Vrouw van Spaanse premier, Begoña Gómez, officieel aangeklaagd

door Else BeekmanElse Beekman
Begoña Gómez, echtgenote van Spaanse premier

Begoña Gómez, de vrouw van de Spaanse premier Pedro Sánchez, is officieel aangeklaagd voor vier mogelijke strafbare feiten. Daarmee bereikt een omstreden onderzoek in Spanje een nieuwe fase. De kwestie rond Begoña Gómez houdt politiek Madrid al langer bezig en zorgt opnieuw voor veel discussie.

Het nieuws kwam naar buiten terwijl Gómez samen met Pedro Sánchez in China was voor een officieel bezoek. Ook dat leidde in Madrid meteen tot politieke reacties.De beslissing komt van rechter Juan Carlos Peinado. Vanuit de regering klinkt felle kritiek op zijn toon en op de manier waarop hij de zaak heeft aangepakt.

Vier verdenkingen blijven overeind

De rechter ziet voldoende aanwijzingen voor vier mogelijke delicten:

  • verduistering van publieke middelen
  • invloedshandel
  • corruptie in het bedrijfsleven
  • onrechtmatige toe-eigening van een merk

Een vijfde verdenking, beroepsmisbruik, heeft hij laten vallen. Volgens de rechter zou Gómez haar band met premier Pedro Sánchez hebben gebruikt om haar professionele positie te versterken. Daarbij kijkt hij vooral naar haar rol rond een leerstoel aan de Complutense-universiteit in Madrid en naar contacten met bedrijven en instellingen.

Waar kijkt de rechter precies naar?

In zijn besluit noemt de rechter meerdere punten die volgens hem wijzen op mogelijke invloedshandel. Het gaat onder meer om een ontmoeting in La Moncloa met de rector van de Complutense, de snelle oprichting van een leerstoel en steunbrieven voor bedrijven die verbonden waren aan ondernemer Juan Carlos Barrabés.

Ook kijkt hij naar het merk en het project rond TSC, voluit Transformación Social Competitiva. Volgens de rechter kan Gómez middelen, contacten en universitaire structuren hebben gebruikt op een manier die uiteindelijk vooral haar eigen belangen diende.

De zaak rond Begoña Gómez draait dus niet om één losse handeling, maar om een reeks contacten, beslissingen en samenwerkingen die volgens de rechter samen een patroon vormen.

Omstreden onderzoek

De zaak begon in april 2024 na een klacht van Manos Limpias, later gevolgd door initiatieven van onder meer Hazte Oír en Vox. Juist die oorsprong maakt het dossier vanaf het begin gevoelig, omdat de eerste klacht volgens critici grotendeels was gebaseerd op mediaberichten en niet op een uitgewerkt strafdossier.

Ook de werkwijze van rechter Juan Carlos Peinado ligt al langer onder vuur. De Audiencia Provincial de Madrid heeft hem in deze zaak meer dan eens teruggefloten wegens een gebrekkige motivering.

De verdediging van Gómez spreekt al langer van een prospectief onderzoek: eerst een persoon centraal stellen en daarna pas zoeken naar mogelijke strafbare feiten. Ook het Openbaar Ministerie heeft herhaaldelijk om sluiting van de zaak gevraagd. Volgens de Fiscalía ontbraken in de oorspronkelijke klacht voldoende aanwijzingen om een strafrechtelijk onderzoek te rechtvaardigen. Dat standpunt herhaalde het OM ook in een latere fase van de procedure.

Daar komt bij dat Peinado ook procedureel omstreden keuzes maakte. Zijn poging om de zaak via een juryproces te laten behandelen werd door juristen gezien als ongebruikelijk in een politiek zo beladen dossier. Daarnaast diende Gómez in 2024 een klacht in wegens vermeende schending van het onderzoeksgeheim, nadat informatie uit het dossier al in de openbaarheid was gekomen.

De formulering in het recente besluit zorgt daarbovenop voor nieuwe opschudding. De rechter vergelijkt het gebruik van invloed vanuit de omgeving van de regeringsleider met praktijken die volgens hem eerder passen bij absolutistische regimes. In regeringskringen is daar fel op gereageerd. Voor tegenstanders bevestigt dat de politieke lading van de zaak; voor de verdediging is het opnieuw een teken dat dit onderzoek al lang niet meer alleen om de juridische feiten draait.

Ook adviseur en ondernemer in beeld

Niet alleen Gómez ligt onder het vergrootglas. Ook Cristina Álvarez, haar adviseur in regeringspaleis La Moncloa, en zakenman Juan Carlos Barrabés worden in de zaak genoemd.

De rechter vermoedt dat Álvarez, die met overheidsgeld werd betaald, werkzaamheden verrichtte voor projecten met een privékarakter. Barrabés zou voordeel hebben gehad van zijn contacten en van steun in dossiers rond aanbestedingen.

Volgens de rechter waren er ook intensieve contacten met bedrijven als Google, Telefónica, Deloitte, Indra, Reale Seguros en Fundación La Caixa. Daarbij zou het niet alleen zijn gegaan om formele of ceremoniële contacten, maar om actieve gesprekken over steun en financiering.

Wat gebeurt er nu?

Met het besluit om de vrouw van de Spaanse premier officieel aan te klagen, is de zaak nog niet afgerond. De betrokken partijen krijgen nu enkele dagen om bezwaar of opmerkingen in te dienen. Daarna kan de zaak richting een proces gaan.

De vraag is nu vooral hoe zwaar deze ontwikkeling politiek gaat wegen. Voor de oppositie is het opnieuw munitie tegen de regering-Sánchez. Voor het kabinet is het een nieuwe bron van spanning in een toch al gepolariseerd klimaat.

Tegelijk blijft overeind dat een officiële aanklacht nog geen veroordeling is. Pas in een volgende fase zal duidelijk worden of de zaak echt tot een proces leidt en of de aanwijzingen van de rechter juridisch standhouden.