1 januari 1986. Het is een datum die verankerd staat op de Spaanse kalender en in de geschiedenis van het land. Op die dag trad Spanje toe tot de Europese Unie. Het was het sluitstuk van een lang en moeizaam proces en tegelijkertijd het begin van een nieuw tijdperk. Nu, precies veertig jaar later, heeft de Europese Unie Spanje aanzienlijk veranderd, maar andersom heeft Spanje ook zijn stempel weten te drukken op Europa.
De officiële toetreding van tot wat toen nog de Europese Economische Gemeenschap heette, kwam niet uit het niets. Al in juni 1985 werd in het Koninklijk Paleis van Madrid, met veel ceremoniële bombarie en symboliek, het toetredingsverdrag ondertekend. Dat moment betekende het einde van een jarenlang internationaal isolement. Spanje keerde definitief terug naar het democratische Europa. Na jaren van onderhandelen was het op 1 januari 1986 zover: samen met Portugal werd Spanje lid van de Europese Unie.
Voor Spanje was het lidmaatschap vooral een nieuw begin. Het zorgde voor politieke stabiliteit, economische vernieuwing en aansluiting bij een Europa van democratische waarden en rechtsstaat. Spanje bracht ook ervaring, belangen en een eigen blik mee naar Brussel. Veertig jaar later blijkt die balans wederzijds. Spanje is in de loop der jaren uitgegroeid tot een vaste waarde en een steeds invloedrijkere speler binnen de Europese Unie.
Dat draagvlak is ook zichtbaar onder de Spaanse bevolking: uit de meest recente Eurobarometer blijkt dat 74 procent van de Spanjaarden vindt dat hun land de toekomst beter tegemoet kan treden binnen de Europese Unie dan daarbuiten. Spanje scoort daarmee zes punten boven het Europese gemiddelde.
Niet zonder slag of stoot
De toetreding van Spanje tot de Europese Unie kwam niet vanzelf. Het land droeg de zware erfenis van een burgeroorlog, gevolgd door jaren van internationale isolatie. Terwijl grote delen van Europa na 1945 koers zetten richting democratie en economische groei, bleef Spanje aan de zijlijn staan. Verandering liet op zich wachten. Politieke hervormingen bleven uit en ook economisch raakte het land steeds verder achterop. Onder het bewind van dictator Francisco Franco bleef Spanje tot in de jaren zeventig vastzitten in een autoritair systeem.
Pas na het einde van die dictatuur en het begin van de democratische transitie kwam Europa weer in beeld. Maar ook toen ging de deur niet meteen open. Spanje had al in 1962 zijn belangstelling kenbaar gemaakt, maar Brussel hield de boot nog lange tijd af. Er waren veel twijfels: was de jonge democratie wel stabiel genoeg? Ook de zwakke economie speelde een belangrijke rol. Pas na de eerste democratische verkiezingen in 1977 kwam het toetredingsproces echt op gang. Het zou vervolgens nog bijna tien jaar duren. Dat maakt 1 januari 1986 tot meer dan een datum: het was het moment waarop Spanje definitief aansluiting vond bij het democratische Europa.
Rol van Spanje in de EU-relatie met China
Binnen de Europese Unie positioneert Spanje zich steeds nadrukkelijker in het debat over de relatie met China. De handelsspanningen met de Verenigde Staten hebben die discussie versneld. Madrid kiest daarbij voor een praktische aanpak, met als doel Europa minder afhankelijk te maken van Washington.
Madrid haalde de banden met Peking aan en presenteert zich als brug tussen Brussel en China. In april 2025, toen de discussie over importheffingen oplaaide en sprake was van oplopende handelsconflicten, pleitte premier Pedro Sánchez voor een evenwichtiger relatie tussen de Europese Unie en China. Die houding past binnen een bredere Spaanse inzet om Europa sterker en zelfstandiger te maken op het wereldtoneel.
Spanje zoekt politieke dialoog met China tijdens staatsbezoek
Sterkere banden met Latijns-Amerika
De toetreding van Spanje tot de Europese Unie gaf ook de relatie met Latijns-Amerika een nieuwe impuls. Door de historische en culturele banden van Spanje en Portugal kwam de regio nadrukkelijker in beeld in Brussel. Een belangrijk moment was de top in Rio de Janeiro in 1999. Daar spraken de Europese Unie en Latijns-Amerikaanse landen voor het eerst af om structureel samen te werken op politiek, economisch en handelsgebied.
Die hernieuwde aandacht bleef niet bij woorden. Een concreet gevolg is het handelsakkoord met Mercosur, het Zuid-Amerikaanse handelsblok van onder meer Brazilië en Argentinië. Het akkoord kreeg in 2024 nieuw leven ingeblazen. Spanje schaarde zich duidelijk achter het akkoord. Niet alleen vanwege de historische banden, maar ook omdat het past binnen de bredere Europese wens om handelsrelaties te verbreden en minder afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten.
Daarnaast verloopt het overleg ook via CELAC, het belangrijkste politieke platform tussen Europa en Latijns-Amerika. Dat forum speelt een vaste rol in de dialoog en onderstreept de inzet van Spanje op een langdurige versterking van de banden tussen beide regio’s.
Boeren blokkeren Spaanse wegen om EU-handelsakkoord Mercosur
Spanje tussen NAVO en EU
De oorlog in Oekraïne versnelde het debat over veiligheid en defensie in Europa. Voor Spanje was dat aanleiding om opnieuw naar zijn rol binnen de EU en de NAVO te kijken. In plaats van hogere defensiebudgetten kiest het land voor een andere aanpak. Madrid is kritisch over de druk vanuit de NAVO om de defensie-uitgaven op te schroeven tot 5 procent van het bbp. Ook premier Pedro Sánchez verzet zich tegen die norm, die door andere Euro-Atlantische bondgenoten wel wordt onderschreven. Spanje kiest daarbij vooral voor samenwerking binnen Europa.
Spanje steunt gezamenlijke wapeninkopen voor Oekraïne en pleit voor het inzetten van Europees budget om de defensie-industrie te versterken. Het land is inmiddels een van de grootste bijdragers aan het Europees Defensiefonds, dat investeert in onderzoek en ontwikkeling van geavanceerde militaire technologieën.
Samen met Portugal wist Spanje ook binnen de EU tijdelijk de zogenoemde Iberische uitzondering af te dwingen. Daardoor konden beide landen afwijken van het Europese prijssysteem voor elektriciteit, wat hielp om de energieprijzen beheersbaar te houden.
Spanje als voortrekker in het Palestijnse debat
De betrokkenheid van Spanje bij het Israëlisch-Palestijnse conflict is niet nieuw, maar is de afgelopen jaren wel zichtbaarder geworden. Al begon dit al in 1991, toen Spanje een zichtbare rol speelde als gastheer bij pogingen om het Israëlisch-Palestijnse vredesproces nieuw leven in te blazen. Binnen Europa profileert Spanje zich steeds nadrukkelijker als voortrekker in het debat over Palestina. De Spaanse regering pleit openlijk voor erkenning van de Palestijnse staat als basis voor een tweestatenoplossing.
Die houding bleef niet bij woorden. In mei 2024 erkende Spanje Palestina officieel. Daarmee gaf de regering uitvoering aan een oproep van het Spaanse parlement, dat al in 2014 met brede steun om die stap had gevraagd. Spanje schaarde zich zo bij een kleine groep Europese landen die daadwerkelijk tot erkenning overging.
Spaanse premier maakt prioriteit van erkennen van de staat Palestina
Na de escalatie van de oorlog in Gaza ging Spanje nog een stap verder. In 2025 nam Spanje het voortouw bij een Europees initiatief om het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Israël op te schorten. Dat gebeurde ondanks een door Trump gesteund vredesakkoord, dat in oktober in Egypte werd ondertekend en waarbij ook Spanje aanwezig was. Van een terugtrekking van Israëlische troepen was echter geen sprake.
Premier Pedro Sánchez sprak zich daar later openlijk over uit, onder meer tijdens een bezoek van de Palestijnse president Mahmoud Abbas aan Spanje. Sánchez veroordeelde de aanhoudende schendingen van mensenrechten en riep op tot “een echte en duurzame vrede”