Wie als buitenlander vermogen heeft in Spanje krijgt voortaan meer bescherming. Denk aan mensen met een vakantiehuis, spaargeld of beleggingen in het land. De Spaanse Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat ook niet-residenten gebruik mogen maken van het zogenoemde ‘inkomens- en vermogensplafond’. Tot nu toe was dat voorbehouden aan inwoners van Spanje. En dat vindt de rechter oneerlijk.
In Spanje betalen mensen met vermogen boven een bepaalde grens vermogensbelasting. Tegelijk betalen zij ook inkomstenbelasting (IRPF). Om te voorkomen dat de totale belastingdruk te hoog wordt, bestaat er een soort ‘veiligheidsnet’: het inkomens- en vermogensplafond. Daarmee geldt een maximum: de optelsom van de vermogens- en inkomstenbelasting mag niet meer dan 60% van je jaarlijkse inkomen zijn.
Is dat wel het geval, dan mag je het bedrag aan vermogensbelasting verlagen, maar nooit meer dan 80% ervan. Je betaalt dus altijd minstens 20% van die belasting. Dat kan alsnog fors oplopen, zeker voor mensen met weinig inkomsten maar veel vermogen.
Buitenlanders vielen buiten de boot
Tot voor kort weigerde de Spaanse Belastingdienst om dit plafond toe te passen bij buitenlanders. De reden? Ze konden de buitenlandse belastingaangiften van deze mensen niet goed controleren. Daardoor betaalden niet-residenten soms veel meer dan Spaanse inwoners in een vergelijkbare situatie.
Een simpel voorbeeld: stel, iemand heeft in een jaar €50.000 aan inkomen en moet in totaal €40.000 betalen aan inkomstenbelasting en vermogensbelasting samen. Dat is 80% van zijn inkomen, dus te veel volgens de Spaanse regel. Die regel zegt namelijk: samen mag je nooit meer dan 60% van je inkomen kwijt zijn aan deze belastingen, dus in dit geval maximaal €30.000. Je zou dan €10.000 korting op je vermogensbelasting moeten krijgen. Maar tot nu toe gold dat alleen voor mensen die in Spanje wonen. Buitenlanders kregen die korting niet, en moesten het volledige bedrag betalen. De rechter vindt dat oneerlijk en heeft daar nu een streep door gezet.
De Hoge Raad grijpt in
De Spaanse Hoge Raad concludeert nu dat deze werkwijze in strijd is met Europese regels over het vrije verkeer van kapitaal. In twee recente uitspraken benadrukt het hof dat buitenlanders met vermogen in Spanje fiscaal gelijk behandeld moeten worden. Of je nu wel of niet in Spanje woont, maakt volgens de rechters geen verschil als je in je eigen land inkomstenbelasting betaalt.
Bovendien, zo stelt het hof, mag de Spaanse fiscus best om bewijs vragen. Als iemand zijn buitenlandse aangifte of inkomen kan onderbouwen, moet de Belastingdienst daar gewoon rekening mee houden.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor buitenlanders met Spaans bezit kan dit goed nieuws zijn. Het betekent dat ze voortaan hun buitenlandse inkomsten kunnen aanleveren om zo hun vermogensbelasting in Spanje te beperken. Dat kan duizenden euro’s per jaar schelen.
Ook opent dit de deur naar mogelijke teruggaven voor voorgaande jaren. Volgens de Spaanse belastingwet kunnen onterecht betaalde bedragen namelijk tot vier jaar terug worden teruggevraagd, gerekend vanaf de datum waarop de aanslag definitief werd. Dit principe is vergelijkbaar met eerdere gevallen waarin buitenlanders recht kregen op terugbetaling, bijvoorbeeld na uitspraken over erf- en schenkbelasting. Of iemand daadwerkelijk geld terugkrijgt, hangt wel af van de individuele situatie en of er tijdig bezwaar is gemaakt.