Sinds woensdag woedt in het natuurpark Arribes del Duero, aan de grens met Portugal, een grote bosbrand bij het dorp Fermoselle in de provincie Zamora. Het vuur heeft inmiddels ruim 11.000 hectare verwoest. Inwoners uit veertien dorpen moesten hun huizen verlaten. Drie intense dagen later, met blussteun uit Bosnië, Servië en Turkije, lijkt de brand op zaterdag eindelijk zijn grootste kracht te hebben verloren. Autoriteiten waarschuwen wel dat het gevaar nog niet geweken is.
In het kort
- De bosbrand bij Fermoselle (Zamora) heeft na drie dagen al ruim 11.000 hectare verwoest.
- Het risiconiveau ging zaterdag omlaag, maar risico op heropleving door hitte en windstoten.
- Veertien dorpen werden ontruimd; alle zo’n 950 bewoners konden vrijdag naar huis.
- Bosnië, Servië en Turkije stuurden versterking, terwijl in León een tweede grote brand nog altijd actief is.
Op donderdag al wist president Alfonso Fernández Mañueco van de regioregering van Castilla y León te vertellen dat “een onvoorzichtigheid” de vermoedelijke oorzaak was. Hij riep de bevolking op extra voorzichtig te zijn om nieuwe branden te voorkomen.
Donderdag: hevige wind bemoeilijkt de bluswerkzaamheden
Op donderdag zorgde harde wind voor een lastige dag voor de brandweer. Het vuur brak uit de kloof van de Duero en snelde bergopwaarts. Toch lukte het die avond om het vuur tegen te houden op de flank die het dorp Fariza bedreigde. Op dat moment was al meer dan 10.000 hectare verbrand. Omdat de brand ‘vast’ zat in de kloof, konden blusteams er minder goed bij.
Die kregen hulp uit Turkije en Servië. Daarnaast leverde de Spaanse staat 99 militairen en 35 voertuigen van de Unidad Militar de Emergencias (UME), agenten van de Guardia Civil, en zo’n vijftien luchtmiddelen.
Vrijdag: de brandhaard wordt gestabiliseerd
Vrijdag verliep aanmerkelijk beter dan donderdag. In de nacht was de situatie “merkbaar verbeterd” volgens Mariano Rodríguez, hoofd milieudienst van de Junta in Zamora. Viceminister van Milieu en Energie Jorge Llorente sprak van een “gestabiliseerde” omtrek van de brand.
’s Ochtends vroeg restten nog slechts “kleine haarden in de moeilijkst bereikbare gebieden”, zoals de kloof van het grensgedeelte van de Duero met Portugal, bij het dorpje Mámoles. Overdag werkte de brandweer aan het stabiliseren van de omtrek en het onder controle houden van kleine heroplevingen en ’s nachts lag de focus op het opsporen en blussen van hittepunten en het bewaken van mogelijke heroplevingen.
Tegen het einde van de vrijdagmiddag kregen ook de bewoners van Mámoles en Pinilla de Fermoselle, de laatste twee nog geëvacueerde dorpen, toestemming om terug te keren. Ook werd het verkeer op alle wegen in de omgeving hersteld. Het noodhulpcentrum Cecopi had die vrijdagochtend al besloten de afsluiting van Fermoselle en Fariza op te heffen, waardoor bewoners van twaalf van de veertien ontruimde dorpen naar huis konden.
Zaterdag: risiconiveau omlaag, maar hitte en wind blijven een gevaar
Op zaterdag 1 augustus bracht de brandweer de potentiële ernst van de brand terug van niveau 2 naar niveau 1, na de stabilisatie van het vuur op vrijdagavond. De verbetering kwam vooral door het nachtwerk van de ploegen, die geholpen werden door een relatieve luchtvochtigheid van bijna 80%.
Toch is de brand nog niet volledig geblust. Het gebied rond de rivieren Duero en Tormes met steile en moeilijk bereikbare stukken, bemoeilijkt de toegang tot een aantal kleine haarden die nog actief zijn. Deze kunnen enkel met waterlozingen vanuit de lucht worden aangepakt. Bovendien ontstonden zaterdagmiddag opnieuw lastige weersomstandigheden met temperaturen tot 34 graden, een luchtvochtigheid die zou dalen tot 16%, en windstoten van zo’n 40 kilometer per uur vanaf 18.00 uur. Dat zijn precies de ingrediënten voor een mogelijke heropleving. De brandweer had zaterdag met zo’n 30 eenheden dan ook de taak te voorkomen dat het vuur tijdens de kritieke uren van de dag weer aan kracht zou winnen.
Ook grote actieve brand in provincie León
Los van Fermoselle woedt in Castilla y León nog een tweede grote bosbrand, bij Veguellina in de gemeente Villafranca del Bierzo (León). De dorpen Moreda, Prado de Paradiña (Prado de la Somoza) en San Pedro de Olleros blijven daar preventief ontruimd. Vrijdag concentreerde de brandweer zich op het noordoostelijke front om te voorkomen dat de vlammen Moreda zouden bereiken. Nu blijven daar nog enkele hittepunten onder nauwlettend toezicht.
De grootste zorg ligt nu bij het noordwestelijke front, ten noorden van Veguellina, waar de brand woedt in een moeilijk bereikbaar gebied. Omdat zwaar materieel daar niet inzetbaar is, moet de brandweer zaterdag vooral op luchtsteun vertrouwen. Bij deze brand zijn inmiddels meer dan 250 grondmedewerkers en 15 luchtvaartuigen betrokken, versterkt met teams uit Cantabrië en een konvooi uit Duitsland. Vijf geëvacueerden brachten de nacht door in een noodopvang in de sporthal van Cacabelos.