Duizenden migranten nog in Ceuta: wat gebeurt er nu met de achterblijvers?

door Else BeekmanElse Beekman
Rode Kruis deelt eten uit aan de minderjarige asielzoekers die in Ceuta verblijven

Ruim een week na de massale grensoversteek is de rust in Ceuta nog altijd niet terug. De meeste migranten zijn inmiddels terug naar Marokko, vrijwillig of gestuurd. Maar in de wijken buiten het centrum zitten nog altijd duizenden mensen vast, onder wie ruim duizend alleenstaande minderjarigen. En de stad houdt intussen al rekening met een nieuwe oproep voor 15 augustus. Wat is de actuele stand van zaken, en waarom kon zo’n groot deel eigenlijk wel worden teruggestuurd?

In het kort:

  • Eind juli staken tienduizenden migranten in korte tijd de grens bij Ceuta over; exacte aantallen blijven onduidelijk en variëren sterk per bron.
  • De meeste Marokkaanse migranten keerden vrijwillig terug naar Marokko door gebrek aan eten en onderdak.
  • Voor migranten uit Sub-Sahara-Afrika ligt het anders: zij kunnen niet worden niet teruggestuurd en hebben recht op een asielprocedure.
  • Ceuta vangt inmiddels 1.017 alleenstaande minderjarige migranten op tegenover een officiële capaciteit van slechts negentig plekken.
  • Over de verplichte spreiding van deze kinderen naar het vasteland is ruzie ontstaan: regio’s met een PP/Vox-bestuur willen ze niet.
  • Relatieve rust in Ceuta met overal groepen migranten en Rode Kruis dat dagelijks eten en water uitdeelt.

Geen eenduidigheid over cijfers en aantallen

Al vóór de crisis, tussen 20 en 29 juli, liep het aantal illegale grensoversteken in Ceuta al geleidelijk op, met zo’n 1.500 mensen in negen dagen tijd. Op 30 en 31 juli volgde de echte schok: tienduizenden mensen staken tegelijk de grens over, voornamelijk zwemmend langs de havenhoofden van El Tarajal en Benzú, aangemoedigd door mensen aan de Marokkaanse kant, zo vertelden verschillende migranten achteraf.

Over de precieze omvang bestaat nog altijd geen duidelijkheid. De Spaanse regering hield het officieel op zo’n 50.000 oversteken, maar de lokale krant El Faro de Ceuta meldt op basis van bronnen bij de veiligheidsdiensten dat er in nog geen 48 uur tijd ruim 80.000 mensen binnenkwamen, tegenover zo’n 77.000 registraties van terugkeer. Ook bij het dodental lopen bronnen uiteen. Het officieel genoemde cijfer door de regeringsafvaardiging in Ceuta ligt op 78, maar hulporganisatie Caminando Fronteras zegt dat het al om 141 doden gaat. Het laatste cijfer is dat er inmiddels bijna honderd doden zijn geteld. Dat is inclusief lichamen die in Marokkaanse ziekenhuizen belandden. Daar komen dan nog tientallen vermisten bij.

Waarom kon een groot deel wel terug naar Marokko?

Het verbaasde velen dat er vrij snel duizenden mensen weer terugkeerden naar Marokko. Hoe kan dat? Want de meesten gingen uit eigen beweging. Ceuta liep binnen een dag vast, winkels en bars sloten, en na twee dagen zonder eten of onderdak zochten vooral Marokkanen hun heil weer in hun thuisland. Spanje en Marokko coördineerden vanaf 31 juli bovendien de terugkeer. Bovendien maakten het Spaanse leger en de Guardia Civil in de straten erg duidelijk dat niemand op regularisatie hoefde te rekenen. Opvallend: anders dan bij een vergelijkbare crisis in mei 2021 werkte Marokko dit keer nauwelijks tegen.

Er speelt ook een juridische kwestie mee, al wordt die vaak verkeerd uitgelegd. Op 29 juni en opnieuw op 8 juli bepaalde de Spaanse Hoge Raad (Tribunal Supremo) dat mensen die zwemmend de grens bij Ceuta of Melilla oversteken niet zomaar direct kunnen worden teruggezet. Voor hen geldt de gewone terugkeerprocedure, niet de uitzonderingsregel voor grensweigering. Aan de wet zelf verandert dat niets, en grensweigering op land blijft gewoon mogelijk. De Spaanse regering stelt dat mensensmokkelaars deze uitspraak verkeerd hebben voorgesteld aan migranten in Marokko, alsof zwemmend oversteken automatisch straffeloos zou zijn. Marokko wijst eveneens naar criminele netwerken en veroordeelde inmiddels elf mensen voor het organiseren van de oversteek.

Als reactie op de massale binnenkomst plaatste Ceuta een tijdelijke barrière in zee om de grensbewaking aan te passen aan de nieuwe rechterlijke lijn, meldt regeringsafgevaardigde Miguel Ángel Pérez Triano in El Faro de Ceuta.

