Geen nieuwe begroting, wel 135 decreten: zo wil Sánchez Spanje in 2026 besturen

door Else BeekmanElse Beekman
Pedro Sánchez: de premier die Spanje al twee jaar zonder actuele begroting bestuurt

De Spaanse regering wil in 2026 opnieuw vooral regeren via koninklijke besluiten. Dat blijkt uit het concept van het jaarlijkse normatieve plan dat deze heeft opgesteld. Van de 180 geplande maatregelen krijgen er 135 de vorm van een Real Decreto. Daarmee kiest het kabinet-Sánchez voor de snelste bestuurlijke route in een politiek landschap waarin steun in het parlement allerminst vanzelfsprekend is.

In het kort

  • Spanje wil in 2026 driekwart van de geplande maatregelen via koninklijke decreten regelen.
  • De regering-Sánchez heeft weinig parlementaire steun en werkt nog altijd met de verlengde begroting van 2023.
  • Vooral het ministerie van Wonen valt op: slechts één maatregel ondanks de wooncrisis.
  • Sánchez zet vooral in op bestuurbaarheid, niet op grote politieke vernieuwing.

Die keuze vloeit voort uit het feit dat Spanje ook in 2026 nog altijd wordt bestuurd met verlengde staatsbegrotingen die teruggaan op de laatst goedgekeurde begroting uit 2023. Nieuwe grote wetten én nieuwe begrotingsafspraken zijn voor deze minderheidsregering moeilijk haalbaar. De combinatie van een wankele parlementaire basis en een oude begroting verklaart waarom Moncloa zo sterk leunt op juridische instrumenten die minder parlementaire behandeling vragen.

Driekwart van de plannen via koninklijk decreet

Volgens het conceptplan wil de regering dit jaar 180 normatieve projecten behandelen. Daarvan zijn er 135 koninklijke besluiten, naast tien organieke wetten en 35 gewone wetten. In procenten betekent dit dat drie op de vier geplande maatregelen niet het volledige parlementaire traject van een wet hoeven te doorlopen.

Een gewone wet moet namelijk door beide kamers, kan worden geamendeerd en vraagt langdurige onderhandelingen. Een koninklijk decreet is vooral een besluit van de regering dat wordt gebruikt om bestaande wetgeving uit te werken of technische regels vast te leggen. Bij een real decreto-ley, een spoeddecreet met kracht van wet, is parlementaire bekrachtiging door het Congres van Afgevaardigden wel noodzakelijk.

De bredere lijn is dat de regering de ruimte zoekt waar zij die nog heeft. In een parlement waarin de steun van regionale en nationalistische partijen steeds minder voorspelbaar is, wordt wetgeving via de klassieke route een trage en onzekere onderneming.

 

Oude begroting beperkt politieke ruimte

Ook in 2026 regeert het kabinet Spanje op basis van de sinds 2023 automatisch verlengde begroting omdat het ook vóór begin van dit jaar geen voldoende steun wist te krijgen om een nieuwe begrotingswet aan te nemen.  De bestaande begrotingskaders blijven dus van kracht todat er nieuwe rekeningen worden goedgekeurd. Formeel kan de regering blijven besturen, maar politiek en beleidsmatig is dat een beperking. Nieuwe prioriteiten moeten worden ingepast in oude begrotingsstructuren, of via aanvullende besluiten en kredietwijzigingen worden geregeld.

Dat maakt het beeld van 2026 scherper. Sánchez regeert niet alleen zonder stabiele meerderheid, maar ook zonder verse begrotingsbasis. De nadruk op decreten is daardoor niet alleen een politieke keuze, maar ook een manier om bestuurbaarheid te behouden.

Wonen blijft opvallend mager vertegenwoordigd

El Confidencial wijst op de opvallend beperkte rol van het ministerie van Wonen. Terwijl huisvesting voor veel Spanjaarden een van de grootste dagelijkse zorgen is, komt het ministerie van Isabel Rodríguez in het normatieve plan slechts met één project.

Dat betreft een aanpassing van het Spaanse bouwbesluit (Código Técnico de la Edificación). De maatregel vloeit voort uit Europese regelgeving en verplicht onder meer tot meer fietsparkeerplaatsen in gebouwen en extra laadpunten voor elektrische voertuigen.

Daarmee raakt het voorstel wel aan duurzaamheid en mobiliteit, maar nauwelijks aan de kern van de Spaanse wooncrisis: hoge huren, schaarste aan betaalbare woningen en de spanning tussen toeristische verhuur en gewone bewoning.

Actieve ministeries, gevoelige dossiers

De meeste initiatieven komen van de ministeries van Ecologische Transitie en Economie, elk met veertien projecten. Ook Arbeid en Sociale Rechten staan hoog op de lijst, met twaalf voorstellen per ministerie. Volksgezondheid en het ministerie van Presidencia volgen met elf projecten.

Onder de maatregelen die via decreten worden voorbereid, zitten ook politiek gevoelige onderwerpen. Zo wil de regering regels vastleggen voor het beheer van de Valle de Cuelgamuros (voorheen Valle de los Caídos). Ook komt er een regeling voor herstel en compensatie van bezittingen en rechten die politieke partijen tijdens de Spaanse Burgeroorlog kwijtraakten.

Daarnaast staan maatregelen op de agenda rond de uitbreiding van de jongeren-cultuurbon en het stimuleren van verenigingsleven onder kinderen en jongeren. Het gaat dus niet alleen om technische regelgeving, maar ook om dossiers met symbolische en maatschappelijke lading.

Decreten als vaste bestuursstijl

Het gebruik van decreten is onder Sánchez geen uitzondering meer. Zijn regering maakte vaker gebruik van deze route dan eerdere kabinetten. Volgens de aangehaalde cijfers stond de teller tot en met 2025 op 168 goedgekeurde decreetwetten. Dat is meer dan bij Mariano Rajoy, José María Aznar, Felipe González en José Luis Rodríguez Zapatero.

Voorstanders zeggen dat decreten nodig zijn om het land bestuurbaar te houden in een gefragmenteerd parlement. Critici zien er juist een manier in om het debat te verkorten en parlementaire controle te beperken. Beide lezingen raken aan dezelfde werkelijkheid: de Spaanse politiek is zo versnipperd dat gewone wetgeving steeds moeilijker wordt. Grote hervormingen vragen stabiele steun, een nieuwe begroting en parlementaire meerderheden die op dit moment onzeker zijn.

Dat maakt 2026 voor de huidige regering tot een jaar van bestuurlijk overleven. Sánchez houdt de machine draaiende met instrumenten die vooral geschikt zijn om te sturen op korte termijn. Dat betekent dat grote politieke keuzes opnieuw vooruit worden geschoven.