Opvallend hoge benzinekosten rond de oud-president zorgen voor commotie in de regio Valencia. De regionale regering heeft een onderzoek aangekondigd naar het brandstofverbruik van de dienstauto die hoorde bij de ondersteuning van Francisco Camps. Volgens recente cijfers zou via de tankpas van zijn chauffeur in één jaar tijd ongeveer 15.000 euro aan benzine zijn uitgegeven. Omdat het om publiek geld gaat, roept dat bedrag direct vragen op.
De discussie ontstond na een parlementaire vraag over de kosten van de kantoren van voormalige regiopresidenten van de Comunitat Valenciana. Daarbij viel vooral de post brandstofverbruik van de chauffeur van Camps op. Een berekening van de Spaanse krant Las Provincias laat zien hoe uitzonderlijk hoog dat bedrag is. Bij een gemiddeld verbruik van 6,5 liter per 100 kilometer zou met 15.000 euro ongeveer 134.000 kilometer per jaar gereden kunnen zijn. Dat komt neer op meer dan 11.000 kilometer per maand.
Dat soort afstanden klinkt in de praktijk nauwelijks voorstelbaar. Omgerekend zouden dan vrijwel dagelijks lange ritten zijn gemaakt, vergelijkbaar met heen en weer rijden tussen Valencia en Madrid. In een andere vergelijking staat het gelijk aan zes retourreizen naar Peking in een jaar tijd. Zelfs wanneer wordt uitgegaan van een hoger verbruik van 10 liter per 100 kilometer, blijft er nog altijd een totaal van rond de 87.000 kilometer over. Ook dat ligt ver boven wat voor normaal gebruik van een officiële auto voor de hand ligt.
Onderzoek naar de tankpas en mogelijke verklaringen
De regionale regering gaat daarom het gebruik van de tankpas onderzoeken. Nog niet duidelijk daarbij is of de kaart alleen bedoeld was voor benzine of ook voor andere diensten gebruikt kon worden. Het laatste geval zou een ander licht werpen op de zaak.
In Valencia houdt men intussen rekening met meerdere mogelijke verklaringen. Het kan gaan om gebruik voor andere voertuigen uit het wagenpark van de Generalitat, om administratieve fouten of om onjuist gebruik buiten de officiële taken. Wel is duidelijk dat de kwestie politiek gevoelig ligt. Uitgaven van voormalige bestuurders liggen al snel onder een vergrootglas, zeker in een tijd waarin veel burgers scherp letten op de besteding van overheidsgeld.
Hoe werken de kantoren van voormalige presidenten?
Het onderzoek naar de benzinekosten rond Camps maken deel uit van een breder debat over de ondersteuning van voormalige regiopresidenten. In de Comunitat Valenciana mogen ex-presidenten beschikken over een kleine staf die helpt bij hun agenda en andere praktische zaken. Elke oud-president kan maximaal drie medewerkers kiezen. Een van hen mag als chauffeur worden aangesteld.
Die functies zijn niet symbolisch, maar volwaardig betaald. Het salaris van de adviseurs ligt boven de 55.000 euro per jaar. In totaal werken momenteel negen mensen voor de verschillende voormalige presidenten. Ximo Puig en Alberto Fabra maken gebruik van drie medewerkers per persoon. Camps en de huidige president Carlos Mazón hebben op dit moment elk twee medewerkers in hun team.
Dat systeem bestaat om oud-bestuurders in staat te stellen hun publieke taken na hun ambtsperiode voort te zetten. Tegelijk roept het steeds vaker vragen op over de hoogte van de kosten en over de controle op die uitgaven. De huidige zaak rond de benzinekosten versterkt dat debat, omdat hier niet alleen naar het totale budget wordt gekeken, maar ook naar de details van de declaraties.
Breder debat over kosten en transparantie
Uit dezelfde cijfers blijkt dat het kantoor van voormalig president Alberto Fabra sinds februari 2023 het meeste heeft gekost. Bovendien maakt zijn personeel gebruik van een pand waarvoor de regionale overheid huur betaalt. Ximo Puig valt dan weer op door de relatief hoge uitgaven aan dagvergoedingen en verblijfskosten in dezelfde periode. Hiervoor is extra aandacht om dat hij tegenwoordig in Parijs woont.
De kwestie rond Camps, die president was van 2003 tot juli 2022, trekt echter de meeste aandacht, juist omdat brandstofkosten voor veel mensen een herkenbare en concrete uitgave zijn. Vrijwel iedereen weet wat tanken kost, en weet daardoor ook dat een bedrag van 15.000 euro buitensporig is. De politieke lading zit hem in de invloed die het heeft op vertrouwen in de manier waarop publieke middelen worden besteed.