Niet alleen op televisie is er aandacht voor Karel de Vijfde, de Raad van Europa heeft afgelopen zomer de routes die de keizer af heeft gelegd door Europa officieel erkend als Europese Cultuurroute.
Karel V
Karel de Vijfde (Carlos I in het Spaans) was de kleinzoon van de Katholieke Koningen Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon. Hun dochter Johanna van Castilië trouwde met Filips de Schone uit het Oostenrijkse vorstenhuis von Habsburg. Dit huwelijk betekende het begin van een eeuwenlange verbintenis tussen Spanje en Nederland. Filips kwam kort na het huwelijk te overlijden en Johanna werd krankzinnig verklaard. Hun zoon Karel, geboren in Gent en opgegroeid in Mechelen bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, werd zo op zijn vijftiende Heer der Nederlanden. Hij erfde daarmee een wereldrijk: alle bezittingen van de Spaanse Kroon, inclusief de koloniën in Nieuwe Wereld, de landen van Bourgondië, waaronder de Nederlanden en Luxemburg en alle landen van de Habsburgers van Oostenrijk.
Europese Cultuurroute
Karel werd sindsdien een echte reiziger: als zeventienjarige jongen vertrok hij voor het eerst naar Spanje om hier tot koning gekroond te worden. Tot aan zijn dood reisde hij door Europa en Noord-Afrika. De route die hij in zijn korte leven door Spanje af heeft gelegd is nu een officiële Europese cultuurroute.
San Vicente
In het Noord-Spaanse Tazones zette Karel, die toen alleen nog maar Frans en Vlaams sprak, voor het eerst voet op Spaanse bodem. Vanuit Tazones trok zijn stoet over land naar San Vicente waar hij officieel werd binnengehaald. Nog ontdaan van de ruige overtocht over zee, verbleef hij zeventien dagen in het Convento de San Luis in San Vicente om bij te komen. Dit oude klooster is in de zomermaanden open voor publiek.
Camino Real
De volgende reis ging naar Treceño, in de Spaanse autonome regio Cantabrië. Hier verbleef de keizer in het Palacio de Guevara, tegenwoordig omgebouwd tot een luxe hotel. Van hieruit trok de stoet verder over de zogenaamde Camino Real, een route vanaf de Spaanse hoogvlakte naar de Middellandse Zee. Vanuit deze route werd de wol, het belangrijkste exportproduct van middeleeuws Spanje, richting Frankrijk en Vlaanderen vervoerd.
Valladolid
In Los Tojos moest de Keizerlijke stoet plots midden in de nacht hun toch hervatten omdat Karel, zo staat in de kronieken, er bijna opgegeten werd door de luizen. Hij bracht vervolgens de winter door in Valladolid waar hij samen met zijn zuster Leonoor een aantal keer zijn moeder Johanna de Waanzinnige bezocht in een klooster in Tordesillas. Het klooster, dat werd omgebouwd tot een Koninklijk Paleis, is nu opengesteld voor publiek .Het mudéjar bouwwerk is een zusterpaleis van het Real Convento de Santa Clara in Astudillo (Palencia) en het Palacio de Pedro I in het Alcázar in Sevilla.
Toledo, Keizerlijke stad
De stad Toledo had het geluk zich Ciudad Imperial te mogen noemen. In de tijd van Karels grootouders Isabella en Ferdinand had het Koninklijke hof nog geen vaste zetel en was er nog geen sprake van een Spaanse hoofdstad. Toledo leek de stad te zijn die voor beide functies het meest geschikt was. De stadspoort Puerta Nueva de Bisagra, met de tweekoppige adelaar van de Habsburgers en een standbeeld van de keizer, maakt bij binnenkomst het belang van de stad direct duidelijk. Karel bevocht in Toledo openlijk de macht van de katholieke kerk. Gezeten op zijn troon, tegenover de kathedraal, geeft Karel de opdracht voor de bouw van het huidige Alcázar; een toonbeeld van civiele macht tegenover de kerkelijke macht. De bouw van het Alcázar werd uiteindelijk afgerond tijdens de heerschappij van Karels zoon Filips II.
Liefde voor Spanje en Isabella
Karel was inmiddels verliefd geworden op het Moorse zuiden van Spanje én op Isabella van Portugal met wie hij in 1526 in Sevilla in het huwelijk trad. In Cordoba wekte de verbouwde Moorse Mezquita de woede op van de keizer. “Jullie hebben iets unieks verwoest en er iets van gemaakt wat door iedereen wordt gemaakt”, verweet hij de katholieken. Vlak na de voltrekking van het huwelijk met Isabella werd het keizerlijk paleis van Karel de Vijfde in Granada gebouwd. Dit paleis wordt wel beschouwd als het eerste renaissance bouwwerk van Spanje. In de Capilla Real in Granada werden Karels grootouders, de Katholieke Koningen, begraven. Later werden daar de lichamen bijgezet van zijn ouders en zijn echtgenote Isabella van Portugal, die in Toledo in 1539 overleed.
Karel en Isabella kregen tijdens hun dertien jaar durende huwelijk drie kinderen. Toen hun eerste zoon Filips geboren werd, was Karel inmiddels zo ingeburgerd in Spanje dat hij de geboorte vierde met een stierengevecht waarin hij eigenhandig een stier om het leven bracht. Na de dood van zijn Isabella is Karel nooit hertrouwd.
Laatste etappes van de reis
Nadat Karel de Vijfde in Brussel de troon had overgedragen aan zijn zoon Filips II, keerde hij terug naar Spanje. Met zijn gevolg zette hij voet aan wal in Laredo, Cantabrië. Dit feit wordt hier jaarlijks gevierd met een feestweek waarin onder andere de terugkeer van Karel in Spanje in scène wordt gezet op het strand van la Salvé. Deze festiviteiten vinden dit jaar plaats van 22 tot 28 september.
Enkele dagen na de aankomst in Laredo kwam de stoet van Karel de Vijfde aan in Medina de Pomar (Burgos). Ook hier vinden dit jaar feestelijkheden plaats op 16 en 17 oktober, ter ere van het verblijf van de voormalige Spaanse keizer. Na Medina de Pomar bestond de reis uit 21 etappes waarin hij door 30 gemeenten trok en zo’n 450 kilometer aflegde.
Yuste
De laatste bestemming van Karel de Vijfde is Yuste, Cáceres. Hier bracht hij de laatste fase van zijn leven door in het klooster van Yuste. Enkele persoonlijke bezittingen zijn nog te bezichtigen zoals het venster in zijn slaapkamer van waaruit hij, liggend in zijn bed, de mis kon volgen.
Karel de Vijfde werd begraven in een eenvoudige sarcofaag onder het hoofdaltaar. Later werd zijn lichaam overgebracht door Filips II naar het Pantheon van diens paleis El Escorial.