Spaanse verkiezingen: zo werkt de strijd om de macht

door Judith Goeree
Stembus met Spaanse vlag

Hoe werkt de Spaanse politiek? Op 29 november gaat Spanje vervroegd naar de stembus. De woningcrisis en de politieke onenigheid daarover spelen een belangrijke rol. Maar hoe werkt het in Spanje eigenlijk? Welke partijen doen mee, waarom hebben regionale partijen zoveel invloed en hoe wordt de nieuwe premier gekozen? Een overzicht van het Spaanse kiesstelsel en de politieke verhoudingen.

Hoe werkt het Spaanse parlement?

Spanje is net als Nederland een parlementaire monarchie. Koning Felipe VI is het staatshoofd. De politieke macht ligt bij de regering en het parlement.

Het parlement bestaat uit twee kamers. Het Congreso de los Diputados telt 350 zetels en is vergelijkbaar met de Nederlandse Tweede Kamer. Het maakt wetten, controleert de regering, keurt de staatsbegroting goed en kiest de premier. Voor een absolute meerderheid zijn 176 zetels nodig.

Daarnaast is er de Senado, de Senaat. Die kan amendementen indienen of een veto uitspreken over wetsvoorstellen. Het Congreso kan dat veto echter doorbreken en heeft bij gewone wetgeving het laatste woord.

Bij de landelijke verkiezingen stemmen Spanjaarden voor beide kamers. Kiezers kiezen echter slechts 208 van de ongeveer 265 senatoren rechtstreeks; de overige worden door de parlementen van de autonome regio’s aangewezen.

Wie mag stemmen bij de Spaanse verkiezingen?

Bij de landelijke verkiezingen mogen alleen Spaanse staatsburgers van 18 jaar en ouder stemmen, mits ze in het kiesregister staan en niet van hun stemrecht zijn uitgesloten. Dat geldt ook voor Spanjaarden die in het buitenland wonen.

Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen, mogen niet stemmen bij deze parlementsverkiezingen, tenzij ze ook de Spaanse nationaliteit hebben. Ze kunnen als EU-burger wel deelnemen aan Spaanse gemeenteraadsverkiezingen en Europese verkiezingen, mits ze aan de registratievoorwaarden voldoen.

Volgens het Spaanse statistiekbureau INE zijn op 29 november ruim 38,7 miljoen mensen stemgerechtigd, van wie bijna 2,8 miljoen in het buitenland wonen.

Welke partijen doen mee aan de verkiezingen?

De Spaanse politiek wordt al tientallen jaren gedomineerd door twee partijen: de sociaaldemocratische PSOE en de conservatieve Partido Popular (PP). Maar voor een meerderheid zijn tegenwoordig vaak andere partijen nodig.

De PSOE van premier Pedro Sánchez is centrumlinks. De partij zet in op sociale voorzieningen, werknemersrechten, pensioenen en overheidsmaatregelen om wonen betaalbaarder te maken.

De Partido Popular (PP) wordt geleid door Alberto Núñez Feijóo. Deze centrumrechtse partij wil onder meer belastingen verlagen, bedrijven meer ruimte geven en de woningbouw stimuleren door procedures te vereenvoudigen.

Rechts van de PP staat Vox, onder leiding van Santiago Abascal. De radicaal-rechtse partij wil immigratie sterk beperken, de macht van de autonome regio’s terugdringen en onderdelen van het bestaande klimaat- en genderbeleid afschaffen.

Links van de PSOE is het politieke landschap verdeeld. Frente Amplio, met voormalig burgemeester van Barcelona Ada Colau als lijsttrekker, verenigt onder meer Sumar, Izquierda Unida, Más Madrid en de Catalaanse Comuns.

Podemos, met Irene Montero als prominentste kandidaat, is een links-radicale partij die in grote delen van Spanje afzonderlijk meedoet. De partij pleit voor meer overheidsingrijpen op de woningmarkt en uitbreiding van sociale voorzieningen.

De linkse partijen hebben niet overal dezelfde afspraken gemaakt. In sommige regio’s werken ze samen, terwijl ze elders met afzonderlijke kandidatenlijsten deelnemen.

Waarom hebben regionale partijen zoveel invloed?

Spanje bestaat uit zeventien autonome gemeenschappen, elk met eigen regeringen en parlementen. Ze zijn onder meer verantwoordelijk voor belangrijke onderdelen van het onderwijs en de gezondheidszorg.

In het landelijke parlement spelen regionale partijen een belangrijke rol. In Catalonië zijn dat bijvoorbeeld het centrumrechtse Junts en het linkse ERC. Beide streven naar onafhankelijkheid.

In het Baskenland zijn de centrumrechtse PNV en het linkse EH Bildu belangrijke partijen. Daarnaast zijn onder meer het Galicische BNG en Coalición Canaria actief.

