Het gaat dan om het totaal van de schulden van de centrale overheid, de niet-centrale overheden (provincies, gemeenten, waterbeheer etc.) en de wettelijke sociale verzekeringsinstellingen. De Spaanse staatsschuld steeg in het derde kwartaal van 2016 tot 100,3 procent van het bruto binnenlands product. Dat is ruim 1.100 miljard euro, het hoogste cijfer ooit. Zo blijkt uit gegevens van de Spaanse bank. Desondanks is de Spaanse minister van Economische Zaken er zeker van dat het doel voor geheel 2016 van een schuld van 99,14 procent gehaald gaat worden.
In het derde kwartaal steeg de staatsschuld met 0,12 procent ten opzichte van het tweede kwartaal in 2016. Op jaarbasis steeg de nationale schuld met 3,7 procent. Van de totale schuld ligt 968.811 miljoen euro bij de centrale overheid. Dat is 87,4 procent. De autonome regio’s zijn samen goed voor 24,5% (271.980 miljoen euro) van de totale schuld. De gemeenten hebben samen een schuld van 2,12 procent (34.657 miljoen). De Spaanse Sociale Zekerheid heeft een schuld van 17.174 miljoen euro (1,5%).
In het derde kwartaal van 2016 werd alleen de schuld van de centrale overheid groter. Gemeenten en regio’s wisten hun schuld te verlagen. Catalonië, Valencia, Andalusië en Madrid hebben de hoogste schuld. Samen zijn ze goed voor twee derde van de totale schuld van alle regio’s samen. Alleen Andalusië wist de schuld omlaag te brengen. Wat percentage schuld van het bbp betreft staat de regio Valencia aan kop met een schuld van 41,6 procent van het bbp, gevolgd door Castilla-La Mancha met 35,9% en Catalonië met 35,6%. Madrid, Baskenland en de Canarische Eilanden hebben de minst hoge schuld. Van de gemeenten met meer dan een half miljoen inwoners heeft Madrid de hoogste schuld met een totaal van 4.471 miljoen euro.