Weken van voorzichtig graven op de gemeentelijke begraafplaats van Arriate, een dorp ten noorden van Ronda (Málaga) leveren uiteindelijk zeven lichamen op. Zes mannen en, tot verrassing van de onderzoekers zelf, één vrouw. Het gemeenschappelijke graf, dat teruggaat tot de repressie tijdens de Spaanse Burgeroorlog, is nu volledig opgegraven. Wat volgt, is misschien wel het moeilijkste deel van het werk: elk van de zeven weer een naam geven.
In het kort
- Archeologen vinden in een gemeenschappelijk in Arriate (Málaga) zes mannen en, onverwacht, één vrouw.
- De resten tonen sporen van een gewelddadige dood, gekoppeld aan de repressie tijdens de Spaanse Burgeroorlog.
- Een DNA-oproep aan mogelijke nabestaanden moet de zeven slachtoffers alsnog een naam geven.
- Het graf in Arriate is een van de bijna zesduizend vergelijkbare plekken die Spanje nog altijd telt uit de Burgeroorlog en de dictatuur.
Het archeologisch onderzoek begon eind juli, nadat er op 23 juli al minstens drie lichamen waren aangetroffen. Naarmate het graven vorderde, liep dat aantal op tot zeven bevestigde lichamen.
De grootste verrassing zat in de samenstelling van de groep. Het historische onderzoek dat aan de opgraving voorafging, wees vooral op mannelijke slachtoffers. De analyse ter plekke wees pas uit dat een van de zeven lichamen van een vrouw is. “We dachten dat het allemaal mannen waren, maar dat bleek niet zo te zijn”, zegt burgemeester Francisco Javier Anet van Arriate in de krant SUR. Volgens hem tonen de resten sporen die passen bij een gewelddadige dood, al verschilt de ernst van de verwondingen per lichaam.
Lichamen zonder enig respect gedumpt
Uit eerdere berichtgeving van organisatie Todos los Nombres, die de opgravingen op de voet volgde, blijkt dat de lichamen ongeordend over elkaar in de kuil terechtkwamen. Veel van hen kwamen met het gezicht naar beneden terecht. Bovenop waren grote stenen gelegd om het graf af te dekken en te verbergen. Tussen de botten kwamen ook knopen, gespen en andere persoonlijke voorwerpen van de slachtoffers naar boven.
Twee mogelijke periodes van executies
De ligging van de lichamen bevestigt volgens de onderzoekers grotendeels het beeld dat ze al hadden voordat de opgraving begon. Historisch onderzoek had twee mogelijke groepen van slachtoffers van represailles in kaart gebracht: een groep die eind 1936 om het leven kwam, en een tweede die begin 1937 werd omgebracht. Volgens burgemeester Anet wijst de manier waarop de zeven lichamen in het graf lagen erop dat ze uit die periode stammen, al is verder onderzoek nodig om dat te bevestigen.
Uit historische documentatie over de repressie in Arriate is bekend dat na de herovering van Málaga door Franco’s troepen acht dorpsbewoners werden opgepakt, naar Ronda overgebracht en daar gefusilleerd. Of deze acht mannen overeenkomen met de slachtoffers in het nu opgegraven graf, is niet vastgesteld. Wel laat die documentatie zien hoe gedetailleerd de repressie destijds al in kaart is gebracht, ook al bleef de precieze locatie van het graf tot voor kort onbekend.
DNA moet uitkomst bieden
Nu het veldwerk is afgerond, is de plek op de begraafplaats hersteld. De resten blijven voorlopig in bewaring bij archeologen en antropologen, die verder onderzoek doen en zich voorbereiden op de genetische fase. De gemeente Arriate gaat daarnaast een oproep doen aan mogelijke nabestaanden van slachtoffers, om DNA-monsters te verzamelen die vergeleken kunnen worden met de gevonden resten.
Een concrete termijn voor de eerste identificaties is er nog niet. Vooral de vrouw onder de slachtoffers roept vragen op, omdat haar aanwezigheid niet duidelijk uit de eerdere hypotheses naar voren kwam. De gemeente wil nu dieper graven in historische documenten en in de verhalen van inwoners en nakomelingen, om te achterhalen welke represaliegetroffen vrouw het zou kunnen zijn.
Volgens de gemeente zijn er geen aanwijzingen dat er nog meer gemeenschappelijke graven op de begraafplaats liggen. De documentatie waarmee de onderzoekers werkten, wees specifiek op deze plek, met een verwachting van vijf tot acht slachtoffers. Volgens burgemeester Anet zijn er op dit moment geen aanwijzingen die naar een andere locatie wijzen.
Arriate is geen alleenstaand geval
Het gemeenschappelijke graf in Arriate is een van de bijna zesduizend plekken in Spanje waar naar schatting nog altijd anonieme slachtoffers van de Burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur liggen. Negen van de tien Spanjaarden wonen op minder dan vijftig kilometer afstand van zo’n graf. Dat bleek uit een interactieve kaart gepubliceerd door de Spaanse openbare omroep RTVE samen met het Staatssecretariaat van de Democratische Herinnering. Sinds de eerste opgravingen in het jaar 2000 zijn er landelijk al ruim 17.300 lichamen geborgen. Schattingen gaan ervan uit dat er nog zo’n 12.000 slachtoffers te vinden zijn.
Vergeleken met de grootste vondsten van de afgelopen jaren is het graf in Arriate bescheiden van omvang. Alleen al in de provincie Málaga werden eerder de resten van 2.840 mensen geborgen. Zo vonden onderzoekers bij het massagraf Pico Reja in Sevilla zelfs 1.786 slachtoffers van de repressie op één plek. Toch is de opgraving in Arriate voor de lokale gemeenschap minstens zo ingrijpend. Het gaat om dorpsgenoten met een naam en om families die, bijna negentig jaar later, eindelijk antwoorden kunnen krijgen.