Voor mensen uit Sub-Sahara-Afrika ligt het heel anders

Wat hierboven staat, geldt vooral voor Marokkanen, verreweg de grootste groep tijdens de piek. Voor migranten uit Sub-Sahara-Afrika werkt het systeem anders. Zij kunnen niet terug naar Marokko, omdat zij geen onderdanen zijn. Eenmaal op Spaanse bodem moeten zij in de asielprocedure worden opgenomen via het CETI, het Centro de Estancia Temporal de Inmigrantes. Dat centrum heeft een officiële capaciteit van ongeveer 500 plaatsen, maa zat al vóór de crisis overvol. Het herbergt nu ruim 1.500 tot 1.800 mensen, terwijl honderden anderen eromheen kamperen, meldt El Español. Onder hen zijn relatief veel Soedanezen, op de vlucht voor de burgeroorlog die daar in 2023 uitbrak, en mensen uit onder meer Senegal, Mali en Tsjaad.

Het verschil is voelbaar in de stad: Marokkaanse jongeren verschuilen zich, omdat ontdekking tot terugsturen leidt. Mensen uit Sub-Sahara-Afrika wachten juist zichtbaar bij het CETI op een asielaanvraag. Hulporganisaties waarschuwen dat deze groep daardoor kwetsbaar is voor fouten. Zonder toegang tot de procedure lopen ze risico op uitzetting zonder de wettelijk vereiste individuele beoordeling, stelt ngo Caminando Fronteras tegenover Infobae. Een groep Soedanezen werd begin augustus zelfs bijna naar de grens gebracht door militairen, tot een hulporganisatie op het laatste moment ingreep.

Ruim duizend minderjarigen zonder vaste opvangplek

Het grootste knelpunt zijn de alleenstaande minderjarigen, in het Spaans mena’s genoemd. Zij mogen volgens Spaanse wet niet zomaar worden teruggestuurd. Op 5 augustus meldde Ceuta dat het inmiddels 1.017 alleenstaande minderjarige migranten opvangt, van wie zo’n 750 al vóór de piekdagen aanwezig waren. De officiële opvangcapaciteit lag oorspronkelijk op negentig plekken. Ceuta breidde die de afgelopen dagen uit met 664 extra plaatsen, en Madrid stelde daarnaast twee schoolgebouwen beschikbaar als tijdelijke opvang voor nog eens circa 500 plekken.

Zodra een kind als alleenstaande minderjarige wordt geregistreerd, neemt de stad de voogdij op zich. Dan moeten de autoriteiten onderdak, eten, kleding en verzorging bieden, plus een aanvraag voor een verblijfsvergunning zodat het kind niet illegaal in het land verblijft. Schoolgang verloopt zoals bij Spaanse kinderen, met extra taalondersteuning. Mensenrechtenorganisaties dringen er bovendien op aan dat ieder kind zorgvuldig wordt geïdentificeerd en dat bij twijfel over de leeftijd het voordeel van de twijfel naar minderjarigheid uitgaat. De Spaanse regering maakte 25 miljoen euro vrij voor de opvang, bovenop 5,5 miljoen euro die eerder al naar de stad ging.

Ruzie over gesreide opvang minderjarigen

Een wetswijziging uit 2025 verplicht autonome regio’s op het vasteland om alleenstaande minderjarigen uit overbelaste gebieden binnen vijftien dagen over te nemen. Juist die verplichte spreiding levert nu ruzie op. Regio’s waar PP en Vox samen regeren, zoals Castilla y León, Aragón en Extremadura, weigeren hun toegewezen kinderen op te nemen en overwegen naar de rechter te stappen, meldt eldiario.es. De landelijke PP-top zegt de wet te zullen naleven, maar spreekt liever van een “veiligheidscrisis”. Daarmee schuift deze de verantwoordelijkheid door naar de regering-Sánchez, die op haar beurt vasthoudt aan de wettelijke verplichting.

Hoe is de situatie in Ceuta nu?

De Spaanse overheid kan nog altijd niet zeggen hoeveel mensen precies in Ceuta zijn. Pérez Triano erkende op 5 augustus tegenover Cadena SER dat een exacte telling ontbreekt. Wel geeft voedselhulp een indicatie. Rond het CETI deelde het Rode Kruis op één dag zo’n 2.000 maaltijden uit. Ceuta-president Juan Jesús Vivas schatte begin augustus, vier dagen na de piek, nog altijd 3.000 tot 5.000 mensen in de stad.

Het centrum oogt inmiddels rustiger, met winkels en horeca weer open. In de buitenwijken ligt dat anders: daar slapen nog mensen buiten, vaak zonder vaste toegang tot water of voedsel. Het Rode Kruis deelt er inmiddels dagelijks eten en water uit. Hulporganisatie Elín meldt daarnaast dat het leger jonge migranten met vrachtwagens naar de grens heeft vervoerd en daarbij sirenes gebruikte om mensen te dwingen te vertrekken. Enkele migranten spraken van hardhandig optreden bij weigering. Ook de ingezette militairen zelf klaagden over lange diensten en te weinig eten, wat inmiddels tot aangepaste rantsoenen leidde.

Autoriteiten houden intussen rekening met oproepen op Marokkaanse sociale media voor een nieuwe massale poging op 15 augustus bij Castillejos. Pérez Triano wilde niet speculeren over de geloofwaardigheid daarvan, maar bevestigt dat inlichtingendiensten de situatie volgen.