In Spanje lopen nog altijd honderden wilde beren rond. In de bergen van het noorden scharrelen ze al zeker 175.000 jaar rond en in die tijd hebben ze zo’n beetje elke klimaatramp overleefd waar het Europese continent mee te maken kreeg. Nieuw onderzoek onthult nu hoe ze dat voor elkaar kregen: met een slim trucje in hun kaak.
Beren in Spanje: van bijna weg naar duidelijk terug
Spanje herbergt twee afzonderlijke populaties bruine beren. De grootste leeft in het Cantabrisch Gebergte, in het noordwesten van het land (met name Asturië, León, Cantabrië en Galicië). Daar liepen begin jaren negentig nog maar zo’n 80 tot 100 dieren rond. Inmiddels is dat aantal gegroeid tot ongeveer 370 beren, verdeeld over een westelijke groep van zo’n 250 dieren en een kleinere oostelijke groep van rond de 120. Deze Cantabrische populatie leeft volledig binnen Spanje.
Daarnaast leeft er in de Pyreneeën, aan de grens met Frankrijk, een tweede populatie bruine beren. Dat is een grensoverschrijdende groep die zich over Spanje, Frankrijk én Andorra verspreidt, en die de afgelopen jaren gestaag doorgroeide naar zo’n 130 dieren, met een gemiddelde jaarlijkse groei van meer dan 11 procent. Het merendeel daarvan zit aan de Spaanse kant: alleen al in de Catalaanse Pyreneeën zijn 54 individuele beren geïdentificeerd, met daarnaast nog dieren in Aragón en Navarra. Omdat beren zich vrij tussen de drie landen bewegen, is er geen exact “Spaans” aantal te geven binnen deze populatie.
Bruine beer nog altijd ‘ernstig bedreigd’
Toch is de beer allerminst uit de gevarenzone. De Spaanse Rode Lijst van bedreigde zoogdieren classificeert de Cantabrische populatie nog altijd als “ernstig bedreigd”, vooral omdat de twee deelpopulaties daar genetisch geïsoleerd van elkaar leven. De bruine beer geniet in Spanje strikte wettelijke bescherming: hij staat op de nationale lijst van bedreigde diersoorten en valt onder de Europese Habitatrichtlijn. Jagen, verstoren of doden is verboden, en overheden investeren in zaken als GPS-halsbanden, habitatbescherming en maatregelen om samenleven met de mens, boeren en imkers makkelijker te maken.
Het geheim zat in de kaak
Terug naar het nieuwe onderzoek. Een team onder leiding van bioloog Anneke H. van Heteren, verbonden aan de Beierse Staatsverzamelingen voor Natuurlijke Historie, analyseerde bijna 200 kaken van bruine beren: zowel fossiele exemplaren als kaken van beren die nu nog leven. Met 3D-scantechnieken brachten de onderzoekers piepkleine verschillen in kaart rond de plek waar de kauwspier vastzit.
En daar zat ‘m de kneep. Beren die tijdens koude, glaciale periodes leefden, hadden een kaak die was ingesteld op hardere, taaiere kost: een langere rij kiezen achterin en een spieraanhechting die extra bijtkracht opleverde. Beren uit warmere tussenijstijden hadden juist een kortere kiezenrij en een net iets andere hefboomwerking, passend bij zachter voedsel.
Het bijzondere: deze twee varianten wisselden elkaar telkens weer af, precies wanneer het klimaat omsloeg. Er was dus geen sprake van één lijn van “primitief” naar “modern”, maar van een berenkaak die steeds heen en weer schakelde, al naar gelang de temperatuur.
Generalist wint het van specialist
Ter vergelijking keken de onderzoekers ook naar verwante soorten. De holenbeer, gespecialiseerd in een bijna volledig plantaardig dieet, stierf aan het einde van het Pleistoceen definitief uit. De ijsbeer ontwikkelde zich juist tot een uitgesproken vleeseter. De bruine beer koos geen van beide extremen en bleef trouw aan zijn brede, omnivore menu van bessen, eikels, insecten, vis, aas en af en toe een prooidier.
Precies dat gebrek aan specialisatie blijkt zijn redding te zijn geweest. In plaats van zich compleet te moeten heruitvinden, hoefde de bruine beer alleen subtiele aanpassingen in zijn kauwapparaat te maken om steeds het beste uit zijn voedselaanbod te halen.
Ook relevant voor het heden
De onderzoekers benadrukken dat de vondst niet slechts een leuk historisch weetje is. Het laat zien hoe flexibel grote zoogdieren kunnen reageren op een veranderend klimaat, iets wat ook voor de huidige opwarming van de aarde relevant is. Wel plaatsen ze een kanttekening: de klimaatveranderingen uit het verleden voltrokken zich over duizenden jaren, terwijl de huidige opwarming in een veel hoger tempo verloopt en gepaard gaat met extra druk zoals habitatverlies en versnippering van leefgebieden.
Voor de beer zelf blijft één ding overeind: hij is al 175.000 jaar de ultieme overlever van Europa. Met een beetje geluk, en de nodige bescherming, blijft hij ook de komende eeuwen door de Spaanse bergen zwerven.