Deze partijen hebben uiteenlopende politieke opvattingen. Sommige willen onafhankelijkheid, andere vooral meer autonomie of gunstigere financiële afspraken met Madrid.

Wanneer landelijke partijen geen meerderheid behalen, kunnen de zetels van regionale partijen doorslaggevend zijn. Zo was Sánchez tijdens de afgelopen regeerperiode regelmatig afhankelijk van hun steun.

Waarom levert de meeste stemmen niet altijd de macht op?

Het Spaanse kiesstelsel verschilt aanzienlijk van het Nederlandse. In Nederland worden de 150 zetels van de Tweede Kamer landelijke verdeeld. In Spanje kiest iedere provincie haar eigen afgevaardigden voor het landelijke parlement in Madrid. Elke provincie krijgt minimaal twee zetels. De overige zetels worden grotendeels verdeeld op basis van het inwonertal. Ceuta en Melilla krijgen elk één zetel.

Vooral in dunbevolkte provincies, waar maar enkele zetels te verdelen zijn, is het voor kleinere partijen lastig om een zetel te behalen. Regionale partijen kunnen juist profiteren van een sterke achterban in een beperkt aantal provincies.

Daardoor kan een partij met minder stemmen landelijk toch meer zetels krijgen dan een andere partij.

Ook hoeft de partij met de meeste zetels niet automatisch de regering te vormen. Daarvoor is voldoende steun in het parlement nodig.

Hoe wordt de nieuwe premier gekozen?

Na de verkiezingen overleggen de partijen over mogelijke samenwerking. De koning draagt, na gesprekken met de politieke vertegenwoordigers en via de voorzitter van het Congreso, een kandidaat-premier voor.

Die kandidaat moet het vertrouwen van het parlement krijgen. Bij de eerste stemming zijn minimaal 176 stemmen nodig. Lukt dat niet, dan volgt 48 uur later een tweede stemming. Daarbij volstaat een gewone meerderheid: meer stemmen vóór dan tegen.

Een partij hoeft dus niet zelf 176 zetels te hebben om te kunnen regeren. Ook een minderheidsregering is mogelijk, zolang voldoende andere partijen haar steunen of zich bij de stemming onthouden.

Wanneer binnen twee maanden na de eerste investituurstemming geen premier is gekozen, worden opnieuw verkiezingen uitgeschreven.

Wat zeggen de peilingen over de verkiezingen?

De peilingen geven geen eenduidig beeld, maar de uitschieter is duidelijk. Het publieke onderzoeksinstituut CIS, onder leiding van José Félix Tezanos, een PSOE-lid, geeft de PSOE van Sánchez een ruime voorsprong van bijna twaalf procentpunten op de PP.

Vrijwel alle particuliere peilers zien het omgekeerde. GAD3, Sigma Dos, GESOP, Sociométrica en 40dB zetten de PP bovenaan, met de PSOE op de tweede en Vox op de derde plaats.

In de meeste van die peilingen halen PP en Vox samen meer dan de 176 zetels die nodig zijn voor een absolute meerderheid. Sigma Dos komt bijvoorbeeld uit op 201 zetels voor beide partijen samen, GAD3 op 198.

Welke onderwerpen bepalen de verkiezingsstrijd?

De woningcrisis staat hoog op de politieke agenda. Vooral in grote steden, op de Balearen, de Canarische Eilanden en aan delen van de Spaanse kust zijn de huizenprijzen en huren sterk gestegen.

De partijen verschillen over de aanpak. Links wil meer bescherming voor huurders en een grotere rol voor de overheid. Rechts legt meer nadruk op nieuwbouw, minder bureaucratie en het stimuleren van particuliere investeringen.

Ook immigratie, belastingen, pensioenen, publieke voorzieningen en de verhouding tussen Madrid en de autonome regio’s spelen een rol.

Daarnaast staat het vertrouwen in de politiek onder druk. Corruptieonderzoeken en beschuldigingen over bestuurlijk handelen zijn regelmatig onderwerp van debat.

Wanneer krijgt Spanje een nieuwe regering?

De officiële verkiezingscampagne begint op 13 november en eindigt op 27 november. Op zaterdag 28 november geldt de traditionele campagnestilte. Op zondag 29 november gaan de Spanjaarden naar de stembus.

Het nieuwe Congreso en de Senaat komen op 23 december voor het eerst bijeen. Daarna kan de formele procedure voor de benoeming van een premier beginnen.

Hoe lang de regeringsvorming duurt, hangt af van de verkiezingsuitslag en de bereidheid van partijen om samen te werken. De partij met de meeste zetels heeft daarbij geen automatisch recht op het premierschap.

De verkiezingen bepalen daarmee niet alleen de verhouding tussen PSOE en PP, maar ook hoeveel invloed Vox, de linkse partijen en de regionale partijen de komende jaren krijgen.

Bronnen: ABC, EFE, Euronews