Er heerste even rust op de financiële markten. Het door de Europese Centrale Bank in september gelanceerde plan om staatspapier op te kopen van landen in moeilijkheden, viel in goede aarde bij de investeerders.
De Spaanse premier leek hiermee weer extra tijd te krijgen. Tijd waarin de bezuinigings- en hervormingsplannen van zijn regering hun effect konden gaan sorteren.
Dit kwam Rajoy goed uit. Ondanks de aanvraag voor financiële steun vanuit Europa voor de Spaanse banken, wil hij uit alle macht voorkomen nog een keer een beroep te moeten doen op de Europese geldkist. Waarmee tegelijkertijd wordt vermeden dat de zogenoemde ‘mannen in het zwart’ het bestuurlijk roer van Spanje zouden overnemen.
Toegenomen onrust
Het plotselinge vertrek van Rajoy’s Italiaanse collega, Mario Monti, lijkt nu roet in het eten te gooien. Waar eerst nog leek dat dit alle aandacht op Italië zou vestigen en Spanje in de luwte zou brengen, blijkt dit toch anders uit te pakken.
De onrust op de financiële markten is weer teruggekeerd. Met name de geruchten over Silvio Berlusconi die staat te trappelen om opnieuw Italië te besturen, lijken niet in goede aarde te vallen.
Rajoy reageerde als volgt: ‘Spanje is sinds vrijdag niet veranderd, maar toch kijkt de markt door wat er in Italië is gebeurd, nu anders tegen ons aan. Het is overduidelijk dat dit een Europees probleem is dat in Brussel moet worden opgelost’. Zo schreef de Spaanse krant ABC in een artikel dat werd vertaald door Presseurop.
Niet alleen de positie van Spanje is in gevaar, maar ook die van de euro zelf, zo stelt Martin Schultz, voorzitter van het Europees Parlement, die de eventuele terugkeer van Berlusconi een ‘bedreiging’ noemt voor de ‘stabiliteit van Italië en de EU’.
Opmerkelijk is dat Monti zijn vertrek wereldkundig maakte op de dag dat vertegenwoordigers van de Europese Unie in het Noorse Oslo de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst namen.