Spanje zit vol wijken met karakter. Van eeuwenoude historische centra vergeven van de smalle steegjes behangen met fleurige bloempotten tot buurten met een geheel eigen architectuur die bezoekers meteen onderdompelen in vervlogen tijden. Sommige wijken zijn een attractie op zich, of dat nu komt doordat elk hoekje fotogeniek is, hun unieke uitstraling of gewoon een magische sfeer die zich lastig laat omschrijven.
De redactie van España Fascinante wilde weten welke wijk Spanjekenners het meest weet te raken. Via sociale media werd de vraag gesteld: welke wijk is de mooiste van heel Spanje? De reacties kwamen van mensen die het land door en door kennen. Veel reizigers trokken jarenlang kriskras door Spanje en weten precies wat een plek onvergetelijk maakt.
Sterke concurrentie
Voordat we de winnaar bekend maken, verdienen een paar andere wijken een vermelding, omdat ze telkens weer opdoken in de reacties. Zo is er het Sacromonte in Granada, een wijk die onlosmakelijk verbonden is met grotwoningen en de meest authentieke flamencotraditie van het land. Deze wijk is gebouwd tegen de heuvel aan de rand van het Darro-dal. De buurt geldt als een van de geboorteplekken van de flamenco. Honderden grotwoningen (casas-cueva) zijn letterlijk in de berg uitgehouwen. Sommige worden nog bewoond, andere zijn omgetoverd tot restaurants of tablaos flamencos, waar ’s avonds de intense, ongepolijste zambra klinkt. Dat is een flamencostijl die hier al generaties wordt doorgegeven binnen gitanofamilies.
Wie de wijk bezoekt, kan het best ook het Museo Cuevas del Sacromonte inplannen. Hier tref je elf originele grotten en een van de mooiste uitzichten op de Alhambra, en de Abadía del Sacromonte hoog op de heuvel, met haar mysterieuze Santas Cuevas en een panorama over de hele Vega van Granada. De ongeveer 2,5 kilometer lange wandeling ernaartoe, de Camino del Sacromonte, is op zichzelf al een belevenis.
Ook Barcelona liet van zich horen met de Barrio Gótico. Deze wijk zet je rechtstreeks in de middeleeuwen met zijn smalle, schaduwrijke steegjes met, gezellige cafeetjes en hier en daar een stuk oude stadsmuur. En in Sevilla wist de wijk Santa Cruz veel harten te veroveren. Hier genieten bezoekers van een architectonische balans, met bloemen behangen patio’s en intieme pleintjes, zoals de Plaza Doña Elvira.
En de winnaar is…

Maar geen van deze wijken kon de titel uiteindelijk claimen. Die ging naar een andere plek in Granada: het Albaicín, de oude Arabische wijk met een unieke sfeer die hoog boven de stad ligt.
De naam Albaicín verraadt meteen de Arabische wortels van de wijk. Ze ligt tegen een heuvel aangebouwd en lijkt los te staan van de rest van Granada. Lezers roemen vooral de architectuur en de verborgen hoekjes die van het Albaicín een wereld op zich maken. Die reputatie is geen toeval: UNESCO verklaarde de wijk tot Werelderfgoed vanwege haar unieke stedenbouwkundige structuur en enorme historische waarde. Het Nazaridische en renaissancistische erfgoed dat er nog bewaard is gebleven, verklaart waarom reizigers er tot op de dag van vandaag weg van zijn.
Een openluchtmuseum van water
Wat weinig bezoekers weten: van de 26 bewaard gebleven aljibes (ondergrondse waterreservoirs uit de moslimtijd) die Granada nog telt, liggen er maar liefst 24 in het Albaicín. Dat maakt de wijk tot een openluchtmuseum van water. De grootste en oudste is de Aljibe del Rey, uit de 11e eeuw, met een capaciteit van 300 kubieke meter water, verdeeld over vier tongewelven en drie centrale bogenrijen. Je kunt hem gratis bezoeken met een kleine rondleiding.
Andere waterputten hebben elk hun eigen verhaal: die van San Miguel Bajo valt op door twee hergebruikte Romeinse zuilen, die van Trillo heeft een fraaie hoefijzerboog en bij die van San Nicolás en Bibalbonud mag je zelfs nog water drinken.
Geheime tuinen achter hoge muren
Overal in de wijk kom je bovendien cármenes tegen: typisch Granadijnse huizen met een besloten binnentuin omringd door hoge muren die het geheel aan het zicht vanaf straat onttrekken. Het woord komt van het Arabische karm, wat wijngaard betekent. Het is een verwijzing naar de agrarische oorsprong van deze plekken. De meeste zijn nog altijd privéwoningen, maar een paar zijn opengesteld, zoals de Carmen de los Mártires en de Carmen de Max Moreau. Eten in een restaurant-carmen met zicht op de Alhambra, terwijl de avondlucht geurt naar jasmijn en oranjebloesem, geldt als een van de meest exclusieve culinaire ervaringen van Granada.
Uitzichtpunten die niet in elke gids staan
Naast het beroemde Mirador de San Nicolás bestaan er rustigere plekjes, zoals het Mirador de Santa Isabel la Real. Op deze ruime plaats met fontein komen nauwelijks toeristen komen. Ook kleine pleintjes zoals bij de Placeta de las Tomasas zijn de moeite waard. Verscholen achter de aljibes, bieden ze een laag maar intiem uitzicht op het Alhambra dat bij zonsondergang rood kleurt.