Madrid maakt belgeschiedenis met Ceuta openbaar, en die spreekt Vivas tegen

door Else BeekmanElse Beekman
president van Ceuta, Vivas op autonomiedag van Ceuta

Heeft Ceuta Madrid op tijd gewaarschuwd voor de migratiecrisis van eind juli en werd de enclave sindsdien aan het lijntje gehouden? Of heeft Madrid gewoon alle telefoontjes netjes beantwoord? Over die vraag woedt al weken een strijd. De Spaanse regering heeft donderdag een lijst openbaar gemaakt met alle telefoontjes tussen de kabinetten van premier Pedro Sánchez en Ceuta-president Juan Jesús Vivas. Volgens Madrid waren het er negen, en werden ze allemaal beantwoord.

De aanleiding voor deze openbaarmaking is de verklaring van Vivas op woensdag bij de Audiencia Nacional. Daar was hij getuige in het onderzoek van rechter María Tardón naar wat er eind juli aan de grens van Ceuta gebeurde. Vivas vertelde de rechter dat hij tussen 27 en 30 juli tien keer probeerde contact te krijgen met het regeringspaleis en slechts drie keer iemand aan de lijn hebben gekregen. Dat was steeds de kabinetschef van Sánchez en met de premier zelf sprak hij pas op 30 juli. Vivas noemt wat er die dagen gebeurde een “invasie”.

Volgens de lokale krant El Faro de Ceuta, die eerde al een overzicht van die oproepen publiceerde, bleven er zeven onbeantwoord. Op 28 juli zouden er alleen al vier oproepen zijn gedaan tussen 8.12 en 8.16 uur, allemaal naar dezelfde persoon.

De regering vertelt een ander verhaal

Volgens de lijst die het kabinet-Sánchez via El País naar buiten bracht vond het eerste gesprek plaats op 27 juli om 8.39 uur en duurde zes minuten. Vivas en zijn kabinetschef Pablo García maakten zich toen zorgen over het groeiende aantal mensen dat zwemmend de grens overstak. Ze vroegen om meer opvangplekken en om migranten sneller naar het vasteland over te brengen. Diego Rubio, de kabinetschef van Sánchez, gaf dat volgens Madrid direct door aan de betrokken ministeries.

Volgens het regeringspaleis zei Vivas in dat gesprek uitdrukkelijk dat hij Sánchez niet hoefde te spreken. Ook vroeg hij niet om een nationale noodtoestand of om extra politie. Die noodtoestand werd uiteindelijk 25 dagen later afgekondigd.

Een paar uur later belde García opnieuw. Ceuta vroeg toen om hulp bij de opvang van de vijfhonderd migranten die in de dagen ervoor waren aangekomen. Er konden er nog “honderd of tweehonderd” bij komen, zo was de inschatting. Rubio antwoordde dat de ministeries ermee bezig waren.

Een appje en een “Oké, begrepen”

Over 28 juli verschillen de verhalen het sterkst. Madrid zegt die ochtend alleen een WhatsApp-bericht van García te hebben ontvangen, om 8.16 uur. Rubio belde een kwartier later terug, maar kreeg geen gehoor. Daarop stuurde hij een berichtje dat er aan oplossingen werd gewerkt en dat Madrid tijd nodig had. García antwoordde volgens het regeringspaleis met “Oké. Begrepen”. Daarna bleef het tot 30 juli stil vanuit Ceuta, aldus Madrid.

Op 30 juli vroeg Vivas volgens de regering voor het eerst om de premier te spreken. Sánchez was op dat moment bij een bosbrand in Ávila. Rond 12.55 uur belden de twee presidenten met elkaar. ’s Avonds hoorde Vivas dat Sánchez de volgende dag naar Ceuta zou komen. In het laatste telefoontje liet Ceuta weten dat Vivas niet bij de persconferentie met de premier zou zijn.

“Geen spoor” van de andere oproepen

De overige oproepen waar Vivas het over heeft, staan volgens het regeringspaleis niet in de registers. Misschien werd er via WhatsApp gebeld toen de telefoon geen bereik had, oppert Madrid. Maar dan had Ceuta een bericht kunnen sturen, een voicemail kunnen inspreken of de centrale kunnen bellen. “Het regeringspaleis kon niet terugbellen naar een oproep waarover het nietswist”, klinkt het. Volgens Madrid blijft er van de tien mislukte pogingen eigenlijk maar één over: een oproep op 27 juli om 20.58 uur.

Ook daarover is onenigheid. Vivas vertelde donderdag in Sevilla, na een ontmoeting met de Andalusische president, dat Ceuta die middag vier keer belde zonder antwoord. Rond 20.20 uur stuurde zijn kabinet een bericht. Dat werd volgens hem wel beantwoord, door de kabinetschef van Sánchez.

Vivas houdt voet bij stuk

De Ceutaanse president blijft erbij dat hij op geen enkel moment heeft gelogen. Zijn oproepen “zijn geregistreerd en we kunnen ze bewijzen”, zei hij. Wel bevestigde hij dat Sánchez hem op 30 juli rond 13.00 uur belde. Dat was volgens Vivas het enige telefoontje dat hij ooit van de premier kreeg. Rechter Tardón gaat nu bepalen wie het bij het rechte eind heeft.