Spanje krijgt opnieuw een waarschuwing uit Brussel over de staat van zijn instituties. Het Europees Parlement ziet tekenen van afbrokkelend vertrouwen in de rechterlijke macht, toenemende politieke druk op publieke instellingen en heeft een minder gunstig beeld van de aanpak van corruptie.
Dat is te lezen in een rapport dat woensdag in de commissie Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken van het Europees Parlement is besproken. Het document volgt uit een werkbezoek van Europarlementariërs aan Spanje op 16 en 17 februari. Daar sprak de delegatie met vertegenwoordigers uit de rechtspraak, politiek, journalistiek en het maatschappelijk middenveld. Opvallende afwezigen hier waren premier Pedro Sánchez en meerdere ministers.
Geen gesprek met Sánchez
Juist die afwezigheid wordt in het rapport genoemd als onderdeel van een bredere zorg over de verhouding tussen regering, parlement, justitie en publieke instellingen. Volgens de opstellers is in Spanje sprake van een groeiend wantrouwen rond verschillende staatsorganen. In Brussel ligt Spanje daarom al langer onder een vergrootglas als het om de rechtstaat gaat.
De boodschap van her rapport is helder. Volgens de Europarlementariërs kan de opeenstapeling van politieke spanningen schade toebrengen aan het beeld van onafhankelijkheid en evenwicht tussen de machten. En in de Europese Unie telt niet alleen of instituties formeel onafhankelijk zijn, maar ook of burgers erop kunnen vertrouwen dat ze dat in de praktijk ook zijn.
Rechtersraad blijft pijnpunt
Een van de terugkerende kwesties is de Consejo General del Poder Judicial (CGPJ), de bestuursraad van de Spaanse rechtspraak. Die raad speelt een belangrijke rol bij benoemingen binnen de rechterlijke macht. En uit Brussel klinkt al jaren de oproep om het systeem waarmee de leden worden gekozen, aan te passen, zodat de politiek minder invloed heeft.
De Spaanse regering heeft eerder beloofd werk te maken van die hervorming. Volgens het rapport is dat nog altijd niet gebeurd op de manier die Europese instanties voor ogen hebben. Daardoor blijft de verdenking overeind dat politieke partijen te dicht op de rechtspraak zitten. En dat brengt de onafhankelijkheid van rechters in gevaar. Een punt van belang voor iedereen in Spanje die ooit met de Spaanse overheid of rechter te maken krijgt.
Te vaak via nooddecreten
Ook de manier waarop de regering-Sánchez wetten doorvoert, krijgt kritiek. Het gaat om het gebruik van het ‘real decreto-ley’, een nooddecreet waarmee de regering snel maatregelen kan nemen zonder dat wetten eerst door het parlement moeten. Dat instrument bestaat voor situaties waarin haast geboden is. In de praktijk wordt het in Spanje echter geregeld gebruikt voor onderwerpen die politiek gevoelig liggen. Juist nu de Spaanse regering geen meerderheid heeft en nog steeds geen nieuwe staatsbegroting goedgekeurd krijgt, is dit van belang.
Volgens het rapport kan deze manier van beleid voeren het parlementaire debat uithollen. Als wetten steeds vaker via een verkorte route worden ingevoerd, krijgen Kamerleden minder ruimte om te onderhandelen, amendementen in te dienen of deskundigen te raadplegen. De delegatie spreekt in dat verband van blokkades, een gebrek aan overleg en een sterker wordende positie van de uitvoerende macht.
Dat verwijt is politiek beladen. De regering-Sánchez moet al langere tijd laveren tussen wisselende meerderheden in het Congres. De verleiding om ingewikkelde dossiers via decreten te regelen is dan groot. Maar juist daarom kijkt Brussel kritisch mee.
Corruptiebeeld verslechtert
Een ander punt van zorg is corruptie. Het rapport wijst erop dat de indicatoren voor corruptieperceptie in Spanje zijn gedaald naar het laagste niveau sinds 2012. Zo’n cijfer zegt niet rechtstreeks hoeveel corruptie er is. Het zegt wel iets over vertrouwen: hoe denken burgers, bedrijven en waarnemers over de manier waarop een land corruptie voorkomt, onderzoekt en bestraft?
Daar wringt het volgens de Europese delegatie. Grote en ingewikkelde corruptiezaken duren in Spanje vaak jaren. Dat kan juridisch verklaarbaar zijn, maar is schadelijk voor het publieke vertrouwen. Wie pas na lange tijd duidelijkheid krijgt, ziet al snel vooral traagheid, politieke ruis en straffeloosheid.
Ook RTVE genoemd
Het rapport noemt daarnaast de Spaanse publieke omroep RTVE. In een land waar politieke tegenstellingen hard worden uitgevochten, is de onafhankelijkheid van de publieke media een gevoelig onderwerp. De Europarlementariërs uiten zorgen over het bestuur van RTVE en over de vraag of de omroep voldoende afstand houdt tot de politiek.
Dat punt past in een bredere Europese discussie. Publieke omroepen moeten informeren zonder spreekbuis van de regering te worden. In Spanje ligt dat door de sterke polarisatie tussen links en rechts extra gevoelig.
PP ziet bevestiging van eigen kritiek
De Spaanse oppositie zal het rapport met instemming lezen. Javier Zarzalejos, Europarlementariër voor de Partido Popular en medevoorzitter van de missie naar Spanje, sprak na afloop van ernstige problemen en een geleidelijke verslechtering van de rechtsstaat. Volgens hem kan de regering de kritiek niet langer naast zich neerleggen.
Zarzalejos verwijt Sánchez dat hij zijn belofte over de hervorming van de rechtersraad niet nakomt. Ook vindt hij dat de regering te vaak naar het nooddecreet grijpt en daarmee het Congres buitenspel zet.
Zo wordt het rapport ook munitie in de felle politieke strijd tussen regering en oppositie. Toch gaat het om meer dan partijpolitiek. Een democratie kan niet zonder onafhankelijke instellingen; te veel politieke greep tast dat vertrouwen aan.