“De zwaarste maand van mijn leven”: Dagelijks keren tientallen tieners uit Ceuta terug naar Marokko

door Else BeekmanElse Beekman
grens tussen Marokko en Spanje in beeld: 'liever dood dan terug naar Marokko'

Bij de grens tussen Ceuta en Marokko voltrekt zich dagelijks hetzelfde tafereel: tientallen tieners die er vrijwillig voor kiezen terug te keren naar Marokko. Dat doen ze na wat velen van hen “de zwaarste maand van hun leven” noemen. Wat begon als een massale grensoverschrijding is voor een groeiende groep uitgemond in een uitputtingsslag vol geweld en ontgoocheling.

In het kort

  • Aan de grens van Tarajal keren dagelijks tientallen jongeren vrijwillig terug naar Marokko, na wat velen “de zwaarste maand” van hun leven noemen.
  • Volgens officiële cijfers vertrekken zo’n 162 mensen per dag. Minder formele tellingen van lokale media liggen lager.
  • Wie vertrekt, heeft vaak niets bij zich en draagt sporen van geweld tijdens oversteek of nachten op straat in Ceuta.
  • Al willen ze zelf graag, minderjarigen mogen niet zomaar terugkeren: de Nationale Politie moet hen eerst registreren en doorverwijzen naar een opvangcentrum.
  • Jongeren als Reda en Fátima willen juist blijven, ondanks geweld en armoede in Ceuta, in de hoop op een toekomst in Europa.
  • Hulporganisaties waarschuwen voor risico’s op geweld en uitbuiting onder de duizenden alleenreizende minderjarigen die nog in Ceuta verblijven.

“Ik weet nog steeds niet waarom ik kwam”

Tarek en zijn zusje Salma komen met gebogen hoofd en slepende tred aan bij de grenspost van Tarajal. Ze kwamen met niets en vertrekken ook met niets. Geen blik achterom. “Ik kan niet meer, ik ga. Ik weet nog steeds niet waarom ik kwam”, zegt Tarek, 20 jaar, vlak voordat hij Ceuta verlaat via de zandweg die speciaal is ingericht voor wie illegaal binnenkwam en nu terug wil. Zijn 17-jarige zus Selma voegt toe: “Ik wil terug naar school”. Ook zij sloot zich destijds bij de karavaan aan zonder goed te weten waarom.

Een half uur later verschijnt Karim Molahid, 20 jaar, alleen en hinkend. Iemand sloeg hem ’s nachts met een stok en zijn enkel is gezwollen. “Dit is geen leven. Ik heb een maand als een rat geleefd. Slapen op straat, eten wat ik kan vinden of krijg. Mijn lichaam doet overal pijn en mijn telefoon is kapot”, zegt hij, terwijl hij een schermvol barsten laat zien. “Mijn moeder is ziek geworden en ik wil terug”, zet hij, voordat hij huilend naar zijn dorp bij Casablanca vertrekt.

Wie Ceuta verlaat, is volgens ooggetuigen eenvoudig te herkennen: zwembroek, slippers en een verslagen blik na dertig dagen buiten slapen. De meesten vertonen sporen van geweld: een wond op de rug, een blauwe plek op het been, hechtingen in het hoofd. Sommige verwondingen liepen ze op tijdens de poging om Ceuta te bereiken, op de dag dat meer dan honderd mensen om het leven kwamen. Andere verwondingen ontstonden ’s nachts, ter plekke.

Zo’n 162 mensen per dag

Volgens de regeringsvertegenwoordiging in Ceuta en bronnen bij de gezamenlijke crisisleiding verlaten dagelijks zo’n 162 mensen vrijwillig de stad. Minder wetenschappelijk onderbouwde tellingen, gebaseerd op dagelijkse observatie en cijfers van lokale krant El Faro, liggen lager. Op dinsdag 25 augustus vertrokken bijvoorbeeld 60 mensen overdag en 30 ’s nachts. Donderdag waren het 60 tieners, vrijdag 50 jongens overdag en 10 ’s nachts.

“Ze zullen uiteindelijk allemaal vertrekken”, zegt de 32-jarige Abdl Kazar, terwijl hij Ceuta de rug toekeert en koers zet naar zijn dorp Jadiada, bij Rabat. Kazar kwam zwemmend aan, maar draagt nu een leren tas met kleding over zijn schouder. “Mijn oom uit Nederland bracht me deze kleding. Hij kwam na de zomer terug uit Marokko en kwam met zijn Europese paspoort naar Ceuta. Hij gaf me kleren voor deze dagen en vertrok weer”, legt hij uit. “Maar ik hou het niet meer vol”, zegt hij, voordat hij richting Marokko begint te lopen.

Niet iedereen kiest, niet iedereen mag

Niet elk vertrek verloopt zo simpel. Zondag kwam een jongen van amper 11 jaar lopend naar de grens omdat hij terug naar zijn dorp wilde “omdat hij niet meer door andere jongens geslagen wilde worden”, vertelt een grensagent. Toch mocht hij niet: het protocol schrijft voor dat bij minderjarigen de Nationale Politie moet komen. Die moet de gegevens noteren en het kind doorverwijzen naar een opvangcentrum voor minderjarigen.

Ook elders bij de grens duiken dit soort situaties op. Begin augustus moest een minderjarige die naar Marokko probeerde terug te keren, zwemmend terugkeren naar Ceuta nadat de Marokkaanse autoriteiten hem de toegang weigerden. Volgens de Spaanse regeringsvertegenwoordiging ging het om een geïsoleerd incident en verliep de verdere vrijwillige terugkeer van migranten normaal.

Ook verloopt niet alle terugkeer bovendien even vrijwillig als de term doet vermoeden. Begin augustus meldde een lokale hulporganisatie dat het Spaanse leger op het strand van Benítez jonge migranten onderschepte en met legervoertuigen naar de grens bracht. Daar werden ze aan de Marokkaanse autoriteiten overgedragen. Sommigen stapten volgens de organisatie wel vrijwillig in. Anderen kregen echter te horen dat wachten alleen tot een moeilijkere terugkeer zou leiden en volgens hulpverleners is eht dan geen echt vrijwillige keuze meer.

“Liever dood dan terug naar Marokko”

Niet alle jongeren delen het verlangen om te vertrekken. Internationale media spraken eerder met tieners die juist volhouden dat ze niet teruggaan, ondanks de erbarmelijke omstandigheden.

Een van hen is Reda, 17 jaar, die Marokko verliet in de hoop op betere kansen. Hij was van plan zijn school af te maken en hoopte zelfs mee te mogen doen aan selecties voor een voetbalteam. Ondanks de moeilijke omstandigheden in Ceuta wil hij onder geen beding terug naar Marokko. Hij vertelde ook over geweld onderweg en na aankomst. Een vriend van hem kwam om het leven bij een aanval in de wijk El Príncipe, toen de groep naar eigen zeggen door gewapende jongeren werd belaagd.

Ook Manal, 16 jaar, deelde haar verhaal: tijdens haar tocht van Tanger naar Ceuta moest ze zich met andere migranten verstoppen in rioolbuizen om aan een gewapende aanval te ontkomen. Na aankomst werd ze ondergebracht in een opvangcentrum voor minderjarigen. Volgens haar eigen relaas ging ze daar weg vanwege geweld dat haar angst aanjoeg. Ze slaapt nu liever buiten. Jongeren die nog in het industriegebied van Tarajal verblijven, vertellen bovendien dat ze geen toegang hebben tot fatsoenlijke sanitaire voorzieningen. Soms wassen ze zich in zee.

Weer anderen formuleren het nog directer. Sommige minderjarigen in Ceuta zeggen volgens Spaanse berichtgeving liever “dood” te zijn “dan terug te keren naar Marokko”. Onder hen ook Fátima van 17 jaar, die op 30 juli Ceuta binnenkwam. Ze vertelde dat haar moeder, die aan diabetes lijdt en beide benen is kwijtgeraakt, haar zonder middelen het huis uit zette. Ze kon haar school niet meer betalen. Sindsdien leefde ze op straat in Marokko. Daarom was ze al langer van plan de oversteek naar Ceuta te wagen. Volgens haar Ceutaanse tolk wil Fátima vooral dat Spanje en Europa haar de kans geven zich hier als vrij mens te ontwikkelen.

Tijdelijke opvang voor meisjes en vrouwen

Voor meisjes als Fátima richtte de buurtvereniging van de wijk El Príncipe, onder leiding van buurtbewoner Ahmed, een tijdelijke opvang in op een gemeentelijk sportveld. Daar vonden 320 minderjarige meisjes en zo’n 170 volwassenen onderdak, onder wie zwangere vrouwen en moeders met pasgeboren baby’s. Ahmed motiveerde het initiatief met de toename van agressie op straat. De stad registreerde het afgelopen jaar 23 gevallen van seksueel geweld tegen minderjarigen, tegenover normaliter zo’n één geval per zes à zeven maanden.

Nog 2.500 minderjarigen op straat in Ceuta

Volgens de Spaanse regering bevinden zich nog zo’n 2.500 minderjarigen op straat in Ceuta. Hulporganisaties schatten dat van hen slechts een deel onder toezicht van de kinderbeschermingsdiensten valt. Kinderrechtenorganisatie Save the Children noemt de situatie in de loodsen van Tarajal, waar honderden alleenreizende minderjarigen samenscholen, “een tragedie van extreme armoede”. Men waarschuwt voor het risico op seksueel geweld en uitbuiting door het ontbreken van nachtelijk toezicht in het verlaten industriegebied.

Geruchten als aanleiding

Wanneer de teruggekeerde tieners uitleggen waarom ze naar Ceuta kwamen, blijkt vaak hoe toevallig die beslissing was. “Mijn moeder belde me en zei dat ze op de radio had gehoord dat de grens van Ceuta open was”, vertelt Tarek. “Ik las het op Facebook”, zegt Karim. “Ik hoorde mensen uit mijn dorp erover praten en liet me meeslepen”, herinnert Abdl zich.

Premier Pedro Sánchez weet de massale toestroom van bijna 80.000 mensen aan “geruchten en desinformatie via sociale media, gelinkt aan zowel Rusland als Israël en een extreemrechtse internationale beweging”, zei hij eerder bij radiozender Cadena SER.

“De schuld ligt bij de Marokkaanse koning”

Wie er niet uit Ceuta vertrekt, blijft liever “verslagen volhouden dan berooid terugkeren naar het eigen dorp na Spaanse bodem te hebben betreden”, zegt de terugkerende Kazar daarover. Anderen begrijpen weer niet waarom er, als ze toch worden uitgezet, zulke grote tentenkampen zijn opgezet en zoveel Rode Kruis-voertuigen rondrijden. “Misschien bereiden ze voor om ons naar Madrid te brengen”, oppert iemand hoopvol.

Op de vraag of hij de boosheid van de Ceutanen begrijpt, antwoordt Tarek bevestigend: “Ja, zij hebben gelijk. Ik kwam alleen om te werken, maar dit is niet wat ik had verwacht. De schuld ligt bij de koning van Marokko”, zegt hij berustend.

Bronnen: El País, France24.com, Cope.es, Vozpopuli.es