Maricarmen Abascal is woensdag overleden in het Gregorio Marañón-ziekenhuis in Madrid. Ze werd 87. Op 23 september werd ze uit haar huurhuis in de wijk Retiro gezet. Ze woonde daar ruim zeventig jaar. Haar uitzetting leidde tot de grootste woonprotesten die Spanje in jaren heeft gezien. De huurdersbond Sindicato de Inquilinas maakte haar overlijden bekend in een verklaring, die ook door haar familie en haar advocaat is ondertekend.
Sinds de dag van de uitzetting lag ze in het ziekenhuis. Ze was die dag op een brancard uit haar woning gedragen.
Een leven lang in hetzelfde huis
Haar vader huurde het appartement in 1956. Maricarmen woonde er met haar ouders en haar broer, en is er eigenlijk nooit meer weggegaan. Ze werkte 34 jaar als secretaresse van de raad van bestuur van een farmaceutisch bedrijf. In 1998 ging ze met pensioen. Omdat ze een ‘renta antigua’ had, een oud huurcontract met een lage, vaste huur, betaalde ze 500 euro per maand. Dat huurcontract stond eerst op naam van haar vader, maar ging na zijn dood over op haar moeder en weer later op Maricarmen zelf.
Dat was voor de nieuwe eigenaar, het beleggingsbedrijf Urbagestión, reden om het contract te beëindigen, terwijl het bedrijf de woning juist goedkoop had kunnen kopen, omdat zij erin woonde. Urbagestión vroeg een veel hogere huur, Spaanse media spreken van een bedrag rond de 1.600 euro, terwijl Maricarmen’s pensioen rond de 1.300 à 1.400 euro lag. Een juridisch gevecht van bijna zeven jaar mocht niet baten. De eigenaar probeerde de vrouw vier keer uit huis te zetten en bij de vierde keer lukte het.
Honderdduizenden de straat op
De beelden van de uitzetting gingen door heel Spanje. Een paar dagen later, op 26 september, liepen tienduizenden mensen door Madrid onder de leus “Ni una Maricarmen más”, geen Maricarmen meer. Op de Puerta del Sol zetten demonstranten tenten op. Ook in andere steden kwamen mensen bijeen, van Vigo tot Granada en Sevilla. Maricarmen zelf stuurde vanuit haar ziekenhuisbed video’s naar de demonstranten. “Ik zou graag bij jullie zijn, maar dat geluk heb ik niet”, zei ze daarin. Ze vroeg hen vol te houden.
Het akkoord kwam te laat
Op 28 september bereikten haar advocaat, de huurdersbond en Urbagestión een akkoord, met bemiddeling van het gemeentelijke woonbedrijf EMVS. Maricarmen zou een nieuw huurcontract van acht jaar krijgen. De huur mocht niet hoger worden dan 30 procent van haar netto-inkomen. Een dag later stemde ze in. Ze zou terugkeren zodra de artsen haar lieten gaan.
Voor zover bekend is het in Spanje nooit eerder gebeurd dat een uitgezette huurder dankzij publieke druk weer terug mocht naar huis. “Deze oplossing is te laat gekomen”, schrijven de huurdersbond, haar familie en haar advocaat nu.
In hun verklaring noemen ze de demonstraties, de tentenkampen, de vervroegde verkiezingen en de oproep tot een algemene staking die volgden op haar uitzetting. Volgens hen markeert dat een keerpunt in de Spaanse geschiedenis. “Maar de prijs om hier te komen was te hoog.”
“Ik ben mezelf niet meer”
De jaren van procederen, die uiteindelijk resulteerden in de uitzetting eisten hun tol. Maricarmen zat in een rolstoel en had hulp nodig bij dagelijkse dingen. Ze verloor spiermassa en kon moeilijk eten. Twee dagen voor de uitzetting vertelde ze El País dat zelfs haar stem was veranderd. “Ik ben mezelf niet meer.” Ze zei toen ook dat ze niet gelovig was. Toch zei ze elke avond welterusten tegen God, tegen haar ouders, tegen paus Franciscus en tegen de familieleden die ze had verloren. Ze had nog twee wensen. Sterven in de kamer waar ook haar vader en moeder stierven, en rusten in de Cantabrische Zee.
De eerste wens is niet uitgekomen. Haar laatste boodschap aan de huurdersbond was dezelfde als altijd: blijf strijden voor wat van jullie is.