Deze 43-jarige componist vindt dat er een ‘fatsoenlijke tekst moet komen die met trots en waardigheid door alle Spanjaarden meegezongen kan worden’. Bij grote sporttoernooien zoals het WK-voetbal kijken de Spaanse spelers altijd strak voor zich uit bij de klanken van La Marcha Real, terwijl andere voetballers uit volle borst met hun volkslied mee kunnen zingen.
Eerdere poging voor een tekst
Alleen Bosnië, Herzegovina, San Marino en Kosovo hebben eveneens enkel een instrumental volkslied. In 2006 schreef het Spaans Olympisch Comité een wedstrijd uit voor een tekst voor het volkslied. Er kwamen duizenden suggesties binnen die werden voorgelegd aan een jury. De tekst van Paulino Cubero werd uitgekozen. Uiteindelijk ontstond er teveel kritiek op de tekst. Deze deed teveel denken aan de dictatuur van Francisco Franco omdat er een te sterke nadruk lag op de Spaanse identiteit en dit stuit Spanjaarden in verschillende delen van het land zoals het Baskenland en Catalonië behoorlijk tegen de borst.
Oud volkslied
La Marcha Real is wel een van de oudste volksliederen in Europa want wordt voor het eerst vermeld in een document van Manuel Espinosa uit 1761. In het ‘Libro de Ordenanza de los toques militares de la Infanteria Española’ krijgt het de titel Marcha Granadera (de Grenadiersmars). De componist is niet bekend.
Terug van weggeweest
Sinds oktober 1997 werd via een koninklijk besluit La Marcha Real na lang weggeweest te zijn geweest tot nationaal Spaans volkslied gekozen. Het tekstvoorstel van Victor Lago is te horen én lezen in de video op deze pagina en wordt gezongen door Manu Pilas. Lago wil nu 500.000 handtekeningen verzamelen via een petitie op de website Change.org. Dit is het benodigde aantal om het voorstel bij het Spaanse parlement in te kunnen dienen.