Málaga groeide onder burgemeester Paco de la Torre uit tot een populaire cultuur- en technologiestad. Maar wie kan er nog wonen? Die ongemakkelijke vraag stelt The New York Times in een kritisch portret van de stad en haar 83-jarige burgemeester die zich net opnieuw verkiesbaar heeft gesteld. De la Torre erkent dat er problemen zijn, maar voelt zich niet verantwoordelijk voor de woningcrisis.
Het contrast kan bijna niet groter. Op straat bedanken inwoners Francisco de la Torre voor alles wat hij voor Málaga heeft gedaan. Even verderop lopen toeristen met rolkoffers door buurten waar betaalbare woningen steeds moeilijker te vinden zijn. Precies die twee kanten van de stad staan centraal in het artikel He Transformed His Spanish Hometown. Did He Also Spoil It? van The New York Times. Vrij vertaald: hij veranderde zijn Spaanse geboortestad, maar heeft hij haar daarmee ook bedorven?
De Amerikaanse krant schetst geen eenvoudig zwart-witbeeld. Málaga is zonder twijfel aantrekkelijker, welvarender en internationaler geworden. Tegelijk vragen steeds meer inwoners zich af voor wie al dat succes eigenlijk bedoeld is.
Van grauwe havenstad naar internationale bestemming
De la Torre is sinds 2000 burgemeester van Málaga. Onder zijn bestuur kreeg de stad nieuwe musea, een veel sterker cultureel profiel, opgeknapte pleinen, een autovrije binnenstad, een verbinding met de AVE-hogesnelheidstreinen en een getranformeerd havengebied. Ook technologiebedrijven kwamen naar de stad. De komst van het grote cybersecuritycentrum van Google geldt als een van de bekendste voorbeelden.
Málaga werd daarmee veel meer dan de toegangspoort tot de Costa del Sol. De stad groeide zelf uit tot een internationale bestemming voor toeristen, buitenlandse woningkopers, digitale nomaden en bedrijven. Die koers leverde banen, investeringen en wereldwijde bekendheid op. Voorstanders beschouwen de ontwikkeling dan ook als een van de grote stedelijke succesverhalen van Spanje.
Het succes heeft een prijs
De keerzijde van dit alles wordt vooral zichtbaar op de woningmarkt. In mei 2026 werden in Málaga-stad 8.288 toeristische woningen aangeboden. Alleen Madrid telde er op dat moment meer. De stad had bovendien meer toeristische appartementen dan Barcelona, terwijl Málaga veel kleiner is. Het totale aantal toeristische slaapplaatsen is in negen jaar meer dan verdrievoudigd. Inmiddels bevindt ongeveer 71 procent van die plaatsen zich in vakantiewoningen, meldde Cadena SER op basis van lokale toeristische cijfers.
The New York Times noemt ook een opvallend percentage: ongeveer 70 procent van de woningverkopen zou naar mensen gaan die niet in Málaga wonen. Dat cijfer heeft echter betrekking op de provincie Málaga, niet uitsluitend op de hoofdstad. Het komt uit een barometer van het Colegio de Economistas de Málaga en gaat om zogenoemde eerste woningen die in 2025 werden verkocht.
De la Torre voelt zich niet verantwoordelijk
De burgemeester werkte zelf mee aan het portret in de gerenommeerde Amerikaanse krant. Zijn openbare agenda vermeldt een interview en fotosessie met correspondent Jason Horowitz in het Centre Pompidou Málaga. Toen de journalist hem vroeg of hij met zijn beleid een moeilijk beheersbaar probleem had gecreëerd, antwoordde De la Torre dat hij zichzelf niet verantwoordelijk acht voor het woningprobleem.
Hij ontkent de problemen niet. De economische bloei heeft volgens hem wel degelijk voor “uitdagingen op het gebied van huisvesting” gezorgd. De oorzaken liggen volgens de burgemeester echter bij bredere economische ontwikkelingen en bij een tekort aan nieuwe woningen. Ook wijst hij naar de nationale overheid.
De la Torre benadrukt dat Málaga inmiddels maatregelen neemt. De gemeente voerde eerst beperkingen in voor nieuwe vakantiewoningen in overbelaste buurten. Daarna volgde een moratorium van drie jaar op nieuwe vergunningen. In mei kondigde het stadsbestuur ook plannen aan om nieuwe hotels en complete gebouwen met toeristische appartementen op woonbestemmingen tijdelijk te beperken, al waren de details toen nog niet uitgewerkt.
Kritiek is in Spanje niet nieuw
Het Amerikaanse artikel heeft vooralsnog geen afzonderlijke officiële reactie van De la Torre of het gemeentebestuur opgeleverd. Zijn weerwoord staat in het interview zelf. Wel raakt de inhoud een debat dat in Málaga al volop wordt gevoerd. Toen De la Torre in juli bekendmaakte dat hij zich in 2027 opnieuw verkiesbaar stelt, wezen PSOE, Con Málaga en Vox onmiddellijk op de problemen met wonen, mobiliteit en achterblijvende wijken.
De drie oppositiepartijen verschillen politiek sterk van elkaar, maar vinden alle drie dat de stad een andere koers nodig heeft. Cadena SER tekende hun reacties op. De socialisten spreken over een uitgeput stadsmodel. Con Málaga vindt dat de stad aantrekkelijk is geworden voor speculanten, maar steeds moeilijker leefbaar voor gewone inwoners. Vox legt eveneens de nadruk op woningbouw, verkeer en de situatie in de wijken.
Kan Málaga haar succes nog bijsturen?
De centrale vraag van The New York Times is daarmee ook de vraag die boven de gemeenteraadsverkiezingen van 2027 hangt. De la Torre wil zich opnieuw kandidaat stellen en kan bij herverkiezing tot zijn 88ste burgemeester blijven. Zijn verdiensten zijn moeilijk te ontkennen. Málaga staat internationaal op de kaart en trekt bezoekers, bedrijven en nieuwe inwoners. Maar juist die populariteit heeft de druk op woningen en buurten vergroot.
De komende jaren moeten uitwijzen of de burgemeester het model dat hij zelf hielp opbouwen ook kan bijsturen. Want een succesvolle stad heeft uiteindelijk weinig aan internationale lof wanneer deze zijn eigen inwoners verliest.