuw droog. En dat terwijl er nog maar een maand geleden uitzonderlijk veel regen viel. Opvallend, want de Spaanse waterreserves zitten momenteel gemiddeld voor 83,7 procent vol. Toeval is het ook niet. Het water verdwijnt hier bewust via een systeem dat al sinds de tijd van Franco in gebruik is. Zelfs na hevige regenval loopt het gebied leeg. Hoe zit dat?

In het kort

  • La Janda, het grootste wetland van Spanje, staat opnieuw droog ondanks recente regen
  • Water wordt bewust afgevoerd via oude systemen uit de tijd van Franco
  • Ruim 6.000 hectare is officieel van de staat, maar wordt gebruikt voor landbouw
  • Herstelplannen zijn er, maar concrete actie blijft uit
  • Elders in Spanje laten projecten zien dat herstel wel mogelijk is

De regio rond La Janda in Cádiz is een plek waar natuurliefhebbers hun hart kunnen ophalen. Je vindt er bergen, kliffen, dennenbossen, duinen en moerasgebieden. Twee natuurparken geven het gebied bovendien grote ecologische waarde. Het is een waar paradijs voor wandelaars, fietsers en vogelliefhebbers. Midden in dat landschap ligt het grootste wetland van Spanje: La Janda. Ruim 6.000 hectare grond is officieel van de staat, maar staat droog.

Waarom La janda blijft leeglopen

In de jaren veertig liet Franco het moeras droogleggen. Officieel deed hij dit om malaria te bestrijden, maar in werkelijkheid was dit om landbouwgrond te creëren. Het gebied, in Cádiz, is ongeveer zo groot als Parijs.

Om dit voor elkaar te krijgen werd er een uitgebreid netwerk van afwateringskanalen aangelegd. Die zijn er nog steeds, en zodra het gebied volloopt, voeren ze het water direct af. Via sloten en gemalen wordt het water afgevoerd naar omliggende rivieren en zee. Zo blijft La Janda structureel droog.

Landbouw boven natuur

Een groot deel van het drooggelegde gebied kwam terecht bij families die nauw verbonden waren met het regime van Franco.  Zij kregen het recht om de grond te gebruiken voor landbouw, een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Volgens de Spaanse krant El País gaat het onder meer om finca Las Lomas, die in handen is van de familie Mora-Figueroa Domecq, een van de rijkste families van Andalusië. Zij exploiteren nog altijd honderden hectares aan landbouwgrond en ontvangen daarvoor bovendien miljoenen aan Europese landbouwsubsidies.

Opvallend is dat het Spaanse Hooggerechtshof al in 1967 oordeelde dat meer dan 6.000 hectare van het wetland eigenlijk in handen is van de staat. Toch heeft geen enkele overheid sindsdien echt werk gemaakt van herstel van het La Janda wetland.

Grote gevolgen voor natuur en regio

La Janda was ooit het grootste moerasgebied van het Iberisch Schiereiland en een belangrijk leefgebied voor unieke en bedreigde soorten. Onderzoekers spreken van een “oase van leven”.

De drooglegging had grote gevolgen. Niet alleen verdween een uniek ecosysteem, ook de regio zelf kreeg een klap. Naar schatting vertrok 50 tot 60 procent van de bevolking en verloren tientallen gemeenten hun belangrijkste bron van inkomsten.

Volgens de Spaanse econoom en natuurkenner Antonio Aguilera, die zich inzet voor het herstel van dit soort natuurgebieden, zijn de afwateringskanalen op sommige plekken zo groot dat er zelfs vrachtwagens doorheen kunnen. Hij noemt de drooglegging een historische fout, maar wel een die nog te herstellen is.

Satellietbeelden waarschuwen: Doñana-wetlands dreigen binnen 61 jaar te verdwijnen

Veel plannen maar weinig actie

Er zijn plannen om La Janda te herstellen, maar concreet is er nog weinig gebeurd. Zo wil de Spaanse staatssecretaris voor Milieu Hugo Morán betrokken partijen met elkaar in gesprek brengen. Dat gebeurt mede op aandringen van de Europese Unie. Ook natuurorganisaties dringen aan op actie.

De regionale overheid van Andalusië zegt open te staan voor overleg, maar echte stappen blijven vooralsnog uit. In bestaande plannen voor het stroomgebied komt herstel van La Janda voorlopig niet voor.

Daarom nemen natuurorganisaties zelf het initiatief. Samen met de gemeente Barbate in Cádiz willen zij delen van het gebied herstellen om te laten zien dat het wél kan — en dat natuurherstel ook economische kansen biedt.

La Nava en La Antela

Op andere plekken in Spanje begint het herstel al wel vorm te krijgen.  In La Nava (Palencia), dat net als La Janda werd drooggelegd in de tijd van Franco, begon in de jaren negentig een herstelproject. Wat startte met zo’n 60 hectare groeide uit tot een succesvol natuurgebied. Inmiddels levert het niet alleen meer biodiversiteit op, maar ook werk en economische activiteit in de regio.

Ook in La Antela (Galicië) zijn eerste stappen gezet. Daar werken natuurorganisaties samen met lokale boeren om delen van het voormalige wetland terug te brengen. Het gaat nog om een klein gebied, maar volgens betrokkenen bewijst het project dat natuurherstel en landbouw goed samen kunnen gaan.

Breder probleem in Spanje

La Janda is geen uitzondering. Onderzoekers van de Universidad Autónoma de Madrid en het Spaanse onderzoeksinstituut Consejo Superior de Investigaciones Científicas constateerden dat er in twintig jaar tijd al zo’n 22 procent van de tijdelijke lagunes in Spanje is verdwenen. Dat blijkt uit een onderzoek waarbij 1.303 tijdelijke lagunes twee jaar lang zijn gevolgd met behulp van satellietbeelden van Google Earth Pro.

Volgens de onderzoekers ligt dat vooral aan landbouwpraktijken, zoals het omploegen van oevers, het graven van kanalen en het kunstmatig verdiepen van de bodem. Ook andere factoren spelen mee, zoals verstedelijking, begrazing en vervuiling.

Daarnaast zijn er minder zichtbare problemen, zoals overmatig gebruik van grondwater en landbouwchemicaliën, die de schade verder vergroten. Het gevolg is duidelijk: lagunes staan steeds minder vaak onder water, vooral in de herfst, wanneer ze normaal gesproken juist vollopen — met alle gevolgen voor natuur en waterbeheer.