Slechts één Spaanse politicus gaf zijn onkostenvergoeding op tijdens lock down

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Slechts één Spaanse politicus gaf zijn onkostenvergoeding op tijdens lock down

Parlementsleden ontvangen die vergoeding van de reis- en verblijfskosten elke maand voor de uitoefening van hun taken in Madrid. Het congres heeft dit bevestigd weken nadat een aantal fracties en afgevaardigden bekend maakten dat ze een deel van hun salaris zouden doneren aan verschillende doelen. Uiteindelijk deed alleen de PSOE-afgevaardigde voor de Baskische provincie Guipúzcoa en voormalig burgemeester van San Sebastián, Odón Elorza, afstand van zijn vergoeding. Hij diende twee weken na het in werking treden van de alarmtoestand zijn ontslag per brief in aan de voorzitter van het Spaanse parlement, Meritxell Batet.

De parlementsleden ontvangen een maandelijkse vergoeding (basissalaris) van 2.981,86 euro, waaraan toeslagen worden toegevoegd, afhankelijk van de taak die zij in het parlement vervullen, maar ze hebben ook recht op maandelijkse niet-belastbare compensatie voor ‘de uitgaven als gevolg van de activiteit in het parlement’. Dat is 917,03 euro voor de door Madrid gekozen afgevaardigden en 1.921,20 euro voor afgevaardigden afkomstig uit de andere kiesdistricten. Precies dit bedrag wilde Elorza in april niet ontvangen, omdat hij als gevolg van de quarantaineperiode die reiskosten naar Madrid ook niet hoefde te maken, waar de vergoeding voor is bedoeld. 

Hij had in maart hetzelfde geprobeerd, nadat op de 14e de alarmtoestand werd afgekondigd, maar die aanvraag kwam niet op tijd.  Uiteindelijk blijkt hij de enige te zijn van alle 350 afgevaardigden in het Spaanse parlement die heeft afgezien van zijn onkostenvergoeding terwijl in de laatste twee weken van maart en de hele maand april de aanwezigheid op plenaire zittingen beperkt was tot 10 procent plaatsvervangers voor elke fractie tot een maximum van in totaal vijftig vertegenwoordigers in de vergaderzaal.