Spaanse landbouwsector opnieuw motor van de economie

door portret SAskia Plazier, inspanje.nl redacteurSaskia Plazier
Spanje aan kop in Europa wat betreft

Een opsteker voor de landbouwsector. Spanje is wereldwijd marktleider als het gaat om olijfboomgaarden en olijfolieproductie. Daarnaast is het Iberisch schiereiland de grootste producent van fruit en groenten binnen de Europese Unie en koploper in agrarische inkomsten. Na moeilijke jaren trekt de sector weer aan, zo blijkt uit een recent gepubliceerd rapport.

Het waren geen makkelijke jaren. Klimaatverandering, langdurige droogte, hoge energieprijzen en stijgende productiekosten legden de afgelopen jaren flinke druk op de sector, terwijl ook de markten onvoorspelbaar bleven. Toch blijkt de Spaanse landbouwsector opvallend veerkrachtig. Dat komt naar voren in een recent rapport over de agrarische sector en de voedingsmiddelenindustrie in Spanje, waarin de belangrijkste ontwikkelingen en cijfers over 2024 zijn samengebracht.

Het onderzoek is afkomstig van Analistas Económicos de Andalucía, een economisch onderzoeksbureau van de grote Spaanse bankengroep Unicaja. Volgens onderzoekers heeft de sector niet alleen standgehouden, maar wordt de Spaanse landbouw opnieuw gezien als motor van de economie. Spanje profileert zich daarmee nadrukkelijk als agrarische grootmacht binnen de Europese Unie: sterke productiecijfers, groeiende inkomsten en een prominente rol in werkgelegenheid en export.

Agrarische grootmacht in Europa

Volgens het rapport is Spanje uitgegroeid tot een van de belangrijkste landbouwlanden van de Europese Unie, en dat is geen toeval. De landbouwsector is breed opgebouwd en niet afhankelijk van één product of één regio. Daarnaast is de sector sterk op export gericht en van groot belang voor veel gebieden, vooral buiten de grote steden.

In 2024 bracht de landbouw meer dan 40 miljard euro op. Daarmee behoort Spanje tot de drie grootste landbouwlanden van de EU en ligt het economische gewicht van de sector hier duidelijk hoger dan het EU-gemiddelde.

Autonome regio’s maken het verschil

Dat Spanje het zo goed doet, is vooral te danken aan een aantal landbouwregio’s die al jaren het fundament van de sector vormen. Andalusië is veruit de grootste speler en is goed voor meer dan 30% van de totale agrarische toegevoegde waarde. Daarna op de voet gevolgd door Castilla-La Mancha, Castilië en León en Galicië.

In sommige autonome regio’s, zoals Andalusië, Extremadura en Castilla-La Mancha, speelt landbouw bovendien een opvallend grote rol in de regionale economie. Meer dan 6,5% van de economische activiteit komt daar rechtstreeks uit de sector. Dat is aanzienlijk meer dan het Spaanse gemiddelde en laat zien hoe belangrijk landbouw is voor werkgelegenheid, leefbaarheid en ontwikkeling op het platteland.

Werkgelegenheid

In 2024 werkten ongeveer 752.000 mensen in de Spaanse landbouw. Dat is goed voor 3,5% van alle banen en plaatst Spanje in de Europese top vier qua werkgelegenheid in de sector. Toch zit er ook een keerzijde aan dat beeld. Voor het derde jaar op rij daalde het aantal banen in de landbouw, dit keer met 2%. Volgens de onderzoekers spelen technologische ontwikkelingen en mechanisatie daarbij een rol, net als vergrijzing, het uitblijven van een nieuwe generatie die het werk overneemt en de nasleep van de droogtejaren.

Olijfbomen als ruggengraat van de sector

De olijf en de olijfboom, ze zijn onlosmakelijk verbonden en vormen al eeuwen het boegbeeld van de Spaanse landbouw. Met zo’n 2,8 miljoen hectare aan olijfgaarden beschikt Spanje over het grootste olijvenareaal ter wereld en is het land ook ’s werelds grootste producent van olijfolie. 2024 pakte daarbij bijzonder goed uit. Na een moeizaam jaar door aanhoudende droogte herstelde de oogst zich sterk en liep de productie op tot bijna 1,4 miljoen ton. Vooral in Andalusië werd volop geoogst, waarmee de regio opnieuw liet zien hoe centraal zij staat binnen de Europese olijfoliesector.

Groente, fruit en granen in de lift

Niet alleen de olijfolie deed het goed. Ook de productie van groenten, fruit en granen liet in 2024 een duidelijk herstel zien. Tomaten bleven het belangrijkste groentegewas, terwijl bij het fruit vooral de sinaasappels opvielen, met een groei van bijna 9%. Ook de graanteelt veerde op, met Castilië en León als belangrijkste producent van tarwe, gerst en maïs. Het herstel was daarmee zichtbaar over meerdere teelten.

Veeteelt blijft stabiele factor

Een andere belangrijke pijler binnen de Spaanse landbouw is de veeteelt. De varkenshouderij is nog altijd veruit de grootste tak, vooral in de autonome regio’s Aragón en Catalonië. De schapenhouderij heeft het daarentegen lastiger en verliest terrein, met name in gebieden waar die vroeger sterk vertegenwoordigd was, zoals in de autonome regio Extremadura.

In 2024 leverde de dierlijke productie samen zo’n 28 miljard euro op. Daarmee was de veeteelt goed voor ongeveer 42% van de totale agrarische opbrengst. Lagere prijzen drukten het eindresultaat, al bleef de sector in volume licht groeien, met name dankzij pluimvee, eieren en rundvee.

Inkomen en export op recordniveau

Die sterke productie vertaalt zich ook in klinkende cijfers. In 2024 ging het om ruim 36,7 miljard euro, ruim 11% meer dan een jaar eerder. Spanje staat daarmee bovenaan in de Europese Unie als het gaat om agrarische inkomsten. Ook aan de exportkant werden records gebroken: de uitvoer van agrovoedingsproducten liep op tot bijna 72 miljard euro. Fruit, groenten, olijfolie en varkensvlees waren daarbij de belangrijkste exportproducten.

Biologische landbouw in Andalusië groeit met 30% in vier jaar