Spaanse export draait minder om olijfolie dan je denkt

door Judith Goeree
Exportproducten van Spanje

Wie aan Spaanse export denkt, ziet al snel olijfolie, wijn en sinaasappels voor zich; producten die ook in Nederland en België gewoon in de supermarkt liggen. Het zijn hardnekkige beelden, gevoed door vakantieherinneringen en mediterrane clichés. Maar achter dat vertrouwde decor schuilt een economie die veel breder en moderner is dan vaak wordt aangenomen.

In het kort

  • Spanje exporteerde in 2024 voor circa 590 miljard dollar aan goederen en diensten.
  • Toerisme is de grootste inkomstenbron, met ongeveer 107 miljard dollar.
  • De auto-industrie is de belangrijkste industriële sector, goed voor circa 65 miljard dollar.
  • Ook chemie en farmacie spelen een grote rol, vooral dankzij de export van medicijnen.
  • Olijfolie is een bekend exportproduct, maar minder bepalend dan vaak wordt gedacht.

Wat de cijfers laten zien

Die bredere werkelijkheid wordt zichtbaar in internationale handelscijfers, onder meer in de Atlas of Economic Complexity van de Harvard Kennedy School. Deze veelgebruikte databank brengt de handelsstromen van zo’n 250 landen en gebieden in kaart, op basis van gegevens die staten zelf aanleveren bij de Verenigde Naties en die volgens een vaste methode worden geanalyseerd. Zo ontstaat een gedetailleerd overzicht van meer dan 6.000 producten en diensten, verdeeld over verschillende sectoren.

Op basis van die gegevens exporteerde Spanje in 2024 voor zo’n 590 miljard dollar. Opvallend is dat een groot deel van die inkomsten niet uit tastbare producten komt, maar uit diensten.

Toerisme als economische motor

Toerisme is veruit de grootste bron van buitenlandse inkomsten voor Spanje. Reizen en verblijven van buitenlandse bezoekers brachten in 2024 ongeveer 107 miljard dollar op.

Dat succes heeft een keerzijde. De sterke afhankelijkheid maakt de economie kwetsbaar, zoals tijdens de coronapandemie duidelijk werd toen de inkomsten vrijwel stilvielen. Bovendien kent de toeristische sector veel seizoenswerk, met relatief lage lonen.

Auto-industrie blijft pijler

Minder zichtbaar, maar economisch minstens zo belangrijk, is de auto-industrie. Spanje behoort tot de grootste autoproducenten van Europa en fungeert als productiebasis voor internationale merken.

De export van personenauto’s alleen al is goed voor ruim 37 miljard dollar. Tel je onderdelen en bedrijfswagens mee, dan loopt dat op tot ongeveer 65 miljard. Een groot deel van die productie is bestemd voor buitenlandse markten, vooral binnen Europa.

Sterke positie voor chemie en farmacie

Ook de chemische sector draagt aanzienlijk bij. Medicijnen zijn een van de belangrijkste exportproducten, goed voor meer dan 12 miljard dollar. In totaal komt de chemische export uit op ongeveer 37 miljard.

Die cijfers onderstrepen dat Spanje niet alleen een producent van basisgoederen is, maar ook actief is in sectoren met hogere toegevoegde waarde.

Voeding blijft belangrijk, maar niet dominant

De agrovoedingssector blijft een herkenbare pijler. Producten als varkensvlees, olijfolie, wijn en citrusfruit zijn wereldwijd geliefd en samen goed voor zo’n 45 miljard dollar aan export.

Toch is het aandeel van deze traditionele sector kleiner dan vaak wordt gedacht. De Spaanse economie is minder afhankelijk van landbouwexport dan het imago suggereert.

Minder gewicht voor klassieke industrie

Andere sectoren, zoals raffinage, mijnbouw, textiel en elektronica, spelen een relatief bescheiden rol. Aardolieproducten blijven bijvoorbeeld onder de 3 procent van de totale export.

Dat laat zien dat Spanje zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld richting een meer gediversifieerde economie, waarin diensten en specifieke industrietakken domineren.

Een economie met meerdere gezichten

Andere sectoren, zoals textiel of raffinage, spelen een kleinere rol. Aardolieproducten blijven bijvoorbeeld onder de 3 procent van de totale export.

Het bredere beeld, gebaseerd van de Atlas of Economic Complexity, laat zien hoe divers de Spaanse economie inmiddels is geworden. Niet één sector domineert volledig; juist de combinatie van toerisme, industrie en kennisintensieve productie bepaalt het profiel.

De cijfers laten zien dat Spanje meer is dan een vakantieland en zich tegelijk profileert als industriële speler en exporteur van hoogwaardige producten.

Voor de toekomst ligt de uitdaging in balans. Minder afhankelijk zijn van toerisme en tegelijk blijven investeren in industrie en innovatie. Want achter de zon en de stranden draait een economie die complexer is dan vaak wordt gedacht.