Naast alle Moorse rijkdommen die Sevilla te bieden heeft, kunnen kunstliefhebbers van christelijke schilderkunst hun hart ophalen in dit mooie museum in het centrum van de stad. Werken van de bekendste Spaanse schilders uit de Gouden Eeuw als Velásquez, Murillo, Ribera en Zurbarán staan centraal en geven een mooi overzicht van de Spaanse schilderkunst uit de zeventiende eeuw.
Geschiedenis
Het museum is gehuisvest in het voormalige klooster Convento de la Merced, dat na de Reconquista van Sevilla in 1248 werd gesticht. Toen alle kerkelijke instituten in de negentiende eeuw hun bezittingen moesten afstaan van de liberale regering, kreeg het klooster een andere functie en opende in 1835 als het ‘Museo de Pinturas’. Dit museum werd het onderkomen van de kunst die afkomstig was uit Andalusische kerken en kloosters.
In de zeventiende eeuw onderging het klooster grote veranderingen waarbij de elementen uit de mudéjarstijl grotendeels verloren gingen. Er werd een kerk gebouwd en een halve eeuw later was het hele bouwwerk voltooid. Nadat het klooster een museum was geworden, zijn er nog een aantal grote aanpassingen gedaan. De booggalerijen, kloostergangen, vloeren en muren werden gerestaureerd en gedecoreerd met de azulejos die afkomstig waren uit de geseculariseerde kloosters. In de vorige eeuw werden de laatste aanpassingen gedaan. Zo werd de sacristie verbouwd tot patio en kreeg het gebouw in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een laatste make-over om aan de moderne eisen te voldoen van een hedendaags museumgebouw.
Uitbreiding van de collectie
In eerste instantie bestond de collectie van het Museo de Bellas Artes uit kunstwerken die afkomstig waren uit de kloosters en kerken van Sevilla. Vanaf het begin van de 20ste eeuw werd de collectie aanzienlijk groter en gevarieerder. Een aantal intellectuelen uit Sevilla begon met het aanleggen van een kunstcollectie die later aan het museum werd gedoneerd. Ook kreeg het museum donaties van erfgenamen van kunstenaars uit de vroege twintigste eeuw. Door deze uiteenlopende donaties werd de collectie van het museum een bonte mengeling van stijlen en thema’s.
Modernisering
In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontstond in Spanje de trend om de permanente museumcollectie kleiner en specifieker te maken. De variatie en omvang van het aanbod was niet meer de prioriteit, er kwam meer aandacht voor ieder kunstwerk afzonderlijk. Dat gebeurde ook in het Museo de Bellas artes waardoor de barokkunst uit de zeventiende eeuw en Andalusische kunst uit de negentiende en twintigste eeuw centraal kwamen te staan.
Sinds het museum in de afgelopen vijftien jaar in beheer is van de regionale overheid, zijn er 57 kunstwerken aan de collectie toegevoegd, waaronder schilderijen, beeldhouwwerken en keramische objecten.
Bartolomé Murillo
De eerste zalen van het museum tonen schilder- en beeldhouwkunst uit de vijftiende eeuw. Daarna loop je de voormalige kloosterkerk in waar een van de hoogtepunten van de museumcollectie te bewonderen is: het werk van de Spaanse schilder Bartolomé Esteban Murillo. De artistieke stijl van Murillo was toonaangevend in de christelijke Sevilliaanse schilderkunst van de tweede helft van de zeventiende eeuw tot het begin van de achttiende eeuw. De schilderijen die hij maakte voor de Kapucijnerorde in Sevilla worden wel gezien als zijn artistieke hoogtepunt en is het waardevolste bezit van het Museo de Bellas Artes. Hier hangt het in de voormalige kloosterkerk en biedt zo de mogelijkheid het werk in een originele context tot je door te laten dringen.
Francisco Zurburán
Hierna ga je naar de eerste verdieping van het museum waar kunstwerken tot halverwege de twintigste eeuw te zien zijn. Zaal tien is gewijd aan een andere grote meester uit de Spaanse Gouden Eeuw: Francisco Zurburán. Hij was een collega en goede vriend van Murillo waarmee hij in 1660 de eerste Spaanse kunstacademie oprichtte. Zijn sobere en realistische stijl met een uitzonderlijke spirituele uitstraling was populair bij de belangrijkste religieuze ordes uit die tijd.
Beeldhouwkunst
In het museum worden de barokke schilderijen vergezeld met een indrukwekkende collectie beeldhouwwerken van onder andere Alonso Cano, Pedro de Mena en Juan Martínez Montañez.
Barok
De Spaanse barok is voor de Andalusische cultuur van grote betekenis geweest. Veel van de huidige Andalusische feesten en tradities, denk aan de Semana Santa, vinden hun oorsprong in de barok. Veel belangrijke gebouwen, kerken en paleizen zijn gebouwd in barokstijl. Ook de diepgewortelde verheerlijking van emoties vindt zijn oorsprong in de barok. Dat maakt dit mooie museum in Sevilla tot een authentiek cultureel hoogtepunt van Andalusië.
Exposities
María la guapa
Tot 5 april van dit jaar worden in het museum twee schilderijen geëxposeerd van de Spaanse schilder Diego López Gárcia: ‘La Cantaora’ en ‘La niña del canario’. Beide zijn portretten van María Navarro, ook wel bekend als María la guapa. Deze kunstwerken komen uit de privécollectie van Francisco Luque Cabrera.
Het museum is zelf ook in het bezit van een schilderij van Diego López: ‘La Sevillana en su patio’. Dit schilderij wordt tot 5 april samen met de geleende werken geëxposeerd. Het samenkomen van de drie verschillende portretten van María Navarro laat zien hoe Diego López varieerde in zijn schilderstijl. Hij maakte de portretten in 1917 en 1918.
Iedere maand (tot en met juni 2015) vindt er een begeleide rondleiding plaats langs de permanente collectie van het museum: 18 maart, 15 april, 20 mei en 17 juni om 11:30 uur.
Lees ook in deze serie over museo Thyssen Bornemisza, museo Del Prado, Museo Rein Sofia in Madrid, Teatro Museo Dalí in Figueres, Museo Guggenheim in Bilbao en over Casa de Pilatos in Sevilla.