Maria-koekje in Spanje: klein biscuitje, grote geschiedenis

door Judith Goeree
Maria-koekjes waren in Spanje onderdeel van het ontbijt om bijvoorbeeld in de melk te dopen

In vrijwel elk Spaans huishouden ligt wel een pak Maria-koekjes in de kast. Ze worden in melk gedoopt bij het ontbijt, gebruikt voor desserts zoals tarta de galletas of simpelweg gegeten als tussendoortje. Voor veel Spanjaarden zijn ze verbonden met herinneringen aan hun jeugd: een kom warme melk, een rood pak koekjes op tafel en het bekende ritueel van koekjes dopen zonder dat ze breken. Toch heeft dit eenvoudige koekje een verrassend internationale en historische achtergrond.

In het kort

  • Maria-koekjes liggen in vrijwel elk Spaans huishouden in de kast.
  • Het biscuit ontstond in 1874 in Engeland ter ere van een koninklijk huwelijk.
  • In Spanje werden ze populair dankzij de koekjesfabriek Fontaneda.
  • Aguilar de Campoo groeide uit tot het Spaanse “koekjesdorp”.
  • Generaties vrouwen werkten in de fabriek en bepaalden het ritme van het dorp.
  • Het boek Galleteras vertelt hun vaak vergeten verhaal.

Een Brits koekje met een koninklijke naam

De oorsprong van de Maria-koekjes ligt niet in Spanje, maar in Engeland. In 1874 bakte het Londense bedrijf Peek Freans een nieuw koekje ter gelegenheid van het huwelijk van de Russische grootvorstin Maria Aleksandrovna met prins Alfred, zoon van koningin Victoria. Ter ere van de bruid kreeg het koekje de naam “Marie”.

Het biscuit was dun, licht en stevig genoeg om in thee of melk te dopen. Precies die eigenschappen maakten het later zo populair in veel landen.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw verspreidde het koekje zich door Europa en bereikte het ook Spanje.

Hoe de Maria-koekjes Spanje veroverden

In Spanje werd het koekje vooral bekend dankzij de familie Fontaneda. De ondernemer Eugenio Fontaneda begon in 1881 in Aguilar de Campoo (Palencia) met het maken van koekjes en chocolade. Zijn zoon Rafael moderniseerde het bedrijf en startte in de jaren twintig met industriële productie van de populaire Maria-koekjes.

Het succes was enorm. Tegen het midden van de twintigste eeuw waren Maria-koekjes een vast onderdeel van het Spaanse ontbijt. Na de burgeroorlog werden ze zelfs een symbool van herstel en betaalbaar voedsel, omdat ze goedkoop te produceren waren dankzij ruime graanoogsten.

Aguilar de Campoo groeide uit tot het centrum van de Spaanse koekjesindustrie. Er ontstonden meerdere fabrieken en het dorp kreeg de bijnaam “el pueblo de las galletas” — het koekjesdorp.

Het koekje als cultureel symbool

In Spanje is het Maria-koekje niet zomaar een product. Het is een cultureel icoon van alledag.

Het koekje duikt overal op: bij het ontbijt in melk of koffie, in klassieke desserts zoals tarta de galletas, als snack voor kinderen en zelfs in ziekenhuizen of bij mensen met een zwakke eetlust, omdat het licht verteerbaar is.

Ook reclame droeg bij aan die culturele status. Generaties Spanjaarden kennen nog de slogan uit de tv-reclames: “Qué buenas son las galletas Fontaneda” (“Wat zijn de Fontaneda-koekjes toch lekker”). Die melodie werd zo bekend dat ze deel werd van de populaire cultuur.

Voor veel Spanjaarden roept het koekje nog altijd herinneringen op aan thuis, aan hun jeugd en aan de eenvoud van alledag.

De vrouwen achter de koekjes

Achter dat symbool schuilt een minder bekend verhaal: dat van de fabrieksarbeidsters die de koekjes maakten en verpakten.

In de fabriek van Fontaneda werkten decennialang vooral vrouwen, vaak al vanaf jonge leeftijd. Zij controleerden de koekjes aan de lopende band, sorteerden de mislukte exemplaren en stapelden ze in de kenmerkende rode dozen.

Het werk was repetitief en fysiek zwaar. Veel arbeidsters kregen pijn in handen, polsen en vingers door de voortdurende bewegingen. Toch was de fabriek ook een sociaal centrum: daar ontstonden vriendschappen, liefdes en een sterke arbeidersgemeenschap.

Toen de familie Fontaneda het bedrijf in 1996 aan de Amerikaanse multinational Nabisco verkocht, begon een periode van reorganisaties en banenverlies. Uiteindelijk sloot de fabriek in Aguilar de Campoo in 2002. Voor veel inwoners voelde dat als het einde van een tijdperk.

De koekjes bleven bestaan, maar een belangrijk stuk lokale identiteit verdween.

Het boek dat de herinnering terugbrengt

Die vergeten geschiedenis staat centraal in het boek Galleteras. La otra memoria de la galleta maría (De vrouwen van de koekjesfabriek. Het andere verhaal achter het Maria-koekje) van antropologe en schrijfster Laura Sanz Corada. De auteur is zelf de dochter van een voormalige fabrieksarbeidster en groeide op in Aguilar de Campoo.

In haar boek combineert ze getuigenissen, historische analyse en persoonlijke herinneringen om het verhaal van de vrouwen achter de koekjes te vertellen.

Ze beschrijft hoe generaties arbeidersvrouwen hun leven aan de fabriek verbonden. Velen begonnen er al als tiener te werken, organiseerden zich later in vakbonden en vochten uiteindelijk voor hun baan toen de fabriek met sluiting werd bedreigd.

Met Galleteras wil Sanz Corada laten zien dat de geschiedenis van de Maria-koekjes niet alleen gaat over voedsel of industrie, maar ook over arbeid, identiteit en collectieve herinnering.

Meer dan een koekje

De Maria-koekjes lijken misschien een eenvoudig biscuitje, maar ze vertellen een veel groter verhaal.

Ze verbinden een Britse koninklijke bruiloft met Spaanse industriële geschiedenis, de dagelijkse keuken met arbeidersstrijd en nostalgie met economische verandering.

Wie vandaag een Maria-koekje in melk doopt, proeft dus niet alleen een klassiek biscuitje, maar ook een stukje geschiedenis van Spanje.