Nederlanders blijven huizen kopen in Spanje: recordaantal in 2025

door Else BeekmanElse Beekman
buitenlandse huizenkopers in Spanje kopen recordaantal woningen in eerste half jaar

De Spaanse woningmarkt blijft buitenlandse kopers trekken. Die groep wist in de eerste helft van 2025 ruim 71.000 woningen te bemachtigen. Het aantal buitenlandse huizenkopers was sinds 2022 niet meer zo hoog. Bovendien blijft het aantal Nederlanders onder hen gestaag groeien. Met meer dan 4.000 aankopen staan zij inmiddels op de zesde plaats van buitenlandse kopers.

Dat blijkt allemaal uit cijfers van het Spaanse notariaat. In de de eerste zes maanden van dit jaar veranderden precies 71.155 woningen via buitenlandse transacties van eigenaar. Dat is 2% meer dan in dezelfde periode in 2024. Hat aandeel van buitenlandse aankopen daalde echter wel licht ten opzichte van het totaal: het ging van 20,3% vorig jaar naar 19,3% nu.

Afgezien van die lichte daling blijft het totale aandeel buitenlandse huizenkopers in Spanje fors: 1 op de 5 verkochte huizen in Spanje gaat naar een buitenlandse koper. Meestal gaat het om mensen die al in Spanje wonen. Die groep residenten was goed voor bijna 61% van de buitenlandse aankopen. Niet-residenten waren verantwoordelijk voor 39%, maar hun aankopen daalden met ruim 4% vergeleken met vorig jaar.

Nederlanders kopen vaker tweede woning

Nederlanders kochten in de eerste helft van dit jaar 4.166 woningen in Spanje. Daarmee zijn ze de zesde grootste buitenlandse groep, achter Britten, Marokkanen, Duitsers, Italianen en Roemenen. Fransen en Belgen volgen vlak daarachter.

De meeste Nederlanders kopen als niet-resident, dus hebben geen vaste woonplaats in Spanje. Vaak gaat het om een vakantiewoning of investering voor de langere termijn. Nederlandse kopers zijn met name goed vertegenwoordigd aan de Costa Blanca, de Costa del Sol en op de Balearen. Het ideale klimaat, de goede bereikbaarheid met diverse luchthavens met tal van verbindingen in de buurt en een groot netwerk van mede-Nederlanders maken deze regio’s erg aantrekkelijk.

Niet-residentiële buitenlanders bezitten volgens Alberto Martínez Lacambra, directeur van het technologisch centrum van het Spaanse notariaat, slechts 1 tot 1,5% van het totale woningaanbod in Spanje. Jaarlijks houden zij zo’n 50.000 tot 60.000 woningen vast. In augustus waren zij goed voor 7,5% van de aankopen en 6,9% van de verkopen.

Het aandeel niet-residenten onder de buitenlandse huizenkopers in Spanje verschilt sterk per nationaliteit. Bijna tweederde van de Britten woont bijvoorbeeld niet in Spanje, terwijl dat bij Marokkaanse kopers vrijwel omgekeerd is.

Kustgebieden blijven favoriet onder buitenlandse huizenkopers

De regio Valencia staat opnieuw bovenaan als populairste regio onder buitenlandse kopers. Meer dan 20.000 transacties vonden daar plaats, met Alicante als uitschieter: daar werd ruim de helft van de verkochte woningen gekocht door buitenlanders. Van die aankopen kwam 35,9% op naam van niet-residenten te staan. Die verhouding zie je ook terug in andere kustregio’s zoals Andalusië en Catalonië.

Wat opvalt, is dat ook noordelijke regio’s terrein winnen. In Asturië groeide het aantal aankopen door buitenlanders met ruim 30%. Ook in Castilla y León, Galicië en La Rioja neemt de interesse toe.

Hoge prijzen, maar geen bubbel

Achter de cijfers gaat een complex woningvraagstuk schuil. De gemiddelde huizenprijs in Spanje is in veel regio’s weer bijna terug op het niveau van vóór de financiële crisis. In Madrid en op de Balearen ligt de prijs in nominale termen zelfs boven het oude record. Gecorrigeerd voor inflatie liggen de prijzen nog altijd 25% onder het piekniveau van 2007.

Martínez Lacambra sluit een nieuwe bubbel uit. Hij vergelijkt de woningmarkt eerder met de goudprijs: ook hoog, maar niet per se overgewaardeerd. Daarbij ligt volgens hem het schuldenniveau van Spaanse huishoudens nu veel lager dan voor de vorige crisis.

Toch zijn de regionale verschillen groot. In Extremadura en Castilla-La Mancha zijn de prijzen relatief stabiel gebleven. In grootstedelijke gebieden, zoals Madrid, is de zogenoemde ‘aanschafinspanning’ (het aantal benodigde jaarsalarissen voor een woning) flink gestegen. Landelijk ligt die op 5,1 jaar, maar in Madrid op 7 jaar en op de Balearen zelfs op 8,4.

Jongeren buitenspel op Spaanse huizenmarkt

Een ander groeiend probleem: jonge kopers komen nauwelijks nog aan bod. In 2007 was ruim 22% van de kopers jonger dan 30. Nu is dat nog geen 10%. De gemiddelde leeftijd van huizenkopers is in achttien jaar gestegen van 40 naar 47 jaar.

Martínez Lacambra pleit er daarom ook voor om aankoopsubsidies beschikbaar te maken tot 45 jaar, zodat ook die groep die tijdens de crisisjaren buiten de boot viel, een inhaalslag kan maken. “We zijn van een systeem dat jongeren toegang gaf tot de woningmarkt gegaan naar een systeem dat dat nauwelijks nog doet,” zegt hij.