Een potje kaarten: in Nederland zijn we er maar wat vertrouwd mee. Pesten aan de familietafel, een rondje klaverjassen in de kroeg, bridge met vrienden of in je eentje patience spelen. Ook in Spanje wordt volop gekaart. Maar wie voor het eerst een pak Spaanse speelkaarten in handen krijgt, moet waarschijnlijk even goed kijken.
Want onze vertrouwde harten, ruiten, klaveren en schoppen hebben plaatsgemaakt voor munten, bekers, zwaarden en knuppels. En ook de spelletjes zijn anders. Van mus tot brisca en cinquillo: dit zijn vijf Spaanse kaartspellen die je eens moet proberen.
De baraja española: kaarten op z’n Spaans
De baraja española is een traditioneel pak Spaanse speelkaarten. Afhankelijk van het spel bestaat die uit 40 of 48 kaarten, verdeeld over munten (oros), bekers (copas), zwaarden (espadas) en knuppels (bastos). Ook de plaatjes zijn anders. Zo kom je geen boer, vrouw en heer tegen, maar een sota (page), caballo (ridder te paard) en rey (koning).
En voor wie toch liever puzzelt dan kaart? Die kan zich tegenwoordig ook wagen aan Murdoku, de puzzelhype die onlangs zowel Spanje als Nederland bereikte.
Cinquillo: de publiekslieveling
Deze klassieker doet het goed bij jong en oud. Het doel is simpel: als eerste al je kaarten kwijtraken. De speler met de vijf van oros (munten) mag beginnen. Daarna leg je de kaarten per soort aan, oplopend en aflopend vanaf de vijf, een beetje zoals bij patience.
Juist doordat de regels zo eenvoudig zijn, is cinquillo een makkelijk spel om aan te schuiven als je het nog nooit hebt gespeeld. Maar vergis je niet: een beetje tactiek komt er wel bij kijken. Zo is het soms slimmer om een kaart nog even vast te houden, bijvoorbeeld omdat je daarmee voorkomt dat een tegenstander verder kan en dus de beurt moet overslaan.
Brisca: punten pakken met de juiste slagen
Brisca is een traditioneel kaartspel dat je op veel plekken in Spanje tegenkomt en nauw verwant is aan het Italiaanse briscola. Afhankelijk van het land of de streek bestaan er ook namen als brisca, bríscola, bisca en bescambrilla. Het doet enigszins denken aan klaverjassen: spelers proberen slagen te winnen en daarmee zoveel mogelijk punten te verzamelen.
In Spanje speel je brisca doorgaans met de Spaanse kaarten. Niet iedere kaart is daarbij evenveel waard, dus het draait niet alleen om zoveel mogelijk slagen, maar vooral om de juiste kaarten binnenhalen.
Mus: de koning van de Spaanse kaartspellen
Geef een Bask een pak Spaanse kaarten en de kans is groot dat er een potje mus gespeeld gaat worden. Dit spel heeft Baskische roots en wordt meestal met vier spelers gespeeld, in twee duo’s. Geld komt er niet aan te pas: er wordt gespeeld om punten, die traditioneel worden bijgehouden met steentjes (piedras) en amarracos, waarbij één amarraco vijf punten waard is.
Bijzonder detail: bij mus hoort een hele rits woorden. Zo roep je mus als je nieuwe kaarten wilt, met envido verhoog je de inzet en met órdago zet je de hele partij op het spel. En dan zijn er nog de señas; vaste gezichtsgebaren waarmee spelers hun partner iets over hun kaarten kunnen vertellen, zonder dat de tegenpartij het merkt. Een opgetrokken wenkbrauw, een knipoog of even de tong uitsteken kan zo ineens belangrijke informatie zijn.
Tute: alles draait om de troef
Tute is waarschijnlijk vanuit Italië in Spanje terechtgekomen en wordt er al eeuwen gespeeld met de baraja española. Net als bij brisca draait het om slagen en speelt troef een belangrijke rol. Het doel is zoveel mogelijk punten te verzamelen met de kaarten uit gewonnen slagen (bazas). Ook bepaalde combinaties leveren extra punten op. Het spel kent verschillende varianten en kan met twee tot vier spelers worden gespeeld.
De naam tute komt waarschijnlijk van het Italiaanse tutti, ‘allemaal’. Dat verwijst naar een bijzondere combinatie: vier koningen of vier caballos (paarden) in je hand.
Escoba: veeg ze maar van tafel
Bij escoba hoef je geen slagen te winnen of je tegenstander te slim af te zijn met troef. Hier draait alles om het getal vijftien. Er liggen kaarten open op tafel en met een kaart uit je hand probeer je een combinatie te maken die samen precies vijftien punten waard is. Lukt dat, dan mag je die kaarten pakken.
De naam escoba betekent letterlijk ‘bezem’ en dat is niet voor niets. Wie met één zet alle kaarten van tafel weet te halen, ‘veegt’ de tafel schoon en scoort een extra punt. Aan het einde tellen niet alleen de gemaakte escobas, maar ook de verzamelde kaarten mee.
Hoe het beroemdste bordspel ter wereld vorm kreeg in Nerja