In deze zaak is Cristina’s echtgenoot, ex-handballer Iñaki Urdangarín samen met zijn voormalige zakenpartner hoofdverdachte. De zaak telt 76.000 pagina’s en 89 aanklachten en in totaal 18 verdachten. Er zullen 363 getuigen worden gehoord. Naar verwachting duurt de zaak tot juni.
De zus van de Spaanse koning wordt verdacht van belastingontduiking. Zij zou geld dat via het bedrijf Aizoon werd witgewassen hebben gebruikt voor privédoeleinden. Aizoon is het bouwbedrijf dat Cristina samen had met haar man.
Zaak Nóos
Iñaki Urdangarín wordt er samen met zijn voormalige zakenpartner Diego Torres van verdacht via hun Stichting Nóos publiek geld van onder meer de regio Balearen en Valencia via lucratieve contracten met verschillende overheden hebben weggesluisd. Het zou totaal om ruim 6 miljoen euro gaan. Aangeboden diensten werden niet of gedeeltelijk geleverd en de rest van het geld is verdwenen.
Andere verdachten en getuigen
Naast de prinses en haar man zijn ook Diego Torres en zijn vrouw Ana María Tejeiro en haar twee broers verdacht. Belangrijke getuigen in de zaak zijn Rodrigo Rato, voormalig directeur Bankia en vice-premier in de Spaanse regering, Rita Barberà, voormalig burgemeester van Valencia, Ana Botella, voormalig burgemeester van Madrid en Alberto Ruíz Gallardón, voormalig minister van Justitie en ex-burgemeester van Madrid.
Rechter en aanklager oneens
De onderzoeksrechter in de zaak was José Castro. De openbaar aanklager Pedro Horrach. Zij werden het beiden niet eens over de aanklacht tegen Cristina. Horrach sprak uit tegen het oordeel van Castro dat Cristina net als Urdangarín moet worden vervolgd voor fraude. De aanklager eist alleen civielrechtelijke aansprakelijkheid ter waarde van 600.000 euro wegens belastingontduiking.
Botín-doctrine
De grote vraag is nu of de Botín-doctrine zal worden toegepast. Deze doctrine zegt dat er alleen een rechtszaak is als het Openbaar Ministerie of de openbaar aanklager de beschuldiging steunt. Tot nu toe is de peudo-vakbond Manos Limpias de enige die de prinses aanklaagt. Drie vrouwelijke rechters zullen de rechtszaak leiden.
Intrekken titel Hertogen van Palma
De zaak is slecht voor de reputatie van het Spaanse koningshuis. Koning Felipe VI heeft zich tot nu toe van de zaak gedistantieerd en trok in juni vorig jaar de titel Hertogen van Palma in van het echtpaar Urdangarín – Borbón. Al veel eerder, toen haar vader Juan Carlos nog koning was, werden Cristina en haar man al geschrapt van de officiële agenda van het koninklijk huis en verschenen als zodanig niet meer in het openbaar.
Troonopvolging
Prinses Cristina is zesde in lijn van de Spaanse troonopvolging na de twee dochters Leonor en Sofia van de koning, haar oudste zus prinses Elena en de twee kinderen van prinses Elena. Het koningshuis heeft tot nu toe als standpunt ingenomen dat het aan de prinses zelf is om haar aanspraak op de troon op te geven. Tot nu toe schijnt zij dit hardnekkig te weigeren omdat dat volgens haar tegen de belangen van haar vier kinderen ingaat.
Imago koningshuis
Het imago van de Spaanse monarchie staat met deze rechtszaak wel op het spel. Het is de eerste keer in de geschiedenis van Spanje dat een lid van de koninklijke familie in de beklaagdenbank zit. Sinds de kroning van Felipe VI in juni 2014 is het imago sterk verbeterd door zijn sobere aanpak en pogingen de Spaanse monarchie transparanter te maken. Zijn vader Juan Carlos was decennialang enorm populair en geliefd, totdat enkele schandalen en een vermeende buitenechtelijke relatie die populariteit de das omdeden.
Via deze link is de rechtszaak live te volgen. Er zijn ruim honderd journalisten aanwezig. De zaak heeft plaats in een school in een buitenwijk van La Palma.
Lees ook het artikel ‘Wie is wie in de zaak Nóos‘ dat eerder op deze website verscheen.