In het kort
- Spanje wil honderdduizenden migranten legaliseren.
- Tegenover verharding elders kiest Spanje voor erkenning en integratie.
- Migranten uit Latijns-Amerika dragen fors bij aan economie dankzij gedeelde taal en cultuur.
- The New York Times prijst Spanje als voorbeeld tegenover beleid Trump en EU.
Terwijl uit de Verenigde Staten steeds vaker schokkende beelden van gewelddadige deportaties onder Trump komen en het immigratiebeleid van andere Europese landen eveneens verhard, wil Spanje opnieuw een grootschalige regularisatie van immigrantendoorvoeren.
De laatste écht grootschalige regularisatie van irreguliere migranten in Spanje was in 2005 onder de regering‑Zapatero. Toen werden rond de 500.000 mensen gelegaliseerd. Dinsdag wordt de nieuwe maatregel besproken in de Ministerraad. Deze kan het leven van meer dan een half miljoen mensen die nu nog zonder verblijfsvergunning in Spanje wonen ingrijpend veranderen. Verder moet de maatregel ook administratieve druk wegnemen.
De maatregel volgt op een burgerinitiatief waarbij meer dan 700.000 handtekeningen zijn opgehaald voor een wetgevingsvoorstel.
Wat houdt de maatregel in?
De Spaanse regering wil immigranten legaliseren die kunnen aantonen dat ze geen strafblad hebben, vóór 31 december 2025 minstens vijf maanden onafgebroken in Spanje verbleven en toegang hebben tot een verblijf mét werkvergunning. Minister Elma Saiz van Inclusie, Sociale Zekerheid en Migratie noemde het een ‘historische dag’ waarop Spanje kiest voor erkenning en een humane omgang met mensen die al jaren deel uitmaken van de samenleving, maar noodgedwongen in de marge leven.
Tegen de stroom in
De beslissing komt op een moment waarop veel EU-lidstaten hun migratiebeleid juist verstrengen. Mede aangejaagd door de opkomst van extreemrechtse partijen klinkt in Europa een steeds strenger anti-immigratiediscours. In die zin gaat Spanje nadrukkelijk tegen de Europese stroom in. Toch is Spanje niet het enige land dat de afgelopen jaren koos voor het regulariseren van immigranten. Ook andere landen vonden in het verleden pragmatische of humanitaire redenen om mensen zonder papieren alsnog legaal verblijf te geven. Een aantal Europese voorbeelden:
- Frankrijk voerde in 1997 voor het laatst een grootschalige regularisatie door. Sindsdien zijn alleen individuele uitzonderingen nog mogelijk. In 2025 daalde het aantal regelingen zelfs met 42% ten opzichte van eerdere jaren.
- Italië legaliseerde in 2020 zo’n 220.000 migranten, vooral in huishoudelijk werk en landbouw. De uitvoering verliep moeizaam en veel dossiers zijn nog altijd niet afgerond.
- Portugal koos in 2020 voor een snelle regularisatie van 356.000 migranten vanwege de coronapandemie. De conservatieve regering heeft die route intussen gesloten.
- Griekenland versoepelde in 2023 de regels voor werkvergunningen voor 30.000 mensen om een tekort aan arbeidskrachten op te vangen.
- Duitsland bood via het zogenoemde “verblijfsrecht op basis van kansen” tussen eind 2022 en eind 2025 tijdelijk legaal verblijf aan migranten die al vijf jaar in het land woonden.
Spaanse context
De maatregel vormt voor de Spaanse regering een betere erkenning van de realiteit: van de 7,1 miljoen buitenlandse inwoners in Spanje wonen en werken er zo’n 840.000 al jaren in het land zonder de vereiste papieren. Deze administratieve ‘onzichtbaarheid’ vormt volgens critici al jarenlang een bron van uitbuiting, met lage lonen, lange werkdagen en permanente angst’. Door deze mensen legaal te maken, haalt de overheid hen uit de schaduw van de arbeidsmarkt. Dat leidt tot hogere sociale bijdragen, een betere integratie en meer rechtszekerheid.
Spaanse maatregel op voorpagina The New York Times
Ook buiten Spanje blijft de maatregel niet onopgemerkt. Zo besteedde de gezaghebbende The New York Times op dinsdag 28 januari ruime aandacht aan de Spaanse beslissing. Het medium noemde het op de voorpagina “een opening in een tijdperk van sluiting”, verwijzend naar de harde koers die de Verenigde Staten momenteel varen. Spanje staat hiermee volgens de gezaghebbende Amerikaanse krant staat Spanje met deze stap ‘haaks op de wereldwijde trend van verharding’.
The New York Times vind de maatregel niet alleen vanuit menselijk perspectief betekenisvol, maar ook economisch verstandig. Daarbij citeert het de Spaanse regering én economen, die stellen dat de regularisatie de economie kan versterken en weinig druk zal zetten op de arbeidsmarkt of woningmarkt, omdat het gaat om mensen die al in het land leven.
Wel signaleert de krant dat de opvang in Spanje ongelijk verloopt en dat het land met name voor Afrikaanse migranten in de praktijk extra barrières opwerpt. Bovendien blijken deze migranten vaker onderhevig aan discriminatie bij werk, huisvesting of legalisatieprocedures en krijgen ze moeilijker toegang tot opvangcentra.
Migranten als motor van groei
Tegelijkertijd wijst onderzoek van internationale instellingen, zoals het IIEA en JP Morgan, erop dat Spanje er beter dan veel andere landen in slaagt om migranten snel te integreren en economisch te activeren. Bijna de helft van de nieuwe banen sinds 2022 is ingevuld door buitenlandse werknemers, waarvan een groot deel afkomstig is uit Latijns-Amerika. Het delen van taal, cultuur en religieuze achtergrond speelt hierin een belangrijke rol.
De relatief hoge arbeidsparticipatie onder migranten, zelfs hoger dan bij autochtonen, is een indicatie dat regularisatie niet alleen een humanitaire keuze is, maar ook economisch verstandig. Sinds 2022 is bijna de helft van de nieuwe banen ingevuld door buitenlandse werknemers, waarvan een grootste deel afkomstig is uit Latijns-Amerika. Zij hebben hun taal, cultuur en religieuze achtergrond gemeen met de Spanjaarden. Doordat deze migranten Spaans spreken kunnen zij sneller deelnemen aan de arbeidsmarkt en samenleving. Dit bevordert hun betrokkenheid en stabiliteit, en versterkt de sociale cohesie. Dit taalvoordeel bij de meerderheid van migranten ontbreekt in andere Europese landen, waardoor een een-op-een vergelijking van de verschillende nationale aanpakken niet helemaal eerlijk is.
Reacties in Spanje
De maatregel stuit ook op weerstand. De rechtse oppositiepartijen Partido Popular en Vox noemen het beleid ‘onverantwoordelijk’ en hebben juridische stappen aangekondigd. Vox spreekt van een ‘waanzin’ en beweert dat de maatregel de publieke diensten zal belasten. Linkse politici, zoals Ione Belarra (Podemos), bestrijden dat en noemen de druk op zorg en onderwijs eerder het gevolg van privatiseringen. Zij benadrukken dat het recht op verblijf een kwestie van mensenrechten is, geen gunst.
Bronnen: El País, Spanish Revolution, Huffington